Zonder haast

LOSBANDIG, SMERIG EN GEVAARLIJK, MAAR OOK ADEMBENEMEND EXOTISCH. IN ANDALUSIË HEEFT HAAST NOOIT BESTAAN...

DOOR JEROEN WIELAERT

Schoonheid en lelijkheid gaan samen, in dezelfde straat, aan dezelfde gevel.

Langs lange, smalle wegen met puien vol gietijzeren balkons kreunen renaissancistische gebouwen. Ze oogt smoezelig, maar toch is ze een aantrekkelijke stad, Osuna. Niet mondain, maar een stad van zichzelf; niet van toeristen en ander vluchtig volk.

Een intieme, onder veel stof authentiek gebleven oude hertogenstad. Haar trotse karakter is niet geweken. Hier zijn de grote Europese renovatiefondsen nog niet binnen gestroomd. De kalmte is weldadig. Dit is Andalusië. Hier hebben de mensen geen haast, nooit gehad. In Andalusië gaat nog veel anders dan in de rest van Spanje .

Het Plaza Mayor is het statige pronkstuk in het centrum van Osuna. Een appartementengebouw met een smalle, scheve gevel trekt de aandacht. Links daarvan staat het Casino, een oude, openbare sociëteit; een klassiek zalencomplex waar het ouderwets goed zitten is in lage stoelen, met een kop thee, of een glas bier, geserveerd door keurige oude obers.

Hier vandaan voert de wandeling omhoog naar een vierkante kapittelkerk uit de zestiende eeuw: de Santa Maria de la Asunción. De buitenmuren moeten dringend worden opgeknapt, de dorpsjeugd heeft de lichtbakken eromheen stuk gegooid, maar het interieur straalt naar behoren, met veel Roomse tierelantijnen, schilderijen en beelden.

De San Pedro, beneden, is ook al zo'n straat van vergane glorie, compleet met een als hotel hergebruikt paleis, het Palacio del Marqués de la Gomera. Zeventiende eeuw, vier sterren.

Osuna ligt op de weg die de Amerikaanse diplomaat Washington Irving aflegde in 1829. Hij maakte deel uit van een aanzienlijke groep schrijvers en kunstenaars die werden getrokken door het Wilde Zuiden van Spanje. Het land was een bestuurlijke chaos, al anderhalve eeuw zijn status van leidende wereldmacht voorbij, vol rovers en bandieten. Arm het koninkrijk, maar majesteitelijk de landerijen, de bergen.

De herbergen waren er smerig. De pakezels stonden in de hal te schijten. Een wildernis vol vrijheid, dat was het. Daarvoor trok die ongedurige lichting Europeanen over de Pyreneeën. Uit onvrede met hun eigen land, hun zucht naar avontuur, om zakelijke of politieke redenen, dan wel een combinatie van alles.

Andalusië lag schitterend braak voor dit slag van romantiek doortrokken geesten, zoekend naar pure schoonheid en briljante ontberingen. Zo'n pionier was Lord Byron. De Engelse dichter verbleef in 1809 even in Cadiz, de mooiste stad die hij mocht aanschouwen, met de mooiste vrouwen ter wereld -zoals hij aan zijn moeder schreef. In diens sporen volgde twintig jaar later Benjamin Disraeli. In 1830 reisde hij twee maanden door Andalusië, 26 jaar oud en nog lang geen premier van Engeland. Hij noteerde in een brief aan zijn zuster: 'Ze hebben hier de bontste manieren en in hun halve wildernis houdt elk district er met barbaarse jaloezie zijn eigen gewoonten en gewaden op na. Een zwakke regering laat de gemeente terugzakken tot haar basis en roof wordt eervoller dan oorlog. Een dief wordt beter betaald dan een soldaat...Oh! Wonderlijk Spanje! Dit romantische land, bedekt met moorse ruïnes!'

Washington Irving deed tezelfdertijd lovend verslag in zijn Tales of the Alhambra. Enthousiast noteerde hij: 'Laat anderen maar mopperen over het gebrek aan tolwegen en weelderige hotels en alle bestudeerde gemakken van een platteland dat tot tamme doorsnee is bewerkt. Geef mij maar het ruige stijgen van de bergen, de overal dolende, chaotische gewoonten die zo'n echte wilde smaak geven aan romantisch Spanje!'

De Amerikaan reisde samen met een Russische collega. Ze hadden een goed bewapende gids en genoeg smeergeld voor hun tocht over een eeuwenoude verbindingsroute van Sevilla naar Granada, via Carmona, Osuna en Antequera. De moderne overheden hebben ingespeeld op die romantiek en in 2000 overal borden 'Ruta Washington Irving' langs de weg gezet. Hij is goed na te reizen, maar er zijn kruispunten te over om van dat klassiek-moderne traject af te wijken en bekende publiektrekkers als het Real AlC & Aacute;zar in Sevilla en het Alhambra in Granada links en rechts te laten liggen. Het Andalusische binnenland biedt onbekende, onverwachte hoogtepunten te over.

Het karakter van het oude weerbarstige Andalusië is verbazingwekkend mooi intact gebleven. Het ligt goed verscholen, ja bijna beschermd achter de Mediterrane wal van druk bevolkte hotelburchten aan de Costa del Sol en de Costa de la Luz. Hier verstomt het high-tech lawaai van de hitsige boulevards in de sereniteit van oude eeuwen. Niet alleen klassieke grond en muren worden goed bewaard. Er is ook nog een weldadig behoud van stilte.

In die sfeer is het Hotel Santa Fe, een oude boerderij even buiten Coín in het binnenland boven Torremolinos, een uitstekende uitvalsbasis voor een eigenzinnige rondrit. Het hotel is van de Nederlandse gebroeders Warden en Arjan van de Vrande die in tien jaar tijd hun ideaal van een nieuw leven als hotelier in werkelijkheid hebben omgezet.

Het gaat ze goed, ze onderscheiden zich sterk van de traditionele boerenkeuken. Na de pensionering van hun Belgische kok is een jong duo Noord-Hollandse chefs gaan werken aan een nieuwe kaart. Het gaat de Italiaans-Franse kant op met voorgerechten als kalfsham met tonijnmayonaise, gerookte makreel met aubergines en een hoofdmaaltijd als eendenborst in een saus van grapefruit.

'De sfeer is heel relaxed, weinig commercieel', heeft Van de Vrande ervaren. 'Madrilenen denken nog altijd dat ze dom zijn in Andalusië, maar die tijd is voorbij. De oude landbouwgrond is geld waard geworden. Wat blijft is een gebrek aan stress, wat weer stress veroorzaakt bij degenen die dat niet kennen. Voor een Andalusiër is het onbeleefd om te zeggen dat hij geen tijd heeft. Ze zeggen hier: ik kom. En dat doen ze dan niet.'

Onze tocht naar het Andalusië van Byron, Disraeli en Irving voert vanaf Coín eerst naar het noorden. Sloom opent het land zich in prettige leegheid, met een uitgestrektheid aan groene velden. De wegen zijn goed geasfalteerd, de herinnering aan woeste struikrovers is onder het teer versmolten: het resultaat van veel Europese subsidie. In een bocht is een keurige ruimte gemaakt voor een panorama op het eerste witte dorp van de rit: het goed bewaarde Tolox.

Het fraaie centrum ligt boven in het dorp. De weg erheen voert door frisse smalle straatjes zonder trottoirs, met traptreden in het midden. Gietijzeren zitbanken staan er op een rustig pleintje dat fungeert als de hangplek voor bejaarde mannen die er oude en nieuwe gesprekken brommen. Typerend voor de cultuur van al die dorpen waaruit de jeugd lijkt te zijn verdwenen.

Dieper het land in gaat de A-382 langs de Sierra de Lija. Van kilometers afstand wordt het Castilo Olvera zichtbaar, de plompe Moorse bergburcht die Olvera domineert. Alweer zo'n blakend wit stadje. Het is een mooie wandeling naar boven door steile, smalle straten. Op de top pronkt een achttiende-eeuwse kerk met dof rood en zacht geel geverfde muren. Vlakbij is de ingang naar het kerkhof . Geen begraafplaats, maar een wonderbaarlijke stapelplaats van bont versierde kistkluizen.

In Palma del Rio, halverwege de hoofdweg van Sevilla naar Córdoba staat het Hotel La Hospederia de San Francisco. De oprichting dateert van 1492, testamentisch bepaald door Luis Portocarrero, zevende Heer van Palma del Rio. Het is een plezier te overnachten in dit oude klooster met een serene binnentuin en stille galerijen.

Córdoba, de grote stad aan de Rio Quadalquivir ,slurpt met de wereldberoemde Mezquita, de Joodse buurt en de Plaza de Corredores veel massatoerisme op en leidt daarmee mooi de aandacht af van Úbeda, zo'n honderd kilometer naar het oosten. Daar vestigden zich de vijftiende-eeuwse ridders en edelen in rijke paleizen volgens de nieuwste Renaissance-stijlen. Ze staan er nog, al heeft de moderne tijd zich hier op een slecht bewaakt ogenblik aangediend met de aanleg van een parkeergarage onder het Plaza de Andalucía.

Hier stond het curieuze standbeeld van de oude generaal Saro die aan de zijde van Franco in de burgeroorlog meevocht. Het staat nog beschreven in de reisgids voor Spanje van de laat twintigsteeeuwse romanticus Rik Zaal. Sinds een paar jaar is het verdwenen. Nu vloekt de ingang van het P-trappenhuis van glas en metaal vreselijk met de klassieke gevels. De kerkklok dichtbij slaat het uur met een roestig geluid, als teken dat de rest van de oudheid goed bewaard is gebleven.

Terug naar het zuiden lijkt de eenentwintigste eeuw nog verder te verdwijnen in Guadix. De stad bevat een bijzonder complex met grotwoningen, een stelsel dat zich even wonderlijk voordoet als de hoogtepunten van de oude Moorse beschaving. De wijk heet Barrio de Santiago en is het beste te bewandelen vanaf de Plaza del Padre Poveda met de sobere, strakke kerk, de Escuelas del Sagrado Corazon. Vanaf het heilig hart gaat het de trappen op en dan is er een weids uitzicht over deze curieuze grottenwijk met een woud aan lemen schoorstenen. Verderop is de roodbruine ruïne te zien van het Alcazaba, de Moorse burcht.

Een laatste, indrukwekkende blik op het verstilde Andalusië genieten we op de ruige hellingen van de bergketens van de Sierra Nevada. De weg omhoog begint bij het forse Castillo de la Calahorra. De top, de Puerto de la Ragua ligt op 2000 meter hoogte. Hier tekent het patroon van toppen en dalen zich nog precies zo af als Irving het zag: 'Immense sierras of bergketens, verstoken van struikgewas en bomen en gevlekt met bont geschakeerd marmer en graniet, die hun zonverbrande toppen laten oprijzen tegen strak blauwe luchten, terwijl in hun ruige boezems de meest met groen overspoelde, vruchtbare valleien liggen.'

Andalusië mag beschaafder zijn dan in de dagen van Byron en Irving, de beleving is niet veranderd. Het is niet verpest, het laat zich nooit helemaal cultiveren. n

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden