Zonder geld geen kunst in de eredivisie

Nederland deed het goed in de kunstwereld, de afgelopen dertig jaar. Maar het was vooral de gouden eeuw van het kunstbeléid. Met de terugtredende overheid springen de signalen op rood.

iet te doen eigenlijk, een bestaan als kunstenaar in de schaduw van de meester van het licht en het donker. Rembrandt Harmenszoon van Rijn heeft de lat onmetelijk hoog gelegd. Op zijn nalatenschap kan niet eens meer een waarde worden geplakt.


Wie het succes van de Nederlandse kunst vandaag de dag meet, ontkomt niet aan de maatstaf die in de Gouden Eeuw is gelegd. Internationaal erkend meesterschap. Vernieuwend, grensverleggend. Het leven van alledag en alleman. Een telg van de machtige Italiaanse bankiersfamilie De Medici kocht werk aan en groothertog Cosimo III had hier wel meer talent gezien: più eccellenti maestri. Er zijn schattingen - later wel betwist - dat ten tijde van de Republiek miljoenen schilderijen zijn geproduceerd, waarvan er zo'n 300 duizend aan het buitenland zijn verkocht.


Maar in de schaduw van die stralende glorie - met de aantekening dat in de 18de eeuw de waardering voor het Hollandse realisme even weg was - is er toch heel wat opgebloeid. Er zijn er die een tweede gouden eeuw hebben gezien, aan weerszijden van het jaar 1900 zo'n beetje, met Vincent van Gogh, de Amsterdamse School, Piet Mondriaan en De Stijl als belangrijkste exponenten. Meer dan in omzet school de waarde van die periode vooral in het experiment.


De echo van die hoogtij-jaren klinkt nog door in de kwalificaties van het oeuvre waarmee de huidige generatie internationaal scoort - al gruwen de meeste kunstenaars van gemene delers op basis van topografie. Maar toch: de Nederlandse architectuur staat te boek als gedurfd, functioneel en innovatief, het design is modernistisch en praktisch, de fotografie vooral realistisch. Je zou met wat fantasie kunnen zeggen: het past in de geest van Rembrandt.


Er is zelfs iemand die een derde gouden eeuw heeft waargenomen. Cultuursocioloog Ton Bevers, tot voor kort als hoogleraar verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, plaatst die in de afgelopen dertig jaar. Zijn bewering steunt op onderzoek onder ruim drieduizend Nederlandse of met Nederland verbonden beeldend kunstenaars en vormgevers. Hun zichtbaarheid in het buitenland is in die periode explosief toegenomen, vooral sinds 1996. Ze waren te zien in musea en galeries, op beurzen en festivals. Op locaties die tellen: New York, Parijs, Londen, Berlijn en Parijs. Het hoogtepunt: 4.000 representaties in 2009. Terugkerende namen in de statistiek: Marina Abramovic, Marlene Dumas, Rineke Dijkstra, Joep van Lieshout, Aernout Mik. Niet in de tellingen, maar wapenfeit van formaat: de prestigieuze Saatchi Gallery in Londen zette de purschuimen beelden van Folkert de Jong op de cover van de catalogus. Maar slecht nieuws is er ook: de derde gouden eeuw is alweer voorbij.


Bevers geeft de credits voor de aandacht over de grens vooral aan de overheid. Die steunde exposure in de vorm van subsidies, culturele posten bij ambassades, het toelaten van buitenlandse kunstenaars op de kunstopleidingen, speciale programma's voor architectuur, vormgeving en mode. Het regende groepstentoonstellingen. Dutch Souvenirs, Die Holländische Welle, Realismo Olandese, Hollandsk Nyrealisme. Bevers: 'Je kunt zeggen dat dit de Gouden Eeuw was van het Nederlands kunstbeléid.'


Dat een helpende hand nodig was, doet volgens hem weinig af aan de kwaliteit. 'Het werk was te zien in zowel de publieke als de private sector. Dat betekent een artistieke en commerciële erkenning.'


Maar de signalen kleuren onder invloed van de crisis rood. Bevers telde in 2010 ineens nog maar 3.000 representaties en verwacht verdere teruggang. Er wordt fors bezuinigd op het kunstbudget. Internationaal worden alleen topinstellingen als het Koninklijk Concertgebouworkest, Toneelgroep Amsterdam en het Nederlands Danstheater en de creatieve industrie actief gesteund. 'Al die fijnmazige voorzieningen voor de infrastructuur van kunst in de breedte zullen verdwijnen of zwakker worden. Dat ga je merken.' De problemen in de bankensector leiden tot verdere verschraling: private cultuurfondsen zijn verdwenen of keren minder uit.


De architectuur mag zich gelukkig prijzen met een lichting bouwkunstenaars als Rem Koolhaas, Winy Maas, Ben van Berkel en Francine Houben. Maar aan de basis van het succes lag volgens kenners net zo goed de financiering van instituten en innovaties vanaf het begin van de jaren negentig. Directeur Fred Schoorl van de Bond van Nederlandse Architecten: 'Zonder de grote bouwopgave en die steun hadden we de wereldtop niet gehaald.' Het heeft geleid tot gebouwen en bruggen met iconische uitstraling, maar de toegevoegde waarde begint volgens Schoorl ook al in het proces dat aan de eerste paal vooraf gaat. Inspraak, publiek-private samenwerking, duurzaamheid, hergebruik. 'De Delta-metropool is een living lab. De beperkte ruimte en de nabijheid van water vereisen veel innovatie en pragmatisme.'


Maar ook hij is niet geheel gerust op handhaving in de eredivisie. 'De bouwprogramma's zijn vrijwel compleet stilgevallen. Zo ontstaan weinig impulsen tot vernieuwing.' Cijfers illustreren dat de branche al op de glijbaan zit. In 2011 bedroeg de totale netto omzet van de bedrijfstak ruim 800 miljoen euro, een halvering ten opzichte van 2008.


Een weinig opwekkend signaal kwam in november van het afgelopen jaar. Het lifestylemagazine Monocle, dat jaarlijks de softpower van landen meet, de culturele slagkracht, doet wat schamper over het veelgeroemde Dutch Design. Het is tijd om dat maar eens aan de man te brengen en het tijdperk van contemplatie achter te laten. Nederland kukelde uit de top tien naar de 15de plek.


Timo de Rijk, hoogleraar Design Cultures aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en voorzitter van de Beroepsorganisatie van Nederlandse Ontwerpers, is niet onder de indruk. 'Monocle is zo'n blad voor snelle jongens die in een privéjet naar Dubai vliegen voor het mooiste koffertje.' Hij bevestigt wel dat het Nederlands ontwerp in een overgangsfase zit: vormgeving is niet langer vooral conceptueel, met museum of galerie als beoogde etalage. Wat nu telt, is het nut en het effect van het product, social design. 'Dat proces gaat nog met vallen en opstaan.'


Het aanzien van het Nederlands ontwerp weegt niet alleen in de kunstwereld. De Rijk wijst op de autobranche. Laurens van den Acker is verantwoordelijk voor het design bij Renault, Adrian van Hooydonk bekleedt dezelfde functie bij BMW.


In de Nederlandse filmscene is geld al decennia trending topic. Dat de producties in het buitenland weinig potten breken, wordt door de makers veelal toegeschreven aan het gebrek aan fondsen en de bemoeizucht van de financiers. Zo kreeg een beginnend scenarist de boodschap dat er 'wel geneukt moest worden', het liefst gevolgd door een fragment met postcoïtale sigaret. Zelfs iemand met de statuur van Paul Verhoeven moet met de pet in de hand langs de instituties. Of geld en kwaliteit zo onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden is aanvechtbaar - er zijn genoeg voorbeelden van goedkope en succesvolle films. Feit is dat in de hoogmis van de artistieke film, het festival van Cannes, Nederland sinds 1975 nooit meer in de competitie is geweest voor de Gouden Palm; Mariken van Nieumeghen van Jos Stelling was de laatste. Dat De Aanslag van Fons Rademakers in 1987, Antonia van Marleen Gorris in 1995 en Karakter van Mike van Diem in 1997 een Oscar haalden, geldt in cinemakringen vooral als een fraaie beloning voor degelijk drama, niet voor het avontuur.


In de muziekwereld, zeker in de populaire varianten, lijkt een springmatras gevuld met belastinggeld minder noodzakelijk. Een zelfgemaakt clipje op YouTube kan onbekenden ineens naar sterrenstatus katapulteren. Er zijn wel programma's voor presentaties op muziekbeurzen als South by South West in Austin. Tot een grote doorbraak van een Nederlandse band heeft dat nog niet geleid.


Maar zonder hulp lukt het dus ook. Al zeven jaar achtereen registreert Buma/Stemra een stijging van de muzikale export, in 2011 zelfs met 23 procent. Vaandeldragers zijn de dj's Armin van Buuren, Tïësto en Afrojack. André Rieu met zijn Johan Strauss Orkest zit ook in de kopgroep - klassiek van gewicht is niet zichtbaar in top van de lijsten; de internationale waardering van violiste Janine Jansen en de dirigenten Bernard Haitink en Jaap van Zweden is er niet minder om. Vaak vergeten, maar behoorlijk substantieel, is de bijdrage van gothic metalbands als Within Temptation en Epica, die volle zalen trekken tot in Zuid-Amerika en Azië toe.


Wie zoekt naar een onderling verband, komt al snel uit bij de vaststelling dat binnen de verschillende genres het veilige midden wordt bewandeld. Dat krijg je al snel, met een beperkt thuispubliek. In de kritiek duikt geregeld het verwijt van weinig originaliteit op. De Haagse band Golden Earring, die in de jaren zeventig en tachtig hits scoorde in Engeland en Amerika, heeft een andere verklaring. Bassist Rinus Gerritsen: 'Wij missen een bepaalde traditie in eigen land, zoals de Fransen bijvoorbeeld wel het chanson hebben. Toen wij begonnen, was er alleen de smartlap. Als jonge muzikant zet je je daar tegen af. Dan kijk je liever naar de landen waar het echt gebeurde. Waar moesten wij anders uit putten?'


De jazz uit het laagland kampte met een probleem van andere orde: blindheid voor kwaliteit. Er was een boek van een Amerikaanse jazzcriticus voor nodig om de ogen te openen. Kevin Whitehead publiceerde in 2000 New Dutch Swing, een meeslepende rapportage over de vitale en experimentrijke Nederlandse jazz, gecentreerd rond drie grote krachtcentrales: Willem Breuker, Misha Mengelberg en Han Bennink. De reactie van de Nederlandse jazzpers was een mengeling van schaamte en bewondering: nota bene een buitenlander had de moeite genomen om het Nederlandse jazzboek te schrijven dat geschreven moest worden - en het was ook nog eens heel goed.


Recentste paukenslag van Nederlandse cultuurdragers: eind vorige maand was er na elf jaar weer een Nederlandse nummer 1 op een Britse hitlijst: Get up (Rattle) van de Bingo Players, een dj-duo uit Enschede. Ze treden vooral op in de Verenigde Staten. Het nummer dateert al uit 2011, maar brak ineens door nadat de Amerikaanse hiphopgroep Far East Movement zang eraan toevoegde. Het resultaat van hartelust mengen. Je hoeft je er niet voor te schamen - Rembrandt Harmenszoon van Rijn deed het per slot van rekening ook.


KWIJNENDE KUNSTHANDEL


Amsterdam dreigt als centrum van kunsthandel weg te kwijnen. Sotheby's is gestopt met veilen, Christie's heeft het aantal verkopen teruggebracht. Ook het aantal galeries neemt af. PAN Amsterdam kampte de laatste editie met minder deelnemers en bezoekers. ART Amsterdam ging vorig jaar niet eens door.


'De gloriedagen liggen achter ons.' Kunsthandelaar en -expert Willem Baars twijfelt niet. Vermogende kopers richten zich voor kunst uit het topsegment op prestigieuze locaties, zoals beurzen in Londen en Basel. 'Daar maak je kans types als Brad Pitt tegen het lijf te lopen.'


Hij verwacht dat het wegvallen van Sotheby's en Christie's vooral de prijzen zal drukken van schilders als George Hendrik Breitner, Carel Willink en Jozef Israëls - gewaardeerd in Nederland, maar internationaal minder. 'Voor hun schilderijen kun je straks alleen terecht in de provincie. Daar ontbreekt de grandeur van een groot veilinghuis.'


Het structurele probleem, zegt Baars, is het gebrek aan geld. 'Je ziet het aan de Nederlandse kunstenaars die doorbreken. Er is talent genoeg, de opleidingen hier zijn goed. Maar als het even kan, vertrekken ze naar het buitenland.'


JATTEN VAN DE DENEN: DE KRACHT VAN HET VERHAAL


Het excuus van een beperkt taalgebied geldt niet langer als schaamlap voor beperkt succes: de onverstaanbare dialogen in Deense films als Jagten en tv-series als The Killing, Borgen en The Bridge (deels Zweeds) vormen geen drempel voor wereldwijde waardering. Los van vanzelfsprekende eisen aan cameravoering en acteerprestaties, leert de piek in de Deense cinema dat het 'm vooral in het verhaal zit.


Susanne Bier, regisseur van After the Wedding en In a Better World, zei vorig jaar in de Volkskrant dat de aandacht voor het script cruciaal is geweest. De strikte regels in de filmbeweging Dogma, opgesteld door Lars von Trier (Breaking the Waves, Dancer in the Dark, Dogville, Melancholia) en Thomas Vinterberg (Festen, Jagten) hebben daaraan volgens haar sterk bijgedragen. 'Alle andere elementen van het filmen werden daardoor afgepeld. We zijn ons in extreme mate gaan focussen op hoe je als filmer het beste een verhaal kunt vertellen.' Opmerkelijk: Deense scenaristen lezen en beoordelen elkaars werk. Ook zij wijzen op de rol van Von Trier. Biers scenarist Anders Thomas Jensen: 'Hij doorbrak de gesloten cultuur en deelde zijn ideeën met anderen.'


Voor de volledigheid: het zit 'm ook in geld. Regisseur en scenarist Tobias Lindholm (Borgen, Festen, Jagten) ziet de steun van de overheid als een belangrijke oorzaak voor het succes. Vijf jaar na afronding van de filmacademie had hij vijf speelfilms en 30 uur tv geschreven en twee films geregisseerd. 'Dat is idioot veel.' Via nationale en regionale fondsen geeft Denemarken per hoofd van de bevolking 8,60 euro uit aan filmfinanciering (47 miljoen euro). Nederland komt na de bezuinigingen uit op 1,44 euro per inwoner. Maar dan nog: een Deense speelfilm kost gemiddeld 2,3 miljoen euro. In 2011 vielen ze 50 keer in de prijzen. Dat zou de Nederlandse cinema toch moeten inspireren. Voelt Paul Verhoeven zich, naar voorbeeld van Von Trier, niet aangesproken?


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden