Zonder vernieuwingen blijven scholen slecht

Het Nederlandse onderwijs doet niet wat het doen moet: kinderen zich breed en maximaal laten ontplooien. In plaats daarvan hameren we op taal en rekenen, verwaarlozen we het pedagogische belang van goede kinderzorg, selecteren we hardvochtig op twaalfjarige leeftijd, gaan we schooluitval te lijf met plichten en sancties en vragen...

Dat moet anders. Ook al betekent dit dat het onderwijsbestel toch echt op de schop moet. In het huidige politieke klimaat is zo’n pleidooi niet populair. Hoewel er sinds een paar jaar breed, veel, fel en open wordt gediscussieerd over onderwijs, stuiten hervormers sinds kort op het taboe op de grote ingreep.

De dominante verklaring is immers dat de problemen zijn veroorzaakt door politieke arrogantie en parlementaire onbezonnenheid. De commissie-Dijsselbloem was daarover duidelijk: hervormen maakt meer kapot dan je lief is. Rust is wat nodig is. Hoe goed de bedoelingen ook zijn, de klachten van ouders, leerlingen en leerkrachten worden er niet minder door. Integendeel, de onvrede over de kwaliteit neemt alleen maar toe. Tijd dus om na te gaan wat de werkelijke knelpunten in het Nederlandse onderwijs zijn. Ik zie er vier.

Knellend keurslijf
Ten eerste lukt het maar niet om goede kinderzorg te organiseren, ook al wordt het belang ervan alom onderschreven. Noch de voor-, noch de tussen-, noch de naschoolse opvang is goed geregeld. Te duur, te schaars en te schamel weerspiegelen zij de Nederlandse ‘zelfzorgcultuur’ en de geringe bereidheid om de kosten van brede kinderzorg te zien als een publieke investering in toekomstige generaties. Het woordje ‘opvang’ illustreert dat; alsof het gaat om katten en honden die naar de kennel moeten.

Knellend keurslijf
Ten tweede wordt het basisonderwijs overspoeld met ‘probleemkinderen’. Bijna honderdduizend leerlingen gaan momenteel met een ‘rugzakje’ naar het basisonderwijs. Het gaat dan om dove, blinde, slechthorende, slechtziende of anderszins gehandicapte kinderen, maar ook om kinderen met mentale problemen. In 2000 bedroeg hun aantal nog 54 duizend. Oftewel, in acht jaar is hun aantal bijna verdubbeld. Ook het aantal kinderen met de diagnose ADHD, dyslexie, dys-calculie, hoogbegaafdheid of meerbegaafdheid is sterk toegenomen.

Knellend keurslijf
Dit suggereert dat de mal waarin jonge kinderen moeten passen alleen maar knellender is geworden. Vanaf vierjarige leeftijd tot aan de eindtoets heeft de gemiddelde leerling rond de honderd toetsen achter de rug.

Knellend keurslijf
Inmiddels zakt deze toetsdwang als een rat in een wurgslang door het schoolgebouw. Het is geen uitzondering meer als ouders van zesjarigen wordt verteld dat hun kroost beter nog een jaartje in groep twee kan blijven. Dat klinkt sympathiek maar heeft mede tot doel de toetsscores in groep acht te bewaken. En dat is een stuk minder aardig. De toetsuitslag is namelijk steeds meer een meervoudig beoordelingsinstrument geworden: van leerling, leerkracht en school.

Knellend keurslijf
Ten derde is Nederland koploper in het afleveren van leerlingen zonder startkwalificatie. Volgens de Lissabon-agenda van de EU moet dat in 2010 zijn gehalveerd. Dat heeft ertoe geleid dat uitvallers in steeds schrillere morele termen worden besproken. In kranten heten zij ‘deugnieten’, ‘jongeren met een vlekje’, of ‘probleemjongeren’ die ‘onwillig’ en ‘lusteloos’ zijn.

Knellend keurslijf
Het uitvalprobleem hoort in het rijtje van ‘eenzijdige bevolkingssamenstelling, werkloosheid, verloedering en falende jeugdzorg’. En het maatregelenpakket dat de uitval moet bestrijden, heet, alsof het een militaire campagne betreft: ‘Aanval op de uitval’. En dat terwijl het in belangrijke mate om een zelf opgeroepen probleem gaat – waarom het vmbo-diploma niet ‘startkwalificatie’ genoemd? – dat bovendien eerder het effect is van te vroege selectie dan van domheid of wilszwakte.

Knellend keurslijf
Tenslotte staat tegenover de hardvochtige basisschool onthutsende gemakzucht in het hoger onderwijs. Slechts de helft van de studenten bezit na zeven jaar een bul die hoort bij een studie van vier jaar. Talloos zijn de anekdotes over studenten die colleges missen, deadlines niet halen of niet komen opdraven voor tentamens omdat ze moeten werken, jarig zijn, een kater hebben, ziek zijn, relationele problemen hebben of op reis moeten.

Zesjesstructuur
Het merendeel van de studenten besteedt minder dan twintig uur per week aan de studie. Als docent is het lastig je aan de indruk te onttrekken dat veel studenten hun bijbaantje belangrijker vinden dan hun studie.

Zesjesstructuur
Anders dan de mentaliteitskwestie die Premier Balkenende er met zijn sneer naar de Nederlandse ‘zesjescultuur’ van maakte, lijdt het Nederlandse onderwijsbestel onder een zesjesstructuur. Dat bestel wordt namelijk gekenmerkt door een harde scheiding tussen opvang en onderwijs, door een te vroege, te strenge en te onverbiddelijke selectie aan het begin van de onderwijscarrière, een vrijwel afwezig tweede- en derdekansonderwijs en ontbrekende selectie in het tertiair onderwijs.

Zesjesstructuur
Wil Nederland zijn burgers adequaat voorbereiden op de 21ste eeuw en hen de zekerheden bieden die zij in een internationaliserende wereld nodig hebben, dan moeten deze structuurfouten eruit. Alle taboes op structuurhervormingen ten spijt. Er zijn vijf ingrepen nodig.

Zesjesstructuur
1. Zet in op goede, toegankelijke vroegschoolse kinderzorg.

Zesjesstructuur
Dat vereist een kostbare kwaliteitsimpuls naar Zweeds, Deens of Frans model. Daar worden kinderen niet beziggehouden (‘opgevangen’) maar worden zij gericht begeleid bij hun sociale, emotionele, culturele, fysieke en cognitieve ontwikkeling. Dat vraagt om beter geoutilleerde kinderdagverblijven, een duidelijk(er) pedagogisch plan, een gunstiger kind/staf-verhouding, geringere mobiliteit en hoger opgeleide en dus beter betaalde leid(st)ers. Dat kost geld, veel geld. Daar staan echter fikse baten tegenover, op het vlak van ontplooiing, in de vorm van preventie en door ouders en verzorgers beter in staat te stellen zorg en arbeid te combineren. De volgorde van deze argumenten is belangrijk. Wat het zwaarst is, moet ook het zwaarste wegen, en dat is een gelijkere verdeling van ontplooiingskansen. Te lang staat de discussie over de kinderopvang in een louter economisch perspectief.

Zesjesstructuur
2. Stop met selectie op twaalfjarige leeftijd.

Zesjesstructuur
In plaats daarvan moet er een onderwijsbestel komen dat in den beginne mild en genereus is, en zodanig is toegerust dat scholen het maximale kunnen halen uit al hun leerlingen, en dat pas selecteert aan het eind van het funderende onderwijs, op zestienjarige leeftijd. Dan pas is zicht op wie over welke talenten beschikt. En dan pas, na vijftien jaar gestimuleerd te zijn om op welk vlak dan ook de eigen talenten te ontdekken en ontwikkelen, is recht gedaan aan de opdracht van brede ontplooiing. Dit betekent zo gering mogelijke kwalitatieve verschillen tussen basisscholen, een soepele overgang naar het algemeen vormende onderwijs – op basis van sociale criteria in plaats van Citoscores – en een brede liberal arts-vervolgopleiding voor alle kinderen van twaalf tot zestien.

Zesjesstructuur
3. Maak van basisscholen ‘ontplooiingscentra’.

Zesjesstructuur
Als we de verschillende talenten zo veel mogelijk willen ontplooien, moeten we zorgen voor een uitmuntende toerusting van onze basisscholen. Daaraan schort het nu. Gymnastiekonderwijs, beeldende vorming, muziekonderwijs – het zijn activiteiten die in de schaduw staan van de cognitieve training die kinderen als gevolg van de vroege en strenge selectie krijgen. De schamele voorzieningen voor deze vakken kunnen niet beter illustreren hoe wij ze waarderen; ze doen er niet toe, en dat is zo omdat we zo kortzichtig zijn te menen dat ze economisch niet renderen.

Zesjesstructuur
Onze basisscholen transformeren tot ontplooiingscentra vereist niet alleen verruiming van het aantal schooljaren, maar ook verruiming van de schooldag. De Nederlandse schoolweek kent veel contacturen, korte schooldagen en een kort schooljaar. Het gevolg is een hoge werklast voor leerkrachten en fikse botsingen tussen arbeid en zorg voor ouders. In plaats daarvan moeten er brede scholen komen, met langere schoolweken en schooldagen, die bestaan uit een doordachte mix van cognitieve en niet-cognitieve vakken die worden verzorgd door verschillende leerkrachten. Zo kan de arbeidsdag worden verkort zonder dat het ten koste gaat van de werkdag van de moeder. In Nederland is ruimschoots ervaring opgedaan met Brede Scholen en Vensterscholen. Het is hoog tijd dat deze worden ‘uitgerold’ over alle basisscholen.

Zesjesstructuur
4. Bestrijdt schooluitval met schoolterugkeer.

Zesjesstructuur
Het Nederlandse beroepsvoorbereidende onderwijs zorgt weliswaar voor goede aansluiting tussen school en werk, maar sluit laaggeschoolden ook op in kwetsbare arbeidsmarktsegmenten. Daarom is herbezinning nodig over wat de beste manier is om te zorgen dat uitvallers hun kansen op de arbeidsmarkt niet al vroegtijdig verspelen.

Zesjesstructuur
De dominante reactie is verlenging van de leerplicht en meer controle op schoolverzuim. Dit is symptoombestrijding die slechts zal leiden tot ‘ophokjaren’ en leerlingen zeker geen grotere leerlust zal bijbrengen.

Zesjesstructuur
Meer verwacht ik van beleid dat inzet op schoolterugkeer. Gestreefd moet worden naar een voorziening die uitvallende leerlingen het recht geeft om later alsnog een kwalificatie te behalen. Al was het maar omdat de school met zijn strikte discipline niet iedereen past en geen monopolie op kennisoverdracht heeft.

Zesjesstructuur
5. Stimuleer differentiatie in het hoger onderwijs.

Zesjesstructuur
In Nederland beschouwen veel studenten hoger onderwijs als een recht waar weinig plichten tegenover staan. Gezien de maatschappelijke kosten is dit onacceptabel. Het Nederlandse hoger onderwijs is redelijk en steekt scherp af bij het ruwgetande berglandschap van het Amerikaanse hoger onderwijs, met zijn hoge pieken en diepe dalen. Desalniettemin bepleit ik meer differentiatie, zowel qua duur, inhoud en kwaliteit als qua kosten. Alleen op die manier kan de doelstelling van grotere toegankelijkheid worden verenigd met het belang van hoge academische kwaliteit.

Zesjesstructuur
Dat vereist een andere vormgeving van het hoger onderwijs. In navolging van Jacobs en Van der Ploeg pleit ik voor hogere bijdragen van studenten, zeker bij studies die zicht geven op hoge salarissen. Hoe hoger het latere salaris, hoe hoger de eigen bijdrage, en omgekeerd. Dat betekent veel subsidie voor kleine talen, archeologie, wiskunde en wijsbegeerte, en weinig subsidie voor rechten, bedrijfseconomie, communicatiewetenschappen en medicijnen.

Zesjesstructuur
Daar hoort een publiek gefinancierd leningenstelsel bij, dat studenten in staat stelt een hypotheek te nemen op hun toekomstige salaris en hen verplicht dat naar rato van hun salaris terug te betalen. Het bedrag moet hoog genoeg zijn om studenten te prikkelen hun beste beentje voor te zetten en laag genoeg om kinderen uit minder kapitaalkrachtige milieus niet af te schrikken.

Brede ontplooiing
Deze agenda maakt van brede ontplooiing de kerntaak van de Nederlandse verzorgingsstaat. Dat vergt een andere verdeling van publieke middelen. Goed onderwijs is duur, en vereist meer dan de schamele vijf procent van het bruto binnenlands product die Nederland nu al jaren aan onderwijs uitgeeft.

Brede ontplooiing
Grofweg kan uit de onderwijseconomie de vuistregel worden afgeleid dat de maatschappelijke opbrengsten uit publieke onderwijsinvesteringen afnemen naarmate zij hoger in de onderwijskolom terechtkomen. Investeringen in goede voorschoolse kinderzorg leveren meer sociaal rendement op dan investeringen in het basisonderwijs, investeringen in het basisonderwijs meer dan in het voortgezet onderwijs, en investeringen in het voortgezet onderwijs meer dan in het hoger onderwijs. Er moet dus meer geld naar voorschoolse zorg en het funderende onderwijs, en minder naar uitkeringen, financiële zekerheden en het hoger onderwijs.

Brede ontplooiing
Alleen dan kunnen de klagers over de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs tot zwijgen worden gebracht en kan de angstige Nederlander weer vol vertrouwen de 21ste eeuw in blikken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden