Zoon van een zondagskind, halfbroer van Bartje

Het eeuwige leven: Anne de Vries (1944-2018)

De maatstaf voor kinderboeken is niet alleen dat ze goed geschreven zijn, maar ook dat kinderen zélf het boek waarderen, vond De Vries.

Anne de Vries Beeld Rop te Riet

Anne de Vries jr. had als jongste van het gezin niet alleen de naam maar blijkbaar ook de meeste genen van zijn vader meegekregen.

Voor de zoon van de schrijver van het jeugdboek over de Drentse landarbeidersjongen Bartje stond het leven in het teken van de jeugdliteratuur en het zo beroemde jochie wiens standbeeld al sinds 1954 de bekendste bezienswaardigheid is van Assen.

De Vries jr. schreef zelf geen kinderboeken. Maar net als zijn vader was hij een bevlogen docent die jeugdboeken even serieus nam als romans voor volwassenen. Hij zou jarenlang les geven over kinderliteratuur aan pedagogische academies en de VU. Hij werkte bij uitgever Wolters Noordhoff, was hoofd van de Dienst Boek en Jeugd van de Openbare Bibliotheken en mede- initiatiefnemer van het Kinderboekenmuseum in Den Haag.

Hij stelde een bloemlezing samen van jeugdpoëzie, onder de titel Van Alphen tot Zonderland. Andere verzamelingen van zijn hand waren Voor de kleine Poppedeine en Als heel de wereld een appeltaart was. In 2015 verscheen zijn laatste boek Meisje kun je wel jokken? met de achtergrond en betekenis van veel kinderrijmen. Zijn bekendste werk was vuistdikke biografie over zijn eigen vader. Anne de Vries jr. overleed op Nieuwjaarsdag op 73-jarige leeftijd aan de gevolgen van slokdarmkanker.

De Vries werd geboren in een gereformeerd gezin dat in het begin van de oorlog in Hooghalen in Drenthe was komen te wonen. Hij had een oudere broer en drie oudere zussen.

'Ik bid nie veur bruune boon'n'

Na de oorlog verhuisde het gezin naar Zeist. De Vries zou Nederlands gaan studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In 1971 ging hij les geven aan de Pedagogische Academie in Bergen (NH) en later aan de Rijkspedagogische Academie in Alkmaar. In die tijd stond het boek over Bartje dankzij een razend populaire televisieserie van Willy van Hemert in het middelpunt van de belangstelling en werd de uitdrukking 'Ik bid nie veur bruune boon'n' gemeengoed.

Zijn echtgenote Akke Heeroma, zegt dat er echter altijd een latent verlangen was om terug te keren naar het noorden: 'Anne kon eind jaren zeventig een baan krijgen bij uitgeverij Wolters Noordhoff. Daardoor konden we in Drenthe gaan wonen.'

Maar de kans om de Dienst Boek en Jeugd van de Openbare Bibliotheken in Nederland te gaan leiden, vond hij toch een te mooi om te laten lopen. Ze zouden in Oegstgeest gaan wonen, zodat hij het kon combineren met een bijbaan als universitair docent aan de Vrije Universiteit.

In 1989 promoveerde hij daar ook op het proefschrift Wat heten goede kinderboeken? Opvattingen over kinderliteratuur in Nederland sinds 1880. Aad Meinderts van het Literatuurmuseum: 'De Vries vond dat niet alleen de literaire kwaliteit als maatstaf mocht gelden. Kinderen moeten het goed vinden. Hij hield van de klassiekers als Dik Trom. Maar ook het werk van modernere jeugdboekenschrijvers als Paul Biegel, Wim Hofman en Annie M.G. Schmidt. Minder gecharmeerd was hij van Annetje Lie in het holst van de nacht van Imme Dros' , aldus Meinderts die De Vries herinnert als iemand met een charmante koppigheid.

Zijn levenswerk werd uiteindelijk de biografie over zijn vader, de schrijver van een boek waarvan in Nederland 600 duizend exemplaren waren verkocht. Het was enigszins een worsteling, omdat hij zijn eigen mening over zijn in 1964 overleden vader, van wie hij zielsveel hield, en de feiten probeerde te scheiden.

Uiteindelijk leidde het tot het 400 pagina's dikke boek Een Zondagskind, biografie over mijn vader, dat in 2010 verscheen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.