'Zonder gedetineerden is ons dorp onleefbaar'

Justitie vermoordt ons dorp, verzucht de burgemeester van Veenhuizen. De dreigende sluiting van de drie nog bestaande gevangenissen dwingt de oude strafkolonie op zoek te gaan naar een nieuwe toekomst: als toeristenmagneet.

Met een grote sleutelbos opent Kees Greeven, opgegroeid in Veenhuizen, een isoleercel in gevangeniscomplex de Rode Pannen. Vier jaar geleden stootte Justitie dit gebouw af. Sindsdien worden hier rondleidingen gegeven voor toeristen. Greeven wijst op het bed waarop lastige gedetineerden werden vastgebonden. Zulke constructies worden trouwens nog steeds gebruikt in de andere gevangenissen in het dorp.


De bezoekers kijken toe, muisstil. 'Ik zou echt helemaal flippen', zegt een blond meisje. Tot uit Rotterdam zijn ze gekomen om hier een kijkje te nemen. In een cel verderop - matglas, stalen toilet - poseren een man en een vrouw samen op het plastic matras. Fotomomentje.


Gevangenisdorp Veenhuizen is zichzelf opnieuw aan het uitvinden: als toeristenmagneet. De rechte straten raken op hoogtijdagen verstopt door touringcars en bezoekers met camera's. Grootste trekpleister is het Gevangenismuseum, waar je een ritje kunt maken in een authentieke 'boevenbus' met tralies. Al jaren komen er meer dan 100 duizend bezoekers.


Waar toerisme nu nog een bijzaak is, is het straks mogelijk het enige dat Veenhuizen in leven houdt. Justitie overweegt om de Drentse strafkolonie na bijna twee eeuwen geheel af te stoten. Sluiting dreigt voor de drie nog bestaande gevangenissen: Norgerhaven, Esserheem, Bankenbosch. 'Daarmee vermoord je het dorp', zegt de burgemeester, Hans van der Laan (PvdA). Hij wil niet eens denken aan de mogelijkheid dat zijn inwoners voortaan moeten teren op het sinds kort geopende centrum voor 'culinair erfgoed', het Glasmuseum, de kunstgalerieën, de hotels en de brouwerij, allemaal gevestigd in panden die Justitie al eerder heeft verlaten.


Toch lijkt toerisme de toekomst waar het dorp op voorsorteert. In 2018 wil Veenhuizen worden uitgeroepen tot Unesco-werelderfgoed. Ook als de strafinrichtingen wegvallen, maakt de aanvraag kans, stelt Van der Laan. Unesco kijkt vooral naar de historische waarde van de kolonie, de fin-de-siècle gevangenisarchitectuur, het sombere lijnenspel van grachten en straten. Het Unesco-predikaat zal Veenhuizen internationaal verankeren als monumentendorp, bevroren in de tijd.


Hoe zal dat gaan als het dorp wordt overspoeld met dagjesmensen, terwijl de laatste gevangenen allang zijn afgevoerd? 'Straks krijg je hier Orvelte', zegt mevrouw Hilverda in de keuken van haar gerenoveerde Justitiewoning. Orvelte is een naam die vaker klinkt, als schrikbeeld: een Drents museumdorp op een halfuurtje rijden van Veenhuizen, waar bijna alles namaak en toneelspel is. 'Als dat hier gebeurt, is het niet meer leefbaar.'


Orde en Tucht, staat op de voorgevel van haar huis. 'Je wilt niet weten hoeveel mensen hier foto's willen maken.' Toen ze begin jaren tachtig als 14-jarig meisje in Veenhuizen kwam - zij zal altijd import blijven, zo gaat dat hier, haar kinderen zijn 'koloniaal' - was zoiets ondenkbaar. Het dorp was een gesloten gemeenschap, met slagbomen. De gestichtswacht hield alle buitenstaanders tegen. Tegenwoordig zijn er zoveel toeristen dat soms gemopper klinkt over files en parkeerproblemen.


De directeur van het Gevangenismuseum, Peter Sluiter, staat symbool voor de omwenteling die zichtbaar is in de oude strafkolonie. Tot drie jaar geleden werkte hij bij Justitie, als gevangenisdirecteur in Esserheem, één van de monumentale gestichten in het dorp. Daar bewaakte hij illegale vreemdelingen. Tegenwoordig leidt hij toeristen rond. Natuurlijk heeft Veenhuizen zonder gevangenissen een toekomst, zegt hij. 'Nu al zijn hier veel meer toeristen dan gedetineerden.'


Maar ook hij vreest de dag dat het dorp afkalft tot een onschuldig openluchtmuseum. 'Juist omdat die gevangenissen nog in gebruik zijn, is Veenhuizen nu een mysterieuze plek.' Nergens anders in Nederland komen gewone burgers zo vlakbij gedetineerden als in deze uithoek van Drenthe. 'Ze verkneukelen zich soms: wij zijn goed, jullie niet.' Bijna voyeuristisch. Maar dat geeft niet; het hoort bij het ongemak van Veenhuizen. Bezoekers worden hier geconfronteerd met een gesloten wereld die ze niet kennen. Dat geeft het dorp waarde.


Hij wijst zijn bezoekers bewust op de vrijheidsberoving die hier gaande is. Zijn 'boevenbus' vol toeristen rijdt niet alleen langs voormalige Justitiewoningen met opschriften als Bid en Werk, Plichtgetrouw. Nee, de rit gaat ook door de dubbele hekken van strafgevangenis Norgerhaven. Stapvoets pal langs de getraliede ramen, waarachter langgestrafte gedetineerden zitten. 'Je kunt ze niet echt zien', vergoeilijkt hij. Toch klaagde de jeugdinrichting ernaast. 'Ze vonden het aapjes kijken.'


Aan de rand van het gevangenisdorp staat een levensgroot bord: 'Kolonie in beeld', een project om Veenhuizen toegankelijker te maken voor de duizenden langsfietsende recreanten. De Europese Commissie betaalt eraan mee. Sinds vorige week is het bord afgedekt met een handbeschreven spandoek: 'Veenhuizen verdient detentie.' De dreigende sluiting van de drie gevangenissen raakt het dorp in zijn essentie. Bijna een op de tien inwoners dreigt zijn baan te verliezen.


Vorige week vertrokken justitieambtenaren in een bus naar Den Haag, om daar actie te voeren. Het geldt als ongekend verzet in deze gezagsgetrouwe wereld. 'Het dorp wordt van de kaart geveegd', stelt Hilko Hof (34), voorzitter van de ondernemingsraad en Veenhuizer gevangenismedewerker van de derde generatie. Toen zijn vader een baan kreeg in Assen, moest het gezin halsoverkop verhuizen; zo waren toen de regels. 'Je werd verbannen uit Siberië, zoals het heette.' Maar op 18-jarige leeftijd zette hij de familietraditie voort: hij werd portier in Esserheem.


Als de gevangenissen wegvallen, haken toeristen ook af, vreest Hof. Want die komen echt niet alleen voor museumbezoek. In het dorp zien ze hoe de dagjesmensen stiekem langs Esserheem en Bankenbosch rijden. Even kijken naar de gedetineerden in groene overalls, schoffels in de hand, die afmarcheren onder begeleiding van een werkmeester die 'jongens doorlopen' bromt. 'Straks blijft hier niets over,' zegt Hof.


Lastig is wat er met de markante strafinrichtingen moet gebeuren op het moment dat Justitie zich daadwerkelijk terugtrekt. Esserheem en Norgerhaven zijn gekoesterde rijksmonumenten. De Drentse gedeputeerde Rein Munniksma (PvdA) vreest de dag dat hij de Unesco-delegatie door Veenhuizen moet gaan rondleiden, langs borden 'te koop' en 'te huur' en gevels die dan net beginnen af te brokkelen. De gevangenissen waren er in feite eerder dan de rest van het dorp, benadrukt hij. Pas later zijn de huizen, de school en het ziekenhuis eromheen gebouwd.


Leegstand is dus geen optie. In Veenhuizen worden al personeelsuitjes georganiseerd waarbij deelnemers rondlopen in een zwart-wit gestreept boevenpak. 'Straks krijg je survivalruns door een echte gevangenis', voorziet kunstenares Marleen van Engelen, die in het dorp woont. 'Hennie van der Most-achtige taferelen.' Hennie van der Most is een ondernemer die een oude aardappelmeelfabriek even verderop, in Smilde, omtoverde tot een overdekt pretpark.


Van Engelen en haar partner waren ruim twintig jaar geleden pioniers in het dorp. Het kunstenaarsduo werkte niet bij Justitie, maar verhuisde hierheen vanwege de rust en ruimte. Toen ze de oude barak kwamen bezichtigen die hun woning annex atelier zou worden, werden ze aangehouden door de gestichtswacht. Het was 1991. Buitenstaanders waren in Veenhuizen nog iets ongehoords. Dankzij speciale permissie van de burgemeester konden ze uiteindelijk doorrijden.


Die eerste jaren klopte het dorp nog, zegt ze. Rauw. Veel achterstallig onderhoud. En juist daarom mooi. Het raakte je in het gezicht: dit is een strafkolonie. Ze heeft wel eens voorgesteld in het dorp: moeten we niet eens praten over wat er gebeurt als Veenhuizen nóg toeristischer wordt? 'Nu kan het gedragen worden door het dorp. Ik vraag me af hoe dat gaat als hier echt massatoerisme komt.'


Maar andere bewoners zien het probleem niet, zegt ze. Ze zijn juist trots op zoveel bezoekers.


Aan de rand van Veenhuizen ligt de begraafplaats, in de volksmond 'het vierde gesticht' genoemd. Onder twee naamloze grasveldjes, gemarkeerd met een treurwilg, liggen duizenden gestichtsbewoners uit de 19e eeuw anoniem begraven, in een soort massagraf. Verderop zijn rijen witte kruisen uit dezelfde tijd, zonder inscriptie. Ook hier werden de namen van de overledenen niet genoemd, om de eer van hun familie na hun dood te beschermen.


'Het is een pijnlijke plek, die veel zegt over Veenhuizen', zegt schrijfster Suzanna Jansen. Haar voorouders liggen hier begraven. Ze schreef een bestseller over die familiegeschiedenis: Het Pauperparadijs. Daarin beschrijft ze ook hoe toerisme kan schuren in dit beladen dorp. 'Dat het Gevangenismuseum kinderfeestjes organiseert met als thema 'Vang de ontsnapte zwerver', is ongemakkelijk als je kijkt met de blik van het verleden.'


De gevangenissen confronteren bezoekers nu nog met de realiteit. 'Het gaat natuurlijk te ver om te zeggen dat in Veenhuizen mensen opgesloten moeten zitten omdat het zo fijn is voor het culturele erfgoed. Maar als ze toch opgesloten worden en die gevangenissen zijn hier al, dan moet je wel heel goed nadenken voordat je ze sluit.'


De eerste keer dat ze in Veenhuizen kwam, hoorde ze alleen stilte. Toen een bel. Schafttijd in Esserheem. Het maakte indruk. Zonder zulke momenten wordt Veenhuizen een slap museumdorp, met misschien wel een stalletje kunstbloemen naast het vierde gesticht. 'Daarmee verliest het dorp zijn betekenis.'


Werelderfgoed

Veenhuizen werd in 1823 gebouwd als dwangkolonie voor armen. Aan lager wal geraakte stadsbewoners werden ondergebracht in drie carrévormige gestichten, waar ze onder een streng regime het Drentse veen moesten ontginnen. Generaal Johannes van den Bosch (1780-1844), oprichter van de Maatschappij van Weldadigheid, hoopte zo mensen tot welvaart en beschaving te brengen. Elders verrezen vergelijkbare kolonies. Frederiksoord en Willemsoord waren 'vrije' kolonies, met een milder regime. Van den Bosch was ook actief in Vlaanderen: de 'vrije' kolonie Wortel en het 'onvrije' Merksplas. Na financiële problemen bij de Maatschappij van Weldadigheid werd Veenhuizen in 1859 overgenomen door het gevangeniswezen. Ook de andere dwangkolonies worden tot op heden gebruikt door Justitie. In Ommerschans zit een tbs-kliniek. In het Vlaamse Merksplas een gevangenis en detentiecentrum voor asielzoekers. De zes koloniedorpen hopen in 2018, twee eeuwen na de oprichting van de Maatschappij van Weldadigheid, op Unesco's werelderfgoedlijst te komen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden