Zonder zicht, volledig op gevoel

Hij is de enige blinde golfer van Nederland en de jongste in de wereldtop. Alles staat in het teken van 2020, als golf voor blinden mogelijk paralympisch is.

Hij springt trampoline om zijn coördinatiegevoel aan te scherpen en traint bij bondscoach Joost Steenkamer in de duinpannen van de Kennemer Golf & Country Club met een honkbalknuppel en zelfs een boomstam om zijn swing te verbeteren. Het leven van de blinde golfer Ronald Boef wordt door één ambitie beheerst: het hoogste halen in zijn sport.


Door zijn vijfde plaats op het WK in het Canadese Hamilton klom hij naar de zesde plaats op de wereldranglijst. Over vier jaar wil hij de nummer één van de wereld zijn. Als het golf, vanaf 2016 een olympische sport, ook op de Paralympische Spelen wordt toegelaten, wil Boef er in 2020 bij zijn. Boef: 'Alles wat ik in mijn sport investeer, staat in het teken van dat ene doel.'


Met zijn 34 jaar is Boef de jongste in de wereldtop van blinde golfers. De Australiër Peter Clark, zijn vaste trainer bij de Westfriese golfclub: 'Ronald is blind geboren en mist de referentiepunten die veel van zijn concurrenten, die later blind zijn geworden, wel hebben. Dat unieke gevoel voor bal en slag maakt zijn optreden op dit niveau zo bijzonder.'


De keuze voor golf kwam nadat de inmiddels overleden golfprof Peter Ackerley hem na een serie proeflessen op zijn mogelijkheden had gewezen. Boef ging op zijn gevoel af. 'Ik zwom en mijn trainster hield me voor dat ik talent had voor de lange afstanden. Maar het golf trok me meer. In het zwemmen is er meer concurrentie dan in het golf. Ik ben de enige blinde golfer in Nederland.'


Vader Rein, zijn vaste begeleider en caddie op de baan: 'De eerste vijf jaar heeft Ronald gegolfd op een plank met stokjes waartussen hij zijn voeten kon plaatsen. Ackerley leerde hem slaan op de klok; beide handen op zes, zeven of acht uur en dan slaan. De eerste tijd hebben we alleen maar gelachen. Hij maaide steeds over de bal heen en als hij de bal raakte, was het vaak niet verder dan een meter of twintig. Het leek nergens op, maar Ackerley bleef enthousiast. Ronalds swing en golfmotoriek waren volgens hem erg goed en hij voorspelde dat Ronald zich binnen tien jaar bij de top zou kunnen voegen.'


Boefs ouders verkochten zeven jaar geleden hun huis in Bovenkarspel om de carrière van hun zoon te financieren. Inmiddels heeft Boef enkele grote sponsoren. Dat stelt hem in staat te werken met een uitgebreide begeleidingsstaf, variërend van techniek- tot conditie- en balanstrainers. 'Golf is een never-ending story', zegt trainer Clark. 'Het is onvoorstelbaar hoe groot Peters vorderingen steeds weer zijn.' Bijzonder noemt Boef zelf de steun die hij ontvangt van zeilkampioene Lobke Berkhout (brons in Londen), met wie hij kan praten over de soms raadselachtige wereld van de topsport.


Ook het golf voor blinden kent zijn eigenaardigheden. Ruim een jaar geleden bleek een Britse tegenstander van Boef zijn blindheid slechts voor te wenden. 'Totdat hij bij een huldiging recht op zijn doel afging, zonder ook maar iets aan te raken. Dat wekte argwaan, zeker omdat hij zich zijn valsspel realiseerde en op de weg terug iets te opvallend tegen een auto opliep.'


Een keuring wees uit dat de golfer niet volledig blind was. Sindsdien zijn Boef en zijn concurrenten gedwongen tijdens wedstrijden een volledig donkere bril te dragen. 'Ik heb er geen probleem mee', zegt de golfer die twee doktersverklaringen met zich mee draagt waarin is vastgelegd dat hij niets kan zien.


Op het gemillimeterde gras van de Wesfriese golfclub in Westwoud demonstreert Ronald Boef zijn vaardigheid. Hij schuifelt over het gras om de oneffenheden vast te stellen, kiest op advies van vader Rein positie en zegt: 'Ik golf als een machine. Dat is het gevolg van een training van jaren. Ik heb mijn positie leren bepalen door adviezen van mijn eerste trainer, die de cijfers van de klok gebruikte om de stand van mijn voeten aan te geven. Het enige wat voor mij in wedstrijden en trainingen wordt gedaan, is het plaatsen van de kop van de club achter de bal. Vervolgens zetten ze me met mijn linkerschouder in de richting van de hole. Als ik afsla, hoor ik aan de tik van de bal hoever ik sla. Als het geluid goed is, dan is mijn afslag goed. Als het dof is dan sla ik te veel naar links of naar rechts. Ik weet met elke club hoe ver ik kan slaan. Over de lengte tot de hole is nooit veel verwarring, die afstand staat aangegeven en die kan iedereen in mijn team lezen.'


Als het geluid goed is


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden