Zonnebloemen begin schildersvriendschap

Bouwvakkers sjouwen met stellages, schilders in bevlekte overalls lopen in en uit met potten verf en overal klinkt geklop en getimmer....

Het wordt een mega-tentoonstelling, met een vergelijkbare allure als de Vermeertentoonstelling in 1995 in het Mauritshuis. De internationale kaartverkoop is vier maanden geleden begonnen, in heel Europa hangen affiches en natuurlijk ontbreekt de Japanse folder niet.

De expositieruimte in het museum is nog grotendeels leeg, beetje bij beetje komen de schilderijen uit Chicago, waar de tentoonstelling de afgelopen maanden in het Art Institute te zien was. Ondanks de klap van de 11 septemberaanslagen (de opening was op 12 september gepland) trok de expositie bijna 700 duizend bezoekers.

Maar zoveel Van Goghs en Gauguins krijg je ook zelden bij elkaar. Een vergelijking tussen de twee kunstenaars ligt voor de hand, maar nooit eerder kwam het daadwerkelijk tot een duotentoonstelling. 'Deze schilderijen zijn per definitie topstukken', zegt Andreas Blühm, hoofd presentatie van het Van Gogh Museum. 'Die lenen musea niet uit.'

Op hoeveel bezoekers het Van Gogh Museum rekent, wil Blühm niet zeggen. 'Normaal hebben we in die periode 350 duizend bezoekers, dat wordt dus ietsje meer. Maar je moet ook kunnen genieten; per uur laten we minder bezoekers binnen dan in het topseizoen.' De kaarten worden per tijdsblok verkocht, zoals gebruikelijk bij zo'n grote tentoonstelling. Eenmaal binnen, mag je zo lang blijven als je wilt.

Heel bijzonder is dat in Amsterdam voor het eerst sinds 1888 drie versies van Van Goghs Zonnebloemen naast elkaar te zien zijn. Nummer één, in het bezit van de National Gallery in Londen, kan nu vergeleken worden met de twee 'kopieën' die Van Gogh naar het eerste schilderij maakte. Nummer twee is van het Van Gogh Museum, het derde exemplaar wordt overgevlogen uit Tokio.

De zonnebloemen tekenen het begin van de relatie tussen de twee kunstenaars. Bij hun eerste ontmoeting in 1887 in Parijs wisselden ze schilderijen uit; Gauguin koos een zonnebloemstudie van Van Gogh. Een jaar later nodigde Van Gogh Gauguin uit in het Gele Huis in Arles, Zuid-Frankrijk, waar hij een kunstenaarskolonie wilde oprichten.

De negen weken die ze samen in het Gele Huis doorbrengen - eindigend in de ruzie waarna Van Gogh zijn oor afsneed - vormen een fascinerend verhaal. Ze trekken er samen op uit om landschappen te schilderen, en portretteren dezelfde dorpelingen. Gaandeweg wordt in hun werk de wederzijdse invloed merkbaar.

In de catalogus bij de tentoonstelling wordt dit verhaal door Douglas Druick en Peter Kort Zegers van het Art Institute in Chicago vanuit een wetenschappelijke invalshoek verteld. De onderzoekers hebben, naast het levensverhaal van de beide kunstenaars, een dag-tot-dag verslag van de negen gezamenlijke weken in Arles gemaakt, tot aan de weerberichten toe - om na te gaan wanneer Van Gogh en Gauguin buiten hebben kunnen schilderen.

De website 'The Van Gogh & Gauguin experience' (bedacht door Daniel Erasmus en vormgegeven door bureau [SQR]) vertelt het verhaal op een heel andere manier. Het is een prachtig, interactief filmpje, waarin onder andere door citaten uit brieven een dialoog tussen de twee kunstenaars tot stand komt. Uiteindelijk gaat het natuurlijk om de tentoonstelling. Daar moeten de schilderijen zelf het verhaal vertellen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden