Zonnegang

Vandaag gaat de zon op om 8.17 uur; zij zal ondergaan om 17.29 uur. Ik lees dat op het blad 3 februari van een scheurkalender....

De kalender is een aflevering in de Praktikabel-reeks, uitgegeven door Keunstwurk uit Leeuwarden. Wie zich driemaal per jaar een kunstwerk per post wil laten bezorgen, kan zich voor 454 gulden op Praktikabel abonneren. De ene keer is het een bundel faxen van kunstenaars, dan weer een verzameling bouwplaten en eind 1995 was het dus de scheurkalender met zonnegangen.

Ik was geen abonnee van Praktikabel, maar ik kreeg niettemin de kalender toegestuurd. Omdat hij ook een beetje mijn schuld was. In 1990 schreef ik in deze rubriek dat er geen boek, zelfs geen boekje, bestond over zonsondergangen in de literatuur en Willem Winters, uitgever en redacteur van Praktikabel, nam zich dat ter harte. Sindsdien verzamelt Winters passages over: ' 't uur waarop de dag maar 't westen toe / vergaat en onze zon aan de andere kant / 's morgens wellicht ook mensen doet ontwaken', zoals Petrarca dat zegt in een van zijn liederen.

Die verzameling is nu gebundeld in de kalender en zij is verbluffend mooi, ook al door de geschilderde zonsondergang op het schutblad. Exemplaren zijn verkrijgbaar zo lang de voorraad strekt voor ¿ 24,50 (Woudstraat 18, Leeuwarden).

Nu ik de kalender gelezen heb, durf ik zeggen dat Praktikabel elk jaar zo'n kruising tussen citatenbundel en kalender moet uitgeven. Over hetzelfde onderwerp, wel te verstaan. Zonnegangen zijn er genoeg. Het is zelfs de vraag of er schrijvers zijn die in hun werk nooit een op- of ondergang beschreven hebben. Witold Gombrowicz mag op 10 december zeggen dat hij er niet 'al te graag' over schreef, maar al doende schreef hij erover. Het 'opgaan van de zon en 't ondergaan en 't schijnen van de zon in 't water' werd door Nescio (22 juni) 'eentonig' bevonden, maar hij is wel een van de Nederlandse auteurs die zich het meest daarom bekommerd hebben; hij komt vijfmaal op de kalender voor.

Voor de kalender van 1997 geef ik vast enige tips. Zie de sonnetten van Petrarca, vertaald door Frans van Dooren, bladzijde 53 en 89, voor nachtpaleis, zonnegod en gouden wagen. Pagina 189 en 315 van Flauberts Madame Bovary (editie Veen), voor tot spiegelbeeld en weefgetouw herschreven zonnegangen.

En de mooiste zonsondergang die ik ken, mag er ook op: het begin van hoofdstuk twee van Prosper Mérimée's Carmen. In Cordoba verzamelt zich iedere avond tegen zonsondergang 'een aantal vrouwen' om zich te baden in de Guadalquivir. Als de kerkklok geluid wordt ten teken dat de zon is ondergegaan, ontkleden zij zich, beschut door de invallende duisternis. 'Boven van de kade af kijken de mannen naar de badenden, zetten de ogen wijd open, en zien niet veel.' Op zekere dag echter leggen de kwajongens van de stad hun geld bij elkaar om de klokkenluider om te kopen. De volgende dag luidt hij de klok twintig minuten te vroeg. De vrouwen aarzelen geen moment, ontkleden zich en baden zich: in de Guadalquivir maar ook in het licht van de ondergaande zon.

Ed Schilders

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden