Zonder het te beseffen zijn we in Nederland aan het Amerikaniseren geslagen wanneer het over raciaal en etnisch verschil gaat

null Beeld
Beeld

Er bestaat verwarring of je nu 'blank' of 'wit' moet zeggen. De 'blanke' man of de 'witte' man, die dan ook maar meteen boos is. Ik zeg wel: verwarring, maar dat is te zachtaardig uitgedrukt. Je kan beter spreken van een woordenstrijd, want 'blank' zou suggereren dat hier geen sprake is van een bepaalde etniciteit, terwijl 'wit' het duidelijk benoemt.

Het lukte mij nooit het een meeslepende kwestie te vinden, omdat ik altijd dacht: waarom zou een anglicisme (white) zoveel beter zijn dan een gallicisme (blanc). Maar toen stuitte ik op iets waar ik niet eerder aan had gedacht. Ik kwam te spreken over mijn vader en moeder, inmiddels overleden, en de kennis vulde aan: 'Dus jij had witte ouders?' Dat werd me te gortig, want bij leven en welzijn verhielden we ons nooit met elkaar als wit-zwart, maar als blank-gekleurd. Het zou een anachronisme betekenen ze ineens wit te schilderen.

Iets soortgelijks overkwam de Amerikaanse schrijfster Margo Jefferson, die een boek schreef over haar Amerikaanse, zwarte bourgeois jeugd in de jaren veertig en vijftig (net vertaald en verschenen in de reeks 'privé-domein'.) Er was een manier waarop die zwarte elite van artsen, advocaten, zakenmensen en bankiers zichzelf zag en benoemde: als 'Negroes' (met een eerbiedwaardige hoofdletter). De autobiografie die Jefferson schreef kreeg dus de titel die de toenmalige verhoudingen weerspiegelden: dat werd Negroland. Historisch klopt het, maar tegenwoordig klinkt 'Negro' zeer ongemakkelijk. Ook in Nederland spreken we inmiddels over het N-woord. Er kwam dus heisa over die titel, en die heisa begrijp ik, maar die Jefferson begrijp ik beter. Het is trouwens een erg mooi, precies boek dat een bevoorrecht leven schetst van nog vóór de burgerrechtenbeweging, dat toch getekend is door ongemak en discriminatie.

Toen begon me iets te dagen, ook al omdat ik ergens anders las over de zogenoemde great migration, grofweg de periode tussen 1890 en 1920 toen veel immigranten vooral uit Oost- en Zuid Europa, zich in de Verenigde Staten vestigden, het land waar de WASPS (White Anglo Saxon Protestants) zich voor de stamvaders hielden. Onder die migranten waren flink wat Joden en katholieken, en die moesten iets leren. De Afro-Amerikaanse schrijfster Toni Morrison omschrijft het zo: 'Deze migranten (...) die echte Amerikanen wilden worden, begrepen dat ze zich moesten distantiëren van hun geboorteland 'in order to embrace their whiteness'. Om hun witheid te omarmen.

Dat is gek, want die Europeanen kwamen uit landen waar niet de huidskleur, maar veel vaker de religie allesbepalend was. Ze waren officieel wel blank, maar dat deed er niet zo toe, want dat was iedereen in hun geboorteland. Pas in Amerika, waar een strenge kleurlijn bestond, werd het belangrijk zich als 'witte Amerikanen' op te stellen, ter onderscheiding van de zwarte Amerikaanse bevolking.

'Witheid' als een typische Amerikaanse kwaliteit, die de onnozele blanke Europeanen zich eigen moesten maken.

En nu mijn punt: ook in Nederland zijn blanken, zeker na de jaren zeventig, langzaam maar zeker bezig zich een 'witheid' aan te meten, als een aparte etnische categorie. Dat kan gepaard gaan met een zeker schuldbewustzijn, 'sorry, ik kan er ook niets aan doen', maar soms straalt het juist een onverholen triomfalisme uit: ik ben de echte Nederlander, de gewone witte man etc.

Zonder het te beseffen zijn we in Nederland aan het Amerikaniseren geslagen wanneer het over raciaal en etnisch verschil gaat. En niet alleen de voormalig blanke Nederlanders, maar ook de gekleurde landgenoten, die zich nu bijvoorbeeld Afro-Surinaams zijn gaan noemen. Alle raciale rollen zijn aan het schuiven en hoe pertinenter de ene groep zich opstelt, des te groter wordt het verschil met de andere. Wit en zwart beginnen in Nederland op zijn Amerikaans tegenover elkaar te staan. Dat vind ik geen onverdeeld genoegen, al was het maar omdat alle 'tussenkleuren' geen veilig heenkomen meer vinden en geplet dreigen te worden in deze tweekamp.

In Vrij Nederland wordt de wetenschapster Amade M'Charek geïnterviewd en die zegt: 'Ook een begrip als identiteit is vloeibaar (...). Je ziet dat er een bepaald type antiracismediscours is geïmporteerd uit Amerika, dat vervolgens hier wordt geïmplementeerd. Maar wij hebben een andere geschiedenis.'

Gevolg: Als mijn ouders nog leefden, waren ze misschien wel wit geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden