Zonder poëzie is de liefde maar een treurige bedoening Alison Fell laat verzen verschijnen op de huid van Onogoro

Aan het hof van de Japanse keizer Ichijo arriveerde lang, lang geleden - om precies te zijn 'in de zesde maand van het Jaar van de Haas' - een poëtisch aangelegde dame....

WILLEM KUIPERS

Zo begint, tegelijkertijd licht erotisch en feministisch getoonzet - want bij de keuze van haar naam liet Vrouwe Onogoro zich evenzeer leiden door haar wellust als door haar streven naar onafhankelijkheid - het verhaal dat van deze dame moet hebben bestaan, maar dat in zijn oorspronkelijke vorm is verdwenen.

Wij hebben het aan de Schotse schrijfster Alison Fell te danken dat we nu, zo'n duizend jaar later, kunnen genieten van de liefdesavonturen die Vrouwe Onogoro aan het keizerlijke hof beleefde en die haar op het lijf geschreven waren. Soms letterlijk. Op een goed moment verschijnen er verzen op haar huid, die voor haar minnaar sporen van een mededinger zijn, maar die raadselachtig genoeg 'van binnenuit' blijken te komen, als ware poëzie.

In oude 'paleisarchieven' trof Alison Fell flarden aan van de duizend-en-één-nacht-achtige vertelling waarvan Vrouwe Onogoro het middelpunt is geweest en zij besloot - vermoedelijk omdat zij in de verweerde spiegel van deze annalen niet alleen veel wreedheid en veel schoonheid, maar ook iets van zichzelf zag - daar een herschepping van te maken.

Het zou mooi zijn als het waar was, maar het is niet waar. Het is fake. Alison Fell heeft de lezer - overigens op uiterst slimme wijze - een Japanse kool gestoofd. Het verhaal van hofdame

Onogoro en haar 'kussenjongen' berust, ondanks frasen op de titelpagina als 'bezorgd door Alison Fell' en 'onder gebruikmaking van de Engelse vertaling van Arye Blower', van a tot z op fantasie, behoudens wellicht de naar het beroemde Verhaal van Genji verwijzende gegevens die onze bedriegster in de Japanse literatuur heeft aangetroffen.

Wie De kussenjongen van hofdame Onogoro gaat lezen, zal vroeg of laat dit bedrog zelf ontdekken, en ik heb, nu ik voor de tweede keer over dit boek schrijf, opnieuw geaarzeld of ik het moest onthullen, want het plezier dat je aan de lotgevallen van de hofdame beleeft, wordt ontegenzeggelijk voor een deel gevoed door het idee dat er duizend jaar geleden in een voor ons onbekend Japan zoiets eigentijds en vrijmoedigs als deze hofdame heeft bestaan. Die suggestie hoeft, denk ik, niet aan kracht in te boeten als je de truc van Alison Fell doorziet. Misschien lees je het boek dan zelfs beter.

Het gaat om het verháál, en dat is eigenlijk heel eenvoudig. Hofdame

Onogoro neemt, in die tijd aan het Japanse hof gebruikelijk, een vooraanstaand, gehuwd man als minnaar. Dat is goed voor je status èn voor je liefdeleven. Een moeilijkheid is dat Onogoro's minnaar, een oude generaal, nogal saai is. Krijgskundig gesproken is zijn tactiek bij de minzieke veldslagen waarvoor hij zich aangordt, er een van aanvallen en nog eens aanvallen, maar nauwelijks van veroveren. Voor dat laatste ontbreekt hem de fantasie die, zoals bekend, met behulp van het woord kan verleiden.

Om in deze leemte te voorzien - hofdame Onogoro is per slot van rekening een dichteres, getuige haar verzen, die door Esther Jansma werden vertaald - neemt zij een blinde staljongen in de arm. Verborgen achter een kamerscherm moet hij haar met zijn vertellingen in opwinding brengen, terwijl de generaal zich aan haar lichaam wijdt.

Die combinatie voldoet.

Ze voldoet niet alleen de dame in kwestie, maar ook de lezer - zelfs als hij op den duur begrijpt dat hij wordt ingepalmd met pure verzinsels -, omdat de ongeletterde paardenvriend die zijn Vrouwe terzijde staat, haar zulke zinnenstrelende, vrolijke, schokkende en wrede variaties op het thema liefde weet in te fluisteren, dat voor haar het woord bij wijze van spreken vanzelf vlees wordt (of omgekeerd).

Het zijn prachtige verhalen die deze 'kussenjongen' te vertellen heeft. Het zouden heel goed èchte, oude, Japanse sprookjes kunnen zijn, want dat zijn de zinneprikkelende inblazingen van de blinde jongen in de eerste plaats: sprookjes, zoals het verhaal over een keizer, die er maar niet in slaagt het schuchtere, lieftallige meisje Akido zijn wil op te leggen. De meest verschrikkelijke dingen haalt hij uit om haar gereserveerde onschuld te breken.

Dat lukt hem niet. Niet als hij voor de ogen van het meisje een kolossale hengst een maagdelijke merrie laat bespringen, niet als hij een ezeltje gruwelijk door wolven laat verscheuren en ook niet als hij ten slotte woedend zijn lid in het kooitje met prachtige vlinders van Akido steekt en 'zijn keizerlijke climax kleverig de vlinderkooi binnenspuit'.

Het lukt hem pas als hij het meisje dwingt een paar schoenen aan te trekken die vervaardigd zijn uit enkele honderden vlinders: 'Oranje en zwarte atalanta's vormden de zolen, zilveren paarlemoervlinders het bovenleer, en rond de enkels waren de schoenen gegarneerd met drie contrasterende kleuren: kleine vos, koninginnepage en koolwitje. En al die beeldschone vleugeltjes fladderden in een hulpeloos koor van pijn, want de naaister had strenge instructies gekregen dat alle diertjes waaruit deze ellendige schoenen bestonden, in leven moesten blijven.'

Zulke vertellingen maken De kussenjongen van hofdame Onogoro tot een belevenis, maar wat meer zegt: daarmee lucht Alison Fell ook haar gemoed en geeft ze haar irritatie prijs over het feit dat in een door mannen geregisseerde ontmoeting tussen de geslachten de fantasie zo ontbreekt. Als zij dit, nooit expliciet, maar altijd, voor de goede verstaander, tussen de regels door voelbaar probeert te maken, weet je dat dit boek met het oude Japan niet zo heel veel te maken heeft en alleen in deze tijd zo geschreven kon worden.

Dan krijgen de politieke machinaties, waarvan in deze roman ook sprake is, of de manier waarop vrouwen met elkaar omgaan als er géén mannen bij zijn, een beetje een gewild-moderne en niet erg overtuigende aankleding, maar dat laat onverlet dat De kussenjongen van hofdame Onogoro, juist door zijn bedrieglijke vorm, een serieus, somwijlen prikkelend, maar overwegend ontspannen en speels boek is, dat misschien maar één ding duidelijk wil maken: dat zonder het woord, in casu de poëzie, de liefde maar een treurige bedoening is. Geen wonder dat hofdame Onogoro er op het eind met haar sprookjesverteller vandoor gaat, uiteraard om nog lang en gelukkig te leven.

Alison Fell: De kussenjongen van hofdame Onogoro.

Vertaald uit het Engels door Tinke Davids.

Van Gennep, ¿ 39,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden