Zonder school kan ook

Thuisonderwijs mag in Nederland alleen onder bijzondere voorwaarden. Ouders die hun kinderen gewoon liever zélf lesgeven, kunnen vervolgd worden. Desondanks groeit het aantal 'thuisscholers'....

ZE WAS nooit van plan haar kinderen nadrukkelijk anders op te voeden. 'Ik heb een fijn thuis gehad, dus daar kan het niet aan liggen.' Nathalie Robertson (34), getrouwd met kok Geoff en moeder van Soren en Carolien, is langzaam naar een andere manier van opvoeden toegegroeid. 'Mijn moeder vindt het niks wat ik doe, dat is jammer.'

Het gesprek vindt plaats op een doordeweekse ochtend aan de oever van de IJssel in Zutphen. De kinderen spelen verderop bij de haven. Naar school hoeven ze niet, want hoewel moeder Robertson niet per se tegen het schoolsysteem is, vindt ze klassikaal onderwijs voor haar kinderen niet ideaal, of sterker nog: absoluut ongeschikt. Haar kinderen zijn de hele dag thuis.

Robertson hoort met een honderdtal andere Nederlanders tot een internationale groep ouders die zich unschoolers noemen. Ze vormen geen homogene groep, maar onderscheiden zich van het gangbare thuisonderwijs doordat ze niets van erkende lesprogramma's moeten hebben. De motieven zijn velerlei, maar komen vaak neer op een aversie jegens het huidige schoolsysteem, dat weinig ruimte biedt voor kinderen die wat slimmer, wat drukker of hoe dan ook anders zijn dan het 'gemiddelde' kind.

Mieke Tennant (44) uit Brummen heeft drie kinderen thuis. 'Wij volgen de intrinsieke motivatie van ons kind, wij kennen onze kinderen goed en houden rekening met hun verschillen in karakter en leerstijl.'

In Nederland, dat een lange traditie kent van officieel bijzonder onderwijs (zie de christelijke en Montessori-scholen), is het aantal thuisonderwijzers klein. In Engeland zijn 30 duizend gezinnen geregistreerd als thuisonderwijzend, waarbij 90 duizend kinderen zijn betrokken. In de VS, waar elke staat (onder soms verschillende voorwaarden) thuisonderwijs toestaat, variëren de schattingen tussen 1 en 2 miljoen kinderen, wat neerkomt op 1,5 tot 2 procent van de schoolgaande jeugd.

Robertson: 'In het begin vroeg ik me af of ik er goed aan deed mijn kinderen thuis te houden. Juist tóen vroegen mensen me vaak waarom ik ze thuis hield. Nu ik overtuigd ben van mijn keuze hoor ik die vraag nog maar zelden. Kennelijk straal je je onzekerheid uit.'

Tegenwerking van de gemeente heeft ze niet ondervonden. 'In onze woonplaats zijn meer gezinnen zoals wij, dat scheelt.' De familie Tennant uit Brummen had minder geluk. Zij wordt door de gemeente vervolgd wegens het ontduiken van de leerplicht. De Tennants overwegen naar Ierland te verhuizen om hun opvoeding ongestoord voort te kunnen zetten. 'Ook wij zijn niet tegen school, maar verkiezen een andere vorm. Maar dat mag niet in Nederland. Pas als we onze opvattingen vastleggen in een officiële levensovertuiging, zouden we kans maken op die grond vrijstelling te krijgen. Maar daar hebben we helemaal geen zin in.'

Sinds 1969 kent Nederland een herziene leerplicht die in feite neerkomt op een schoolplicht. Thuisonderwijs is alleen vergund aan Nederlanders in het buitenland, aan kinderen met een zo zwaarwegende handicap dat ook het speciaal onderwijs geen soelaas biedt of aan ouders die een levensovertuiging hebben waarbij geen school aansluit. Zevendedags Adventisten geven om die reden vaak thuis les.

Robertson is dolgelukkig met haar stressvrije gezinsleven. 'Elke dag is het feest. We kijken 's ochtends wat we gaan doen, of we ergens naar toe gaan of lekker thuisblijven. Ik ben niet meer bang dat mijn kinderen niet genoeg leren, ik weet inmiddels dat dat vanzelf gaat. Laatst hoorde ik mijn dochter onder de douche de tafel van twee oefenen, zonder dat ik haar daar ooit op heb gewezen. Met mijn zoon kan ik naar aanleiding van een mobieltje een gesprek krijgen over satellieten en wat al niet. Kinderen zijn echt leergierig, ik maak me daar geen zorgen meer over.'

Haar onzekerheid is ze kwijt. 'In het begin was ik erg op de kinderen gericht en paste ik me aan. Daar werd ik heel moe van. Ik verlangde veel tijd voor mezelf en ontdekte dat dat juist kwam doordat ik te weinig mezelf was. Nu we rekening houden met elkaars wensen is die behoefte minder.'

De onderwijskundige Henk Blok, werkzaam bij de Universiteit van Amsterdam, ziet veel kansen in het thuisonderwijs. Het leren in een kleine groep is zeer effectief. 'We weten uit onderzoek dat een klassenverkleining van 28 naar 25 kinderen niets uitmaakt. Pas bij groepjes van vijf of zes gaat het leerresultaat met sprongen omhoog. Er is geen betere leersituatie dan één kind op één onderwijzer. Met zulke gegevens kan de overheid natuurlijk niets, dat wordt veel te duur. Maar daarom is thuisonderwijs interessant, het is voordelig. Met name in deze tijd, waarin de kwaliteit van het onderwijs serieus lijdt onder een gebrek aan leerkrachten.'

Prettig voor de thuisscholers is dat de onderzoeksresultaten uit Amerika zeer gunstig zijn. Kinderen die thuis onderwijs kregen, in welke vorm dan ook, presteren minstens gelijk en vaak beter dan leeftijdgenoten uit het reguliere onderwijs. Blok: 'Het verschil kan een of meer leerjaren betreffen.'

Dat veel homeschoolers gemiddeld hoger zijn opgeleid en een hoger gezinsinkomen hebben, terwijl de moeders meestal thuis zijn, zegt veel. Niettemin zijn ook 'arbeiderskinderen' thuis beter af dan op school, leerde hetzelfde Amerikaanse onderzoek.

Tennant: 'Als mijn zoon druk en ongeconcentreerd is, ga ik een eind met hem fietsen en dan is het zo weer over. Dat kan op school natuurlijk niet. Daar wordt zo'n kind al gauw met een probleem etiket opgezadeld.'

Blok: 'In Amerika zaten ouders twintig, dertig jaar geleden in hetzelfde schuitje als Nederlandse ouders nu. Ze kregen boetes en straffen en moesten soms het gevang in. Dat zie je nu op zeer kleine schaal in Nederland opnieuw gebeuren.'

De familie Van Zuidam in Lelystad kan er van meepraten. De ouders zijn verwikkeld in twee rechtszaken omdat zij hun zoon van zeven geen regulier onderwijs laten volgen. 'Omdat we wisten dat we problemen konden krijgen, hebben we getwijfeld of we onze kinderen thuis moesten houden. Maar nu de oudste van school is en het stukken beter met hem gaat, hebben we het juridisch gesteggel er voor over', zegt Bernadette van Zuidam (34). Haar man Peter (43): 'De leerplichtwet is formalistisch, restrictief en onzorgvuldig. Wij nemen leerplichtambtenaren niets kwalijk, het ligt aan de wet. Daar krijgen we in Europees verband nog problemen mee.'

Thuisonderwijs lijkt voorlopig te avontuurlijk om serieus genomen te worden. Bovendien is de overheid meer gericht op het binnenboord houden van zwakke leerlingen en richt de onderwijsdiscussie zich eerder op verlenging van de schoolplicht, te beginnen bij vier jaar, dan op het loslaten van de leerplichtregels. 'Angst, dat zie ik vooral in al die regeltjes', verzucht Tennant.

Toch lijkt het gewrik en gemorrel aan het schoolsysteem te wijzen op nakende verandering. Steeds vaker proberen ouders een school op te richten die tegemoetkomt aan hun eigen, ruimere visie op leren. Niet zelden zijn het juist hoogbegaafde kinderen voor wie het onderwijs geen plaats lijkt te hebben. Hoogopgeleide ouders pikken dat niet meer.

Unschoolers beginnen vaak thuis met schooltje spelen, weet Blok, en ontdekken dan dat hun kinderen ook zonder boekjes en computerprogramma's goed aan de slag kunnen. De computer, de natuur, de straat, kortom de hele omgeving kan een leeromgeving zijn. Robertson: 'Mijn zoon wil geld verdienen en denkt er aan om groente te gaan verkopen in de buurt. Nou, dan gaan we kijken hoe zoiets zou kunnen, wat je daarbij nodig hebt en of het plan kans van slagen heeft. Ik ben niet langer bang dat mijn kinderen niet goed terechtkomen. Ook hun sociale vorming gaat vanzelf. Eigenlijk begrijp ik niet goed waarom dertig kinderen van dezelfde leeftijd bij elkaar in de klas moeten zitten. In geen enkel bedrijf zit je met leeftijdgenoten op één afdeling. Mijn kinderen gaan om met alle leeftijden, met volwassenen, oudere kinderen van andere unschoolers en met kinderen uit de buurt. Later kunnen ze altijd staatsexamen doen of naar de LOI. Echt, dat komt wel goed.'

Tennant denkt er hetzelfde over: 'Ik ken volwassenen die vroeger niet naar school zijn geweest. Zelden zag ik zulke uitgebalanceerde, zelfverzekerde en tegelijk sociale mensen. Ik ben niet bang voor de diplomawereld.'

Onderwijskundige Blok stond zelf jarenlang voor kleuterklassen. Hij weet dat 60 procent van de basisscholen onvoldoende aandacht besteedt aan de verschillen tussen kinderen. Blok: 'Je schrikt als je ziet hoe kleuters op de basisschool voor de leeuwen worden geworpen. Het is al een ramp als ze niet op tijd een paar woordjes kunnen lezen. Tijd is er niet voor hen. Bovendien wordt er veel gepest.'

Blok is niet tegen schoolonderwijs, maar zou meer vrijheid voor ouders op zijn plaats vinden. 'De overheid kan een vinger aan de pols houden, door unschoolers jaarlijks een test te laten doen.'

Dat ouders na ruim een eeuw leerplicht heimelijk onbekwaam worden geacht hun kinderen iets te leren, valt moeilijk te verdedigen - zeker in een schoolsysteem dat steeds meer ongediplomeerde dropouts produceert. Seneca's Non scholae sed vitae discimus ('we leren niet voor de school, maar voor het leven') blijft actueel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden