Zonder verbeelding zijn we nergens

Autobiografische romans zijn populairder dan ooit. Hoe echter, hoe oprechter, denken we. Die aanname klopt niet.

Door gelukkige omstandigheden bracht ik het afgelopen jaar veel tijd door met een verse Nederlandse bestsellerauteur. In mei werd zijn roman uitgeroepen tot Boek van de maand bij De Wereld Draait Door, in de maanden erna werd hij geregeld geïnterviewd, door tijdschriften en kranten, in bibliotheken en in theaters. Meestal was de eerste vraag of hij de gebeurtenissen die hij in zijn boek beschreef allemaal zelf had meegemaakt; op het ontkennende antwoord volgde een reactie die vrijwel altijd verbaasd was, vaak teleurgesteld en soms ronduit verontwaardigd.


Twee weken geleden ontstond ophef rond de Nederlands-Marokkaanse schrijver Mano Bouzamour, nadat de Volkskrant had geschreven dat Bouzamour helemaal geen kansarm Marokkaantje uit een achterstandsbuurt was, zoals hoofdpersoon Sam in Bouzamours romandebuut De belofte van Pisa, maar door tamelijk progressieve ouders was grootgebracht in de gezellige Pijp. Tijdens interviews met de auteur, onder meer in Pauw & Witteman - zie fragment 3 - was gesuggereerd dat Bouzamour zijn eigen levensverhaal had opgeschreven. 'Zo'n redactie wil je graag in een bepaalde hoek parkeren', was Bouzamours verdedigende reactie. 'Wat duidelijk wordt is dat de media, het programma Pauw & Witteman voorop, proberen Bouzamour te framen als een geslaagde Marokkaanse jongen die zich aan een armoedige buurt ontworsteld heeft', schreef het literaire weblog Tzum. Wat P&W vooral kwalijk te nemen was, vond Tzum, was dat ze het leven van de hoofdpersoon één op één hadden gesteld met het leven van de schrijver.


Alleen zie je dat niet uitsluitend bij Pauw & Witteman, Humberto Tans Late Night of in DWDD. Het één op één stellen van een romanschrijver met zijn boek gebeurt overal - zie ook fragment 1 en 2. Interviews met schrijvers waarin geen autobiografische details worden besproken, zijn een zeldzaamheid geworden. Een paar weken nadat hij was aangeschoven bij P&W, was Bouzamour te gast bij Anton de Goede in het VPRO-radioprogramma De Avonden. Het gesprek begon zo:


Anton de Goede: 'Zullen we het over het boek hebben en niet over jou als persoon?'


Mano Bouzamour: 'Goed zo! U bent de eerste.'


Anton de Goede: 'Maar je lokt het ook wel een beetje uit. Ik veroordeel het niet hoor.'


Mano Bouzamour: 'Het is toch wel de tijd waarin het gezicht ook meespeelt en niet alleen het boek hè. We leven niet meer in de jaren twintig, je moet er wel een beetje mee kunnen spelen.'


Zijn interviewers domme types die niet weten hoe een roman werkt? En de makers van talkshows als Pauw & Witteman, mag je die inderdaad verwijten dat ze het leven van hoofdpersonen uit boeken zo vaak gelijkstellen met de auteur van die boeken? Ligt het aan de schrijvers zelf? Of weten mensen tegenwoordig gewoon niet meer zo goed wat fictie is?


Vaststaat dat de grens tussen fictie en non-fictie vaak niet duidelijk is te trekken. Vaststaat ook dat boeken waarvan de auteur wel op één lijn kan worden gesteld met de hoofdpersoon, het uitstekend doen; de CPNB-top 60 wordt alweer weken aangevoerd door Toen ik je zag van Isa Hoes, over haar echtgenoot Antonie Kamerling (ondertitel: Mijn leven met Antonie). Schrijvers die de dood van hun vrouw (Kluun), hun door God en gebod gedomineerde jeugd (Franca Treur) of hun ervaringen met de psychiatrie (Myrthe van der Meer) min of meer letterlijk in een roman verwerken, liggen goed bij media en lezers. Uitgevers venten het autobiografische element gretig uit, in de wetenschap dat media zo'n waargebeurd verhaal wel lekker vinden. Op de achterflap van de onlangs verschenen roman Van dode mannen win je niet van Walter van den Berg staat: 'De jeugd van Walter van den Berg werd getekend door een gewelddadige stiefvader.' Het boek gaat over - jawel.


Obsessie

Moeilijker wordt het voor die schrijvers bij het tweede, derde of vierde boek, waarin het eigen levensverhaal niet langer volstaat en het op schrijverschap aankomt. Kluun is er nooit in geslaagd het succes van Komt een vrouw bij de dokter te evenaren; Myrthe van der Meers tweede roman haalt het niet bij de eerste; Franca Treur moest de publicatie van haar tweede roman, gepland voor afgelopen najaar, uitstellen tot volgende week.


Dat echte boeken over echte mensen populairder zijn dan ooit, heeft ongetwijfeld te maken met de hedendaagse obsessie met authenticiteit. In echte boeken over echte mensen wordt oprecht geschreven over echte gevoelens, is de aanname; en daar kan geen verzonnen verhaaltje tegenop.


Maar klopt die aanname wel?


Geef een mens één toeschouwer en hij slaat aan het liegen. Niet omdat hij dol op liegen is, maar omdat hij de dingen zo graag mooier wil maken dan ze zijn. Dat is op zich een prima eigenschap; omdat mensen de dingen mooier willen maken dan ze zijn, máken ze de dingen ook mooier dan ze zijn. Ze gaan onder de douche en naar de kapper, ze hangen kunst aan de muur, ze zetten met Kerst een vrolijke boom neer en zorgen voor een feestelijk gedekte tafel. Ze transformeren de werkelijkheid tot een verhaal.


Volgens de Duitse filosoof Peter Sloterdijk is de mens een 'sferenbouwer'. Hij beweegt zich in de loop van zijn opvoeding steeds actiever in allerlei bestaande sferen en gaat uiteindelijk zelf sferen scheppen. Het onderbrengen van de kale gebeurtenissen van het leven in een verhaal geeft die gebeurtenissen in het beste geval zin, en in elk geval een zekere betekenis.


Toen ik begin twintig was, begon mijn toenmalige geliefde een relatie met iemand anders. Het was best een aardig meisje, maar toch wilde ik haar graag zo hard mogelijk op haar gezicht timmeren. Tegelijk vond ik dat ik ruimdenkend en verstandig zou moeten reageren - het waren de jaren tachtig. Ik besloot te rade te gaan bij het werk van Simone de Beauvoir, in die tijd nog een soort rolmodel. Iedereen kende het sprookjesverhaal van haar relatie met Jean-Paul Sartre, die weliswaar de ene vriendin na de andere aan zijn roestige rapier reeg maar alle details vervolgens heel open met Simone besprak, waarna ze elkaar liefdevol nog een glas wijn inschonken en weer gewoon over politiek gingen praten. In de jaren dertig had het paar een driehoeksverhouding overleefd met een jonge Russische sloerie die Olga Kosakiewicz heette.


Ik ging in De Beauvoirs memoires op zoek naar wat ze over die periode in haar leven had genoteerd. Dit stond er ongeveer: 'Ja, ik was boos, maar Sartre was erg op haar gesteld, en dus deed ik mijn best om de dingen te zien zoals hij ze zag, want het was belangrijk voor mij om een goede verstandhouding met Sartre te hebben.'


Goddank bleek De Beauvoir over die verhouding ook een roman te hebben geschreven, L'Invitée. Daarin laat ze haar hoofdpersoon Françoise honderden pagina's lang alle varianten van jaloezie doorleven die je maar kunt verzinnen, en wordt de rivale op de laatste pagina koelbloedig vermoord - door Françoise. Het was een boek naar mijn hart. Ik wist zeker dat hier de echte Simone de Beauvoir aan het werk was. De Simone van de memoires speelde haar alleen maar.


Metaforen

Op 24 november 2006 publiceerde de Volkskrant een interview met Hella Haasse. De schrijfster legde uit waarom ze niet wilde dat er een biografie over haar zou worden gemaakt: 'Jazeker, mij bereiken regelmatig verzoeken om zo'n biografie. Maar ik ben er in mijn werk. En een goede lezer kan daaruit zó de kritieke punten van mijn leven oppikken. Je verwerkt sowieso alles wat je beleeft en denkt in het schrijven. Verkleed en vermomd komt het erin naar voren.'


Haasse had het wel geprobeerd, rechtstreeks vertellen over haar eigen leven. Maar toen ontdekte ze dat met dat autobiografische schrijven iets wezenlijks verloren ging. 'Ik denk dat fictie, dat wat je verwerkt via je verbeelding, dichter komt bij je beleving dan wanneer je je beperkt tot puur autobiografisch schrijven. Het essentiële van mijn leven heeft zich altijd afgespeeld in wat ik mij voorstelde, bedacht. In fictie blijft de kern over, al is het een beetje verkleed. Fictie is échter.'


Maar de mensen worden niet meer met fictie opgevoed, dacht Haasse: vroeger raakten ze via bijvoorbeeld de Bijbel vertrouwd met metaforen en vergelijkingen, nu lezen ze teksten in de veronderstelling dat ze feiten krijgen voorgeschoteld.


Daar komt bij dat iedereen het druk heeft. Hoewel de vrije tijd is toegenomen, zijn de dagen voller dan ooit; elke leegte wordt gevuld, met Facebook, televisie, geklets. Verbeelding ontstaat uit verveling. Als de verveling onder druk staat, komt de verbeelding in de knel. Maar zonder verbeelding zijn we nergens; alles begint met verbeelding, de realiteit sjokt daar vervolgens achteraan - dat is de volgorde. Laat 2014 het jaar worden waarin we de werkelijkheid zijn ware plaats toekennen, om te beginnen in de literatuur.


Laat 2014 het jaar van de terugkeer van de verbeelding zijn.


Wilma de Rek is chef Boeken van de Volkskrant.


FRAGMENT 1


Interview in de Volkskrant met de Vlaamse schrijver Dimitri Verhulst, 15 mei 2013

De Volkskrant: 'Toen u zat te schrijven over een man die uit zijn huwelijk stapt, voelde u nog niet dat uw eigen relatie voorbij was?'


Verhulst: 'Soms is het boek slimmer dan de schrijver. Ik heb bij dit boek pas zeer recentelijk onder ogen gezien dat het er eigenlijk allemaal al in stond. Ik ga terug naar mijn Roza Rozendaal.'


De Volkskrant: 'Dat is de jeugdliefde van hoofdpersoon Désiré Cordier, het meisje dat hij niet had durven zoenen.'


Verhulst: 'Ik heb haar wel... Ik was iets beter dan Désiré Cordier.'


FRAGMENT 2


Interview in nrc.next met de Vlaamse schrijver Thomas Blondeau, 19 oktober 2013

Nrc.next: 'In je boek lijkt het idealiseren van de geliefde meer een afwijking dan een noodzakelijk onderdeel van de liefde.'


Thomas Blondeau: 'Ikzelf zou niet kunnen leven zonder het concept van utopie. Zoals de filosoof Maurice Blanchot ooit zei: het dichtste dat we bij utopie kunnen komen is als twee geliefden in een bed liggen en er niet eens meer woorden nodig zijn om samen te zijn. Dat duurt maar heel kort, op een gegeven moment moet je naar de wc of de kat binnenlaten.'


Nrc.next: 'Heb jij vaak zo'n moment gehad?'


Thomas Blondeau: 'Ja, absoluut. En daarom voel je je ook des te meer verraden als het stukloopt op (hij zet een gek stemmetje op) 'het ging niet.'


Nrc.next: 'Hoe ben je van je liefdesverdriet afgekomen?'


FRAGMENT 3


Interview door Jeroen Pauw en Paul Witteman met schrijver Mano Bouzamour, 5 november 2013

.


Jeroen Pauw: 'Laten we het eens over die jongen hebben. Want de jongen in dit boek - en dat ben jij natuurlijk ook een beetje - is een stoere jongen. Die heel graag wil ontsnappen aan het milieu waaruit hij voortkomt en die kans krijgt omdat hij slim is.'


Mano Bouzamour: 'Ik kwam op het lyceum terecht waar een heel ander soort mensen zat weet je wel. Ik kreeg te maken met klassieke concerten en festivals en documentaires en al die dingen, een hele wereld ging voor mij open toen.'


Paul Witteman: 'Werd je gestimuleerd door je ouders?'


Mano Bouzamour: 'Jawel, maar mijn ouders leven in een heel ander soort wereld.'


Jeroen Pauw: 'Je woonde in de Diamantbuurt hè, in Amsterdam.'


Mano Bouzamour: 'Ja. Nou ja, ik woon er niet maar ik heb daar op de Koranschool gezeten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden