Zoon van Lincoln en Luther King

Non-fictie De president die, o ja, ook zwart is, blijft tot de verbeelding spreken...

Er is een eenvoudige manier om vast te stellen wat de waarlijk enerverende en wat de minder interessante presidentsverkiezingen zijn geweest in de Verenigde Staten: kijk naar het aantal boeken dat erover is geschreven. Dan zie je al meteen de vette en de magere jaren. Vette jaren sinds de Tweede Wereldoorlog: 1948, 1960, 1968, 1980, 1992, 2000, 2008. Apert mager: 1956, 1984, 1996, 2004. De rest zit ertussenin.

Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor presidenten en presidentskandidaten. Er kunnen hele boekenplanken worden gevuld met biografieën en kiss-and-tell-memoires over Franklin Roosevelt, Dwight Eisenhower (die ook nog oorlogsheld was), John Kennedy en Ronald Reagan. Gerald Ford, Jimmy Carter en de twee Bushes hebben aanmerkelijk minder tot de verbeelding gesproken.

Het zegt niet altijd alles over het historisch belang van een presidentschap. George Bush senior speelde een cruciale rol in de slotfase van de Koude Oorlog en leidde met succes de eerste militaire campagne tegen het Irak van Saddam Hoessein. Maar zijn binnenlandse wapenfeiten waren verwaarloosbaar en hij was niet het type politicus dat intense gevoelens van sympathie en/of antipathie losmaakt en alleen al daardoor een stempel zet op zijn tijd, zoals na hem Bill Clinton wel deed, al kende diens presidentschap per saldo minder ingrijpende gebeurtenissen. De belangstelling van journalisten en geschiedschrijvers voor de oudere Bush bleef navenant beperkt.

Barack Obama woont nog geen zestien maanden in het Witte Huis, maar in de betere boekhandel is hij feitelijk al goed voor een aparte sectie. Eerst waren er zijn eigen levensverhaal en zijn politieke monografie. Toen zijn verkiezingscampagne op stoom kwam, verschenen de eerste verkenningen naar wie deze markante persoon was en wat hij representeerde. Na zijn historische overwinning volgden de bundelingen van de beste campagnereportages. Thans zijn de omvattende reconstructies van de campagne aan de beurt, alsmede enkele diepgravende studies naar de achtergrond en het karakter van de 44ste president van de VS. Werken in uitvoering: tenminste twee historiografieën van Obama’s eerste jaar in het Witte Huis, waaronder eentje van Washington Post-reporter Bob Woodward, die eerder de presidentiële wederwaardigheden van Clinton en Bush in kaart bracht.

Het meest monumentale werk in de jongste boekengolf is ongetwijfeld David Remnicks The Bridge – The Life and Rise of Barack Obama, waarvan ook al een Nederlandse vertaling is uitgebracht (De brug – leven en opkomst van Barack Obama). De titel heeft een overdrachtelijke betekenis, zelfs meer dan één, maar verwijst in de eerste plaats naar een echte brug: de beroemde Edmund Pettusbrug in Selma, Alabama, waar op 7 maart 1965 een mars voor de burgerrechten door de politie met veel geweld uit elkaar werd geslagen, een gebeurtenis die veel Amerikanen met afgrijzen vervulde en die sterk heeft bijgedragen aan de Voting Rights Act, die later dat jaar door president Lyndon Johnson werd ingediend en door het Congres werd aangenomen.

In maart 2007 toog Barack Obama, sinds een maand officieel in de race voor de Democratische nominatie, naar Selma om de jaarlijkse herdenking van Bloody Sunday bij te wonen en er een toespraak te houden. Het werd een mijlpaal in zijn nog prille campagne, want eigenlijk voor het eerst presenteerde hij zich daar ten volle als een product van de zwarte strijd voor gelijke rechten, wat hij onderstreepte door ook het bijbelse idioom van de zwarte dominee tot het zijne te maken. Waar hij bij de officiële aankondiging van zijn kandidatuur de geest van Abraham Lincoln had aangeroepen, trad hij in Selma in de voetsporen van Martin Luther King en sprak hij de zwarte gemeenschap nadrukkelijk aan door de oude leiders te eren en de jongere generatie op te roepen haar verantwoordelijkheid te nemen.

Zijn optreden was niet alleen van een bijzonder oratorisch gehalte, maar had ook een belangrijke tactische insteek: met deze toespraak op een van de ‘heilige plaatsen’ van de zwarte emancipatiestrijd dreef hij een wig tussen het zwarte establishment en de politicus die zich tot dan toe verzekerd wist van massale electorale steun in Afro-Amerikaanse kring: Hillary Clinton (die dit in hoge mate had te danken aan de populariteit van haar man, door de zwarte schrijfster Toni Morrison ooit uitgeroepen tot de ‘eerste zwarte president van Amerika’). Deze steun zou geleidelijk afkalven en was een klein jaar later in de voorverkiezingen van South Carolina, de eerste staat waar de zwarte stem een factor van grote betekenis is, bijna geheel verdampt.

De brug is voor een deel ook een geschiedenis van de rassenverhoudingen in de VS in de afgelopen halve eeuw, verhoudingen die door de formele gelijkberechtiging in de jaren zestig natuurlijk niet bij toverslag onproblematisch zijn geworden. In eerste aanleg lijkt de keuze om Obama’s opkomst vooral door een raciale bril te bezien, niet helemaal recht te doen aan een politicus die zich veel minder heeft laten voorstaan op zijn zwarte identiteit dan bijvoorbeeld Jesse Jackson en die zich, in de woorden van Colin Powell, in de politieke arena altijd heeft gemanifesteerd als ‘een Amerikaan die zwart is, niet als een zwarte Amerikaan’. Maar Remnick laat overtuigend zien dat Obama’s raciale bewustwording toch de kern raakt van zijn persoonlijkheid en de manier waarop hij politiek bedrijft. Want met een blanke moeder had Obama niet als zwarte door het leven hoeven gaan, hij heeft er willens en wetens voor gekozen. Die keuze was gebaseerd op een intensieve bestudering van de zwarte geschiedenis en literatuur, en hij kwam ertoe in het verre Hawaii, waar zwarten een marginale aanwezigheid vormen, en in het volle besef van de ernstige tekortkomingen van de Afro-Amerikaanse gemeenschap, waarin meer dan de helft van de kinderen dezelfde ervaring heeft als ene Barack Obama, namelijk dat ze opgroeien zonder aanwezigheid van hun vader.

Voor Obama is de zwarte strijd voor vrijheid en gerechtigheid niet slechts bepalend voor de zwarte Amerikanen, maar voor heel Amerika, aldus Remnick. Ondanks het politiegeweld heeft zwart Amerika destijds in Selma een brug geslagen naar de American destiny en is zijn emancipatie, dankzij het visionaire leiderschap van King en het heldere inzicht van Johnson, niet uitgelopen op een langdurige confrontatie, maar is deze een bouwsteen van de Amerikaanse nationale identiteit geworden. En juist door zich te vereenzelvigen met die historische ervaring en deze te verbinden met zijn eigen leven kan Obama met kritisch gezag spreken tot zijn eigen zwarte gemeenschap (zoals tijdens de campagne tot de doorgeslagen radicale dominee Jeremiah Wright van zijn eigen kerk in Chicago), kan hij tegelijk inderdaad opereren als een president die, o ja, zwart is en nog een paar bruggen slaan waaraan het land behoefte heeft.

Remnick, hoofdredacteur van het tijdschrift The New Yorker, is een gelauwerd auteur, die interessante boeken en artikelen over zeer uiteenlopende onderwerpen heeft geschreven. Hij schreef een fraaie biografie over Mohammed Ali, maar rapporteerde ook indringend over het einde van de Sovjet-Unie. Voor dit boek over Obama lijkt hij nog meer veldwerk dan anders te hebben gedaan. Hij sprak met iedereen die ook maar enige rol heeft gespeeld in de jeugd, de academische opleiding en de vroege carrière van de huidige president. Een indrukwekkende, maar wat mij betreft ook wel iets te uitputtende aanpak: het boek (ook de Engelstalige uitgave) telt bijna 700 pagina’s (inclusief noten en registers) en is zo volgepakt met personages en details dat de spanningsboog af en toe verslapt.

Dit laatste probleem doet zich niet voor bij twee andere recent verschenen boeken over Obama, die inzoomen op zijn politieke carrière en op de verkiezingsstrijd van 2008. Beide boeken zijn geschreven door verslaggevers. Richard Wolffe versloeg Obama’s campagne van begin tot eind voor Newsweek en heeft zijn ervaringen en observaties neergelegd in Renegade – The Making of Barack Obama (in het Nederlands vertaald onder de titel De kandidaat – Van outsider tot president). John Heilemann en Mark Halperin zijn verslaggevers van respectievelijk New York Magazine en Time. Zij schreven Race of a Lifetime: How Obama Won the White House.

Beide boeken leggen het qua diepgang af tegen Remnicks werk, maar er staat tegenover dat de leesbaarheid groter is en dat de unieke spanning van de race in 2008 volop tot leven wordt gewekt. Wolffe had optimale toegang tot Obama en tot veel van zijn naaste medewerkers, waardoor zijn ooggetuigenverslag een zeer scherp beeld oplevert van het verloop van Obama’s campagne, die weliswaar zeer kundig werd geleid, maar meermaals dreigde te ontsporen, niet in de laatste plaats doordat de kandidaat in een bepaalde fase zeer matig voor de dag kwam en sterk begon te betwijfelen of het vak van politicus eigenlijk wel bij hem paste. Het aantrekkelijke van Race of a Lifetime is dat het ook een vaak onthullende inkijk geeft in de wederwaardigheden van de andere hoofdpersonen in de campagne, van Clinton en John Edwards tot John McCain en Sarah Palin.

In één opzicht sluiten de campagneverslagen volledig aan bij het relaas van Remnick: ze laten zien dat de huidige bewoner van het Witte Huis niet alleen een grote intelligentie bezit, maar dat ook toewijding en discipline twee kenmerkende eigenschappen zijn. Uit alle drie de boeken komt het beeld naar voren van een man die crises en politieke dilemma’s met een haast wetenschappelijke precisie te lijf gaat, die luistert, vragen stelt, nog eens delibereert; een man die ook telkens probeert een brug te vinden tussen verschillende opvattingen en belangen.

Het is een stijl van opereren die al in korte tijd Amerika – en de wereld – heeft veranderd. Toch blijft de vraag: wat ziet deze president als zijn wezenlijke missie? Eigenlijk valt dat nog steeds te bezien. Reden genoeg om de Obama-sectie in de boekhandel nog wat te laten uitdijen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden