Zonder tekst

Het geschreven woord gaat gebukt onder een stortvloed aan beelden op tv en internet. Is dat echt waar, luidt de vraag die wordt gesteld in het boek 'De Plaatjesmaatschappij' over oprukkende beeldcultuur....

In een televisieprogramma voor kinderen werd onlangs aan een meisje van een jaar of zeven gevraagd wat het betekent om verliefd te zijn. Ze hoefde er niet lang over na te denken. Verliefd ben je 'als er allemaal hartjes uit je hoofd komen', zei ze.

Dit meisje brengt ongetwijfeld veel tijd door voor de tv. Ze kijkt tekenfilms, leest strips, speelt computerspelletjes, en 'kust' haar vrienden via haar mobieltje gedag: ((H)) :-x (dikke knuffel, kusje). Niet zo gek dat in háár wereld iemand pas overtuigend verliefd is wanneer er vuurrode liefdessymbolen om zijn oren vliegen.

Typisch een kind van de beeldcultuur.

Het woord beeldcultuur duikt om de haverklap op. In de politiek, in het onderwijs, in de journalistiek, op de universiteit, in de literatuur. Maar weet iemand eigenlijk wat het precies betekent? En: is er sprake van een zogenoemde beeldenvloed die het geschreven woord dreigt weg te spoelen?

Zes publicisten en wetenschappers bogen zich op uitnodiging van kunsthistoricus Frits Gierstberg van het Nederlands Foto Instituut in Rotterdam over die vragen. Hun essays zijn opgenomen in de bundel De plaatjesmaatschappij. Essays over beeldcultuur.

Wie zich verheugt op een boek vol plaatjes, wordt teleurgesteld. Het omslag ziet er veelbelovend uit. Het toont een foto van een oude vrouw die is gehuld in een jurk waarop een perfect vrouwenlichaam is geprint, haar kwabberige benen steken eronder vandaan. Maar dat is het enige beeld dat je krijgt geserveerd. De inhoud bestaat uit tekst, tekst en nog eens tekst, slechts af en toe typografisch 'opgeleukt'. Van woordverdringing is in dit boek geen sprake.

Ook uit de verschillende teksten blijkt die relativerende houding. De auteurs, voornamelijk afkomstig uit de wereld van de kunst en de media, zijn het erover eens dat er weliswaar sprake is van een toename van (gedigitaliseerde) beelden, maar dat de betekenis van die beelden ook weer niet moet worden overschat. 'De gehele samenleving als getekend door beeldcultuur afschilderen, lijkt me een geval van heilloos reductionisme', schrijft Warna Oosterbaan, bijzonder hoogleraar Journalistiek en Samenleving aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Wat beeldcultuur ís - dat blijft echter een moeilijke vraag. Is beeldcultuur onze hele omgeving; is het beeldende kunst; is het picturaliteit, visualiteit of mechanische reproduceerbaarheid; is het het visuele geheel van álle disciplines, van muziek, theater, fotografie, grafisch ontwerp, beeldende kunst, film en videokunst?

Die vragen mogen dan worden opgevoerd in de inleiding van De Plaatjesmaatschappij, de antwoorden van de auteurs gaan soms verloren in een vlammend betoog vóór de scheiding der kunstdisciplines (Pauline Terreehorst) of in een interessante theorie over de gedigitaliseerde media (Mariëtte Haveman).

Dat stoort een beetje, maar over het algemeen is De Plaatjesmaatschappij een prettig leesbaar boek, dat niet alleen een overzicht geeft van de (voornamelijk buitenlandse) literatuur die over het onderwerp beeldcultuur is verschenen, maar waarin ook adequaat wordt gerefereerd naar de recente geschiedenis.

Aan de hand van de 'filmbeelden' van 11 september 2001, maar ook naar aanleiding van de minimale verslaggeving in de Golfoorlog uit 1991 maakt menigeen de overstap naar de rol die de beeldcultuur speelt in de visualisering van de geschiedenis.

In zijn essay waarschuwt Frank van Vree, hoogleraar Journalistiek & Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam voor 'audiovisueel analfabetisme'. Dat kan volgens hem leiden tot 'popularisering van de geschiedenis', tot een verleden dat louter uit clichébeelden bestaat, alleen omdat die het op televisie en in films goed doen. Om dat te voorkomen, schrijft Van Vree, moeten we 'leren hóe we beelden kunnen of zouden moeten gebruiken, hoe we ze moeten ''lezen''.'

Naast taalles zouden scholen daarom moeten voorzien in beeldtaalles, vindt Kitty Zijlmans, hoogleraar moderne en hedendaagse kunstgeschiedenis aan de Universiteit Leiden. 'De jeugd krijgt voortdurend beelden te zien, maar dat wil niet zeggen dat zij ook leert kijken, dat wil zeggen kritisch kijken, bewust worden van het kijken zelf en van haar kijkgedrag.'

Een veelomvattende klus in een tijd waarin gemanipuleerde en echte beelden vaak zonder tekstuele uitleg door elkaar heen worden gebruikt, en waarin de voorstelling van hartjes uit iemands hoofd nog een onschuldig voorbeeld is. Veelomvattend als je bedenkt dat internet zowel foto's toont van Gretta Duisenberg met haar arm om Yasser Arafat heen, als beelden van Bert uit Sesamstraat die, in tegenstelling tot Bush, blijkbaar géén moeite heeft om de grot van Bin Laden te vinden.

Veelomvattend of niet; kinderen - én journalisten, (kunst)historici en regisseurs - leren omgaan met dit soort beelden is voornamelijk een klus die serieus moet worden genomen, vinden de auteurs van De plaatjesmaatschappij. Want wanneer tekst verdwijnt, is context belangrijker dan ooit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.