Zonder professoren

Geert Wilders ligt niet lekker. Niet in Den Haag, niet bij de pers. Maar ook niet, en dat is opvallend, bij de intellectuelen die zich na 11 september 2001 kritisch uitlieten over de islam....

Een jaar geleden was Bart Jan Spruyt, oprichter van de conservatieve denktank Edmund Burke Stichting, druk met het zoeken van kandidaten voor de nieuwe politieke partij van zijn toenmalige geestverwant Geert Wilders. Bij alle zaterdagen in zijn agenda had hij een groot, rood kruis gezet; die dagen hield hij vrij voor de screening van goede mensen. En voor hun opleiding, want als de groep eenmaal compleet was, zou hij de verse politici in een klasje stoppen om ze de finesses van het liberaal-conservatieve gedachtengoed bij te brengen.

Op een dag had hij een geweldige kandidaat gevonden. Erudiet, veel affiniteit met de ideeën van Wilders. En moslim. Dat was mooi, vond Spruyt; zo kon je in één klap afrekenen met alle vooroordelen, en laten zien dat je wel degelijk geloofde in de modernisering van de islam. Spruyt maakte een afspraak voor een kennismaking tussen zijn kandidaat en Geert Wilders.

Een paar uur voor de ontmoeting zei Wilders ineens: ‘Ik doe het toch maar niet. Want als we hier een moslim hebben, kunnen we nooit meer grapjes maken over de islam.’ Bart Jan Spruyt beende woedend Wilders’ zolderkamertje uit. ‘In de gang zag ik iemand met krulletjes en zo’n proletarisch matje in zijn nek. Ik vroeg: wie is dat? Dat is Dion Graus, zeiden ze. Die had net voor TV Limburg een serie over Wilders gemaakt, dus ik zei: oh, komt er een vervolg op die serie? Neehee, zeiden ze, Dion komt hier als kandidaat. Hij gaat bij Geert op de lijst! Toen wist ik: ik heb hier niets meer te zoeken.’

Bart Jan Spruyt en Geert Wilders leerden elkaar kennen in mei 2003. Spruyt had net Lof van het conservatisme geschreven, een verzameling portretten van conservatieve denkers, en Wilders – toen nog loyaal Kamerlid voor de VVD – belde hem op, omdat hij meer over zijn denkbeelden wilde weten. Ze bleven contact houden en twee jaar later werkten ze samen aan de totstandkoming van een nieuwe liberaal-conservatieve partij. Spruyt schreef mee aan het verkiezingsprogramma van Wilders en verzorgde daarmee de inhoud, Wilders deed de verpakking.

Maar vorig voorjaar ging het dus mis. Daar zat niks persoonlijks achter, zegt Spruyt nadrukkelijk: ‘Een paar weken geleden bleek iemand in mijn zeer nabije omgeving ernstig ziek te zijn; een van de eersten die een vriendelijk mailtje stuurde, was Geert. Ik heb helemaal niets tegen Wilders als persoon en ik voel geen enkele rancune, dat kan ik niet vaak genoeg zeggen. Hij is een aardige man.’

Het liep mis, zegt Spruyt, omdat Wilders alles alleen wilde doen: ‘Hij omringt zich liever met lakeien dan met sterke mensen.’ Bovendien wilde Wilders zijn agenda niet verbreden. En het liep vooral mis op Wilders’ opvattingen over de islam.

Spruyt: ‘Er is een beroemde quote van columnist Jacques van Doorn: de islam ligt als een blok graniet in de Nederlandse polder. En dan zijn er drie scenario’s denkbaar. Het eerste scenario zegt: op grond van de demografische ontwikkelingen gaan de moslims een meerderheid vormen en zal heel West-Europa op den duur islamiseren.

‘Volgens het tweede scenario wordt Europa de moslims zó zat, dat je een soort balkanisering krijgt, en Europa de moslims eruit mept. Dat is het scenario dat Wilders aanhangt. Die zegt: scenario 1 zal me niet gebeuren. De islam is niet integreerbaar dus uiteindelijk rest er maar een ding: de islam moet weg uit Europa. Evacueren, remigreren. Het is een conclusie die voortkomt uit wanhopige paniek, en uit een geseculariseerd, apocalyptisch denken.

‘Het derde scenario is dat je optimistisch moet blijven, moet koesteren wat je aan goede voorbeelden hebt en zegt: we moeten de moslims hoe dan ook in de Nederlandse samenleving integreren. Dat vraagt een zeker zelfbewustzijn, dat vraagt kennis van je eigen culturele identiteit, en ook de bereidheid die te benoemen, te verdedigen en in debatten uit te dragen. Ik geloof in het derde scenario.’

Het afgelopen jaar heeft Spruyt geen spijt gekregen van zijn beslissing om bij Geert Wilders te vertrekken. ‘Absoluut niet, nee. Ik heb mijn gelijk bevestigd gezien, het is alleen maar erger geworden.’

Een rechts-extremist wil Spruyt Wilders niet noemen. ‘Nog niet. Maar met dat paniek-conservatisme van hem, de wens om allerlei dingen heel rigoureus aan te pakken of af te schaffen, ben ik wel bang dat hij zich meer en meer in die richting gaat bewegen. Ik vrees dat hij steeds radicaler wordt; omdat hij wordt uitgedaagd door de politiek, die er niet mee weet om te gaan en hem zijn punten laat scoren, en omdat een bepaald deel van de bevolking het wel mooi vindt. Maar ook omdat hij geen mensen meer in zijn omgeving heeft die op tijd een grens trekken.

‘Een jaar geleden gaf hij een interview aan het Algemeen Dagblad. Toen riep hij iets ruigs als ‘Ik wil niet dat er een moslimburgemeester komt in Nederland.’ Ik zei: dat kun je niet zeggen, Geert; als het een moslim is die zich onze democratische waarden heeft eigen gemaakt, is dat geen enkel probleem. Vervolgens is die passage geschrapt. Maar nu zegt hij dat soort dingen dus gewoon wél.

‘Hij ontwikkelt zich in extreem-rechtse richting. Dat hij in de discussie over de dubbele paspoorten toegeeft dat het hem er uiteindelijk vooral om gaat dat Albayrak en Aboutaleb moslims zijn, wijst daarop. Hij zegt altijd dat hij onderscheid maakt tussen islam en moslims, maar nu is gebleken dat hij dat helemaal niet meent. Zo’n uitspraak dat de ‘tsunami van moslims nu ook het kabinet heeft bereikt’ is gevaarlijk en riskant; maar niemand corrigeert hem meer. Hij heeft zich omringd met kritiekloze adepten, die hem eerder opjutten dan matigen.’

Geert Wilders wordt niet op handen gedragen – het is geen originele constatering. Hij doet het leuk bij de mensen in het land; die schonken hem vorige week, volgens een peiling van Maurice de Hond, vijftien virtuele zetels. Maar hij wordt minder gewaardeerd door zijn collega-politici (‘Ik lust u rauw’, deelde Femke Halsema hem afgelopen donderdag mee) en hij valt niet goed bij de weekbladen en kranten, ook niet bij De Telegraaf.

Daarnaast – en dat is opvallend – ligt Wilders óók niet lekker bij de intellectuelen die zich na 11 september 2001 veelvuldig in het publieke debat begaven om hun zorgen over de islam kenbaar te maken. Mensen als Paul Cliteur, Afshin Ellian, Leon de Winter, Jaffe Vink, Bart Jan Spruyt, Sylvain Ephimenco; over Fortuyn schreven ze aardige woorden, met Ayaan werd onbekommerd gedweept, maar van Wilders, die zich toch minstens zoveel zorgen maakt om de islam als zij, lijken ze niet gecharmeerd. Integendeel.

Leon de Winter opende vorige week voorzichtig de aanval, in Elsevier. Wilders stelde met zijn verzet tegen de dubbele nationaliteit van twee staatssecretarissen weliswaar een interessant punt aan de orde, vond hij, maar zijn uitspraken over islamieten in het kabinet waren onzinnig. Afshin Ellian volgde twee dagen later al wat steviger, in zijn column in NRC Handelsblad: ‘Met Bolkestein ben ik van mening dat Wilders radicaliseert. De onontkoombare conclusie luidt: spijtig genoeg ontwikkelt Wilders zich in een snel tempo in de richting van extreem-rechts.’

En Sylvain Ephimenco maakte het klusje gisteren af in een vernietigende open brief aan Geert Wilders in Opinio, het nieuwe weekblad van Jaffe Vink: ‘Ik ben al een tijdje van mening dat u, in uw eentje, het hele debat rond de islam en de weerslag van deze religie op de samenleving om zeep heeft geholpen. Door op woorden en gedachten van anderen te parasiteren en daar karikaturen van te maken, door met uw klaroenstoten andermans trommelvliezen te bewerken, door grove provocaties met zinnige argumenten te verwarren, heeft u de discussie in gijzeling genomen en het debat vervuild. U eist nu alle ruimte voor u alleen op en overschreeuwt anderen.

‘De intellectuelen en publicisten die zich tot voor kort in de discussie over de islam mengden, zijn de door u in beslag genomen ruimte aan het verlaten’, schrijft Ephimenco, ‘waarschijnlijk uit vrees met u te worden geassocieerd.’

Bart Jan Spruyt deelt die opvatting. Geert Wilders, zegt hij, is een roeptoeter. Hij verwoordt een bepaald onbehagen dat in de maatschappij leeft, maar kaapt met al zijn geroep ook thema’s. ‘Dat doet hij door de hyperbolische manier waarop hij erover praat – altijd over de top, zichzelf overschreeuwend – en door de vulgarisering van op zich fatsoenlijke en van anderen gejatte argumenten. Door zijn optreden bevestigt hij de karikatuur die in de ‘linkse’ pers van ‘rechtse’ opiniemakers is geschetst.

‘Stel dat ik nu een stuk wil schrijven over dubbele nationaliteiten. Dat onderwerp is, door de link die Wilders heeft gelegd met de islam, al zo beladen dat je eerst vierhonderd woorden nodig hebt om uit te leggen wat je allemaal níet bedoelt. En zo helpt hij een belangrijk thema om zeep. Hij wil het deksel niet op de vulkaan leggen, hij wil het ervan afhalen. Dat is zijn politieke agenda; laat maar opborrelen, de lavastroom. Maar Wilders is niet in staat die lavastroom in goede banen te leiden. Hij vervreemdt zichzelf van iedereen en loopt nu eenzaam en alleen door een woestijn. Om ten slotte vast te lopen in het systeem, want dat gebeurt: het systeem kapselt hem in. Op de lange termijn zal Wilders geen enkel effect hebben.’

Gevaarlijk wil Spruyt Wilders nog niet noemen; de ‘vervuiling’ door Wilders van het debat over de islam is vooral ‘ontzettend zonde’. ‘Het was niet nodig geweest, als de gevestigde politieke partijen niet zo verkrampt hadden gezwegen over immigratie en integratie. Die Fortuyn-revolte, daar probeert men een intermezzo van te maken, een episode. Ik steek elke dag een kaarsje op voor de bekering van de PvdA, maar mijn verwachtingen zijn niet hoog; wat ze willen is de grote restauratie, terug naar vroeger. Het was éven gedoe, maar gelukkig is alles nu weer normaal – dat gevoel overheerst. Je ziet hetzelfde zwijgen als onder Paars, alleen gebeurde het toen onbewust en nu bewust – dus het is nu eigenlijk erger. In de campagne voor de Statenverkiezingen ging het over allerlei futiliteiten, maar niet over integratie en immigratie. Wilders kan gemakkelijk scoren. Hij heeft het volgende item al klaarliggen; de importhuwelijken. Daar heeft Verdonk stelselmatig over gelogen en Wilders weet dat. Next target is Nebahat Albayrak.’

Het succes van Wilders komt voort uit het falen van de grote partijen, meent ook Jaffe Vink, vroeger chef van het Trouw-katern Letter en Geest en nu hoofdredacteur van Opinio. ‘PvdA, CDA en VVD hebben tijdens de verkiezingscampagne de problemen van immigratie en integratie gekleineerd en het nieuwe kabinet heeft die kwestie teruggebracht tot een kwestie van woningbouw: nieuwe voordeur, nieuw behangetje.’

Vink vindt dé grote misser van de PvdA ‘dat ze Paul Scheffer niet met open armen’ hebben ontvangen. ‘Scheffer is een uniek en zeldzaam talent, hij had minister voor Integratie moeten worden; dan was de Partij voor de Vrijheid gewoon een kleine partij gebleven. Maar Wouter Bos duldt geen sterke mensen in zijn omgeving, en dan komt zo’n onbenul als die Tichelaar dus bovendrijven. Dan is het bij de aftrap meteen al 3-0 voor Wilders.’

Volgens politiek filosoof Joshua Livestro, die morgen begint als columnist van het tv-programma Buitenhof, komt de kritiek van de intellectuelen op Wilders vooral voort uit kinnesinne en kift. ‘Zo ken ik mijn rechtse broeders weer’, zegt Livestro, die zichzelf omschrijft als ‘gewoon een hele blije VVD’er’. ‘Het is allemaal huilebalkerij. Ze kunnen niet uitstaan dat Wilders het debat bepaalt en niet zij, dat hij dichter bij de knoppen zit en de goede onderwerpen oppakt.

‘Hij is een heel begaafde populist en in Nederland is dat een scheldwoord. Het hoort ook een beetje bij rechts Nederland, daar zijn ze altijd erg druk met elkaar de maat nemen, met afrekenen.’

Livestro kan zich de ‘passie van Wilders voor de islam’ overigens goed voorstellen. ‘Die man heeft geen normaal leven meer, die loopt voortdurend met bodyguards om zich heen en krijgt de ene doodsbedreiging na de andere naar zijn hoofd. Van islamieten, doorgaans; logisch dat hij wat moeite heeft met die mensen.’

HP/De Tijd, dat na 11 september 2001 veel ruimte maakte voor kritische beschouwingen over de islam, heeft nog geen duidelijk standpunt over Geert Wilders ingenomen. Hoofdredacteur Henk Steenhuis: ‘Ik heb met mijn collega’s nog niet besproken hoe we met Wilders omgaan, althans niet in de zin van ‘wat vinden we ervan’.

‘Eerlijk gezegd wéét ik nog niet zo wat ik ervan vind. Hij doet het natuurlijk heel erg goed. Als je er binnen tien dagen in slaagt de twee grootste partijen, het CDA en de PvdA, zo aan het draaien te krijgen in de kwestie van de dubbele paspoorten, heb je knap werk verricht en uitstekende politiek bedreven.

‘Maar ik ben gereserveerd over de reikwijdte van zijn capaciteiten. Hij is geen denker. Ik vind hem een beetje dor, droog en verbeten. En humorloos. Hij heeft geen flux de bouche, zoals Fortuyn, hij brengt zijn standpunten op een enigszins verongelijkte manier naar voren. Hij beledigt mensen om hun voorkomen – wanneer hij het over hoofddoekjes heeft – en om hun geloof. Cabaretiers, tekenaars en satirici mogen beledigen zoveel ze willen, maar politici moeten dat niet doen.’

Steenhuis vindt Wilders niet extreem-rechts. ‘Hij is gewoon réchts. In de onafhankelijkheidsverklaring die hij twee jaar geleden heeft opgesteld, staan zijn opvattingen over de samenleving; dat zijn keurige ideeën die de VVD zou moeten uitdragen, maar de VVD is net als de andere partijen pro-verzorgingsstaat. Er is dus geen andere rechtse partij dan de partij van Wilders.

‘Daarom vind ik het goed dat hij er is; hij vertegenwoordigt ideeën die anders niet klinken en dat is een verrijking van de politieke cultuur die hier vooral een monocultuur is - Wilders is namelijk níet pro-verzorgingsstaat. Hij neemt een afwijkend standpunt in, en typerend voor een monocultuur is dat je je daarmee heel snel woede op de hals haalt.’

Publicist Paul Frentrop, die in oktober 2001 in HP/De Tijd een omstreden stuk schreef onder de titel Er is iets mis met de islam, heeft nog niet de aanvechting gevoeld nu het verhaal Er is niks mis met Geert te maken. ‘Misschien komt het nog, als de Kamervoorzitter hem weer het woord ontneemt. Ik steun zijn standpunten over belastingverlaging en ook die over de islam, en als zijn partij afgelopen week aan de verkiezingen had meegedaan, had ik zeker op hem gestemd. Ik stem altijd op politici die met de dood worden bedreigd of die al vermoord zijn.’

Dat onder de schrijvende islam-critici zo weinig steun voor Wilders bestaat, wijt Frentrop aan een combinatie van factoren: ‘Voor de voormalige socialisten onder hen is Wilders wat te rechts. En er zijn ook mensen, zoals Paul Cliteur, die zich vanwege de terreurdreiging terugtrekken uit het debat.

‘Wat zeker ook meespeelt is dat Wilders geen intellectuele pretenties heeft, zoals Fortuyn, die boeken schreef en slimmer, geestiger en ad remmer was. Daarom is Wilders voor intellectuelen geen man achter wie ze zich willen scharen. Bovendien willen de meeste mensen liever niet dood.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden