Zonder Igor

Akram Khan houdt van danstradities, maar alleen als hij ertegenin mag gaan. Het resultaat: Le sacre du printemps zónder Stravinsky.

Toch niet alweer een Sacre? Jawel, inderdaad. Op 29 mei 2013, exact een eeuw na de allereerste uitvoering van Le sacre du printemps, had Londen de perspremière van Akram Khans versie, vanavond en morgen in Julidans. Sinds de oeruitvoering in 1913, een samenwerking tussen de Russen Igor Stravinsky (muziek) en Vaslav Nijinsky (choreografie), zijn er in de dans ontelbare variaties uitgebracht. Alleen al in dit jubileumjaar waagden behalve Khan ook collega-hotshots als Sacha Waltz en Shen Wei zich aan een interpretatie van de beroemde muziek. Maar ga gerust kijken, want Khan doet het echt anders: hij laat Stravinsky achterwege.

Le sacre du printemps veroorzaakte destijds veel ophef omdat zowel de muziek ('barbaars') als de dans ('lelijk') rigoureus brak met de klassieke traditie. Uiteindelijk echter schreven met name Stravinsky's verbrokkelde ritmes, dissonante klanken, straffe herhalingen en ongegeneerde expressiviteit geschiedenis. Een beetje choreograaf wil ooit iets met deze energieke, complexe compositie.

Zo niet Khan. Toen theater Sadler's Wells hem vroeg, trok hij zijn eigen plan. Het meesterwerk maakt hem bang. Bovendien kan hij de muziek niet los zien van de choreografie die Pina Bausch erop maakte. Dus besloot hij te doen wat hij altijd doet: werken met eigentijdse componisten. Ben Frost, Jocelyn Pook en Nitin Sawhney zorgen voor een eclectische mix van agressieve elektronica, folkloristische viool en oosterse ritmes.

Hoewel we het dus zonder de stuwende kracht van Le sacre du printemps moeten doen, wat niet altijd even fortuinlijk is, belanden we met iTMOi ('in the mind of Igor') wel degelijk in de wereld van Stravinsky en zijn muziek. Waar Stravinsky het wilde en onconventionele deel van zijn geest in klanken ving, vangt Khan het wilde en onconventionele deel van hun beider geesten in beelden. Met een stoet aan kleurrijke, symbolische figuren - van een demonische priester tot een witte koningin en een faunachtig wezen met horens - is iTMOi een voor Khans doen ongewoon uitzinnige en surrealistische visuele gekte. Wat dat betreft een mijlpaal in zijn oeuvre.

De Bengaals-Britse Khan (38) heeft naam gemaakt met zijn eigenzinnige vertaling en gebruik van klassieke Indiase kathakdans. Daarmee ging hij net als Stravinsky ook tegen een traditie in. Hij werkte samen met beroemdheden als choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui, prima ballerina Sylvie Guillem en actrice Juliette Binoche, met de beeldend kunstenaars Anish Kapoor, Antony Gormley, Tim Yip. Solo's, duetten, groepswerken - alles was gerelateerd aan ervaringen in zijn eigen leven. Met als hoogtepunt Desh (2011), een solo over zijn jeugdherinneringen aan Bangladesh. iTMOi is Khans eerste niet-autobiografische stuk.

Zes maanden lang - hij had een blessure aan zijn achillespees en dus alle tijd - verdiepte Khan zich in Stravinsky. In Londen vertelde hij: 'Het vergt moed om persoonlijk te zijn in het theater, maar persoonlijk zijn is ook een comfortzone. Ik heb moeten loslaten wat ik kende. Stravinsky zocht zijn eigen stem, ik heb juist geprobeerd mijn eigen stem kwijt te raken. Op een gegeven moment liep ik zelfs als Stravinsky, mijn vrouw werd er gek van.' De parallel is verleidelijk: zoals voor Stravinsky Le sacre du printemps een breuk was, is voor Khan iTMOi een breuk. Of dit voor Khan hout snijdt, moet de toekomst uitwijzen. Wel is de breuk, de chaos, een thema in iTMOi, net als in de Sacre. De voorstelling verloopt fragmentarisch en muzikale en choreografische patronen worden net zo makkelijk in gang gezet als van richting veranderd.

Het oorspronkelijke verhaal gaat over een meisje dat zich gedwongen dood danst, als offer aan de lente die in aantocht is. Dit gegeven staat voor de eeuwige cyclus van leven en dood, van voortgang en stilstand, van vernieuwing en traditie. Stravinsky, die ook een dogmatische en orthodoxreligieuze kant had, baseerde zich op een heidens Russisch ritueel. Khan haalt verschillende aspecten daarvan naar voren. We zien bijna dierlijke dansen, maar ook keurige dorpse folklore. Stille adoratie en de energie van een vurige massa, maagdelijke onschuld en erotiek, macht en machteloosheid.

Opmerkelijk is de rol van het meisje. Zij wordt door de witte koningin ('een patriarch, zoals India ook een moederland is') aangewezen als opvolgster; degene die moet sterven, is dit keer een man. 'Stravinsky veranderde ook om de haverklap van mening', is Khans laconieke reactie. 'En waarom moet het slachtoffer altijd een vrouw zijn?' Misschien ligt hier toch nog een autobiografisch linkje; Khan is net twee maanden vader, van een dochter, 'Little Lilly' op z'n Japans.

Wat is goed, wat is fout? Het zijn vragen die ook met dit andere einde komen bovendrijven. Volgens Khan ging het Stravinsky in essentie om de twijfel en is dat ook de reden dat hij de priesterfiguur in flarden het verhaal van Abraham laat vertellen, bekend in zowel het christelijke, joodse als het islamitische geloof. Abraham moet zijn zoon Isaac offeren. Hij gehoorzaamt God en wordt daarvoor beloond: op het moment suprême stopt een engel hem en mag hij in plaats van zijn kind een ram offeren. Voor Khan is het een bijzonder verhaal. Zijn moeder vertelde het hem toen hij klein was en zei er dan altijd bij: 'Maar ik zou jou nooit offeren.' Dat verwarde hem, en dat was precies haar bedoeling. Neem niks zomaar aan, zet bij alles in het leven je vraagtekens.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden