Zonder verontwaardiging geen ontzet

Niet alleen Madaya wordt uitgehongerd, ook inwoners van andere plaatsen in Syrië lijden onder belegering door een van de strijdende partijen.

Een UNICEF-medewerker meet hoe erg de ondervoeding is bij een kind in Madaya, Syrië.Beeld afp

Een foto van een verdronken Syrisch jongetje op een Turks strand gaf vorig jaar de stoot tot het Europese vluchtelingendebat. Mogelijk worden de foto's van uitgemergelde kinderen in Madaya net zo'n wake-upcall voor een debat over oorlogsmisdaden in Syrië. In deze door de troepen van president Assad belegerde stad lijden 42.000 mensen honger. Ze eten naar verluidt katten en gras om in leven te blijven.

Uithongering als wapen lijkt een anachronisme. Je associeert de tactiek met belegeringen uit een grijs verleden, van Troje (1200 v. Chr.) en Constantinopel (1453) tot Leningrad (1941-'44). Maar belegeringen zijn allerminst de wereld uit. Zo kende de oorlog in voormalig Joegoslavië Vukovar (1991) en Sarajevo (1992-'96), die in Syrië Homs (2011-'14) en Kobani (2014-'15).

'Het doet pijn om mensen te zien verhongeren'

Ook hij zou wel willen vluchten, maar de Syrische arts Khaled Mohammed ziet het als zijn plicht de inwoners van Madaya te blijven helpen.

De foto's uit Madaya, een door rebellen bezet voormalig kuuroord nabij de Libanese grens, leidden afgelopen weken tot wereldwijde verontwaardiging. Het Syrische regime ontkende de honger aanvankelijk en beschuldigde de rebellen van vervalsingen. Maar hoewel sommige foto's van elders kwamen, bevestigden de VN en het Rode Kruis al snel dat de honger echt was.

Het Syrische regime en zijn bondgenoot Hezbollah konden daarop weinig anders doen dan vrijgeleides verstrekken voor hulpkonvooien van de VN. Die brachten maandag en donderdag voor het eerst in drie maanden voedsel en medicijnen naar Madaya en twee andere belegerde plaatsen, de door soennitische rebellen omsingelde sjiitische dorpen Foua en Kfarya in de noordwestelijke provincie Idlib.

Volgens de VN-vluchtelingenchef voor Syrië, Sajjad Malik, troffen de hulpverleners in Madaya 'wandelende skeletten' aan die al maanden geen brood, rijst of fruit hadden gehad. Een kilo rijst ging er van de hand voor 300 dollar. 400 inwoners waren er zo slecht aan toe dat ze naar ziekenhuizen elders moesten worden gebracht.

Mohamed Isa, gefotografeerd door de arts Khaled Mohammed.Beeld Khaled Mohammed

Volgens plaatselijke artsen zijn er afgelopen weken in Madaya ook mensen omgekomen van de honger. Onduidelijk is hoeveel. Volgens Artsen zonder Grenzen zijn in hun kliniek 23 mensen aan ondervoeding overleden, onder wie 6 kinderen en 5 volwassenen ouder dan 60. Volgens leden van de Syrische oppositie zou het om vele tientallen hongerdoden gaan.

Belegeringen vinden overal in Syrië plaats en alle strijdende partijen doen eraan. Volgens de VN zijn er zeker vijftien belegeringen gaande, naast Madaya, Foua en Kfarya ook in Zabadani en het door IS belaagde Deir al-Zour. In totaal zouden zo'n 450.000 burgers in de val zitten. Slechts een op de tien verzoeken van de VN om humanitaire hulp te mogen verlenen, wordt ingewilligd.

Het is volgens analisten vooral het regime dat zich schuldig maakt aan deze 'groteske geef-je-over-of-verhonger-tactiek', een term van Samantha Powers, de Amerikaanse VN-ambassadeur. Deze week begon het regime een nieuw beleg bij rebellenbolwerk Moadamiyah, een voorstad van Damascus.

Doelbewust uithongeren

Wie het ook doet, het doelbewust uithongeren van burgers is ontoelaatbaar, zeggen experts in internationaal humanitair recht. Het is een oorlogsmisdaad, een misdaad tegen de menselijkheid of beide, zowel op grond van de mensenrechten als de Conventies van Den Haag en Genève (humanitaire behandeling bij oorlog en conflict, ook van non-combattanten) en het Statuut van Rome, dat ernstige schendingen van mensenrechten criminaliseert.

Het doelbewust onthouden van voedsel, water of medicijnen is een schending van het recht op voedsel, het recht op gezondheid en het recht op leven, conform het Internationale Convenant voor Economische, Sociale en Culturele Rechten. Dat is een verdrag dat ook Syrië heeft geratificeerd en dat je in tijden van oorlog niet kunt opschorten, zegt Lyal S. Sunga van The Hague Institute for Global Justice.

Fundamenteel is het onderscheid tussen strijders en niet-strijders, zij die direct deelnemen aan de vijandelijkheden en zij die dat niet doen, want die laatsten genieten meer bescherming, aldus Harmen van der Wilt, hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam. 'Het belegeren van een vijand is een geaccepteerde manier van oorlogvoeren. Probleem is alleen dat je bij een belegering geen onderscheid kunt maken tussen strijders en niet-strijders. Je treft per definitie allebei.'

Hoe zwaar dit wordt opgenomen hangt in het internationaal recht af van de vraag of het om een intern of een internationaal gewapend conflict gaat, zegt Sunga. In dat laatste geval is de doelbewuste uithongering van burgers als methode van oorlogvoering verboden onder de Geneefse Conventies. Bij een binnenlands conflict is dat niet zo, maar het blijft wel een schending van het recht op voedsel en op leven, alsook een gewoon misdrijf.

Oorlogsmisdaden

Doelbewuste uithongering van burgers kan behalve een ernstige schending van de Geneefse Conventies ook een oorlogsmisdaad zijn onder het Statuut van Rome, de grondslag voor het Internationaal Strafhof in Den Haag. Dit betekent dat zowel de daders als hun superieuren individueel aansprakelijk gesteld zouden kunnen worden.

Volgens Sunga is de burgeroorlog in Syrië uitgegroeid tot een internationaal gewapend conflict. 'De meeste vijandelijkheden vinden plaats op Syrisch grondgebied, maar steeds meer staten, zoals Rusland en Frankrijk, zijn direct militair betrokken.' Van der Wilt twijfelt. 'IS is geen erkende staat. Zelfs de Russische steun voor Assad is niet doorslaggevend. Als staten een andere staat te hulp schieten bij een binnenlands conflict, maakt dat hiervan nog niet een internationaal conflict.'

Een hongerende peuter, waarschijnlijk in Madaya.Beeld reuters

Beide experts twijfelen er echter niet aan dat het bij de belegeringen in Syrië om ernstige schendingen gaat. Het is zonneklaar dat dit oorlogsmisdaden zijn, zeggen beiden. En dit lijkt ook het standpunt van de VN. Paulo Pinheiro, voorzitter van de VN-onderzoekscommissie voor oorlogsmisdaden, is al aan de slag. Madaya zal dan ook vermoedelijk op de geheime lijst van oorlogsmisdaden in Syrië belanden die in een kluis bij de VN in Genève ligt.

Onduidelijk blijft waarom voor belegerde burgers geen voedseldroppings worden georganiseerd, zoals destijds voor de Yezidi's op de berg Sinjar. Maar de humanitaire 'responsibility to protect' geldt vooral bij genocide. En airdrops moeten haalbaar zijn. Ze werden volgens humanitair coördinator van de VN, Yacoub el Hillo, voor Deir al-Zour afgeblazen uit angst dat IS de vliegtuigen uit de lucht zou schieten.

De inwoners van Madaya hadden misschien nog geluk. Het meest zorgelijke is dat veel belegeringen in Syrië het nieuws niet halen. De foto's die via sociale media naar buiten kwamen, leidden tot een, zoals Van der Wilt het uitdrukt, internationale 'mobilisering van de schaamte' en het toelaten van hulp. De mensen in Deir al-Zour hebben vooralsnog minder geluk. Zonder beelden geen verontwaardiging, zonder verontwaardiging geen ontzet.

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden