ReportageRif-gebergte mist inkomen

Zonder Europese Marokkanen is het stil in het Rif-gebergte

Karim Boulidam uit Utrecht geeft in een plaatsje in het Rifgebergte schooltassen weg aan kinderen. Nu de meeste Europese Marokkanen hun vakantie niet doorbrengen in het land waar hun familie woont en er dus geen geld uitgeven, heerst er armoede.Beeld César Dezfuli

Elk jaar komen de Europese Marokkanen massaal naar hun tweede huizen in de Rif. Dan wordt er geklust, getrouwd en gefeest. Maar door corona blijft vrijwel iedereen nu weg, en dat leidt tot nijpend geldgebrek

De kinderen staan al te wachten, buiten de poort van de school. Hun gezichten staan ernstig, ze zeggen niet veel. Totdat Karim Boulidam (33) uit Utrecht het zandweggetje naar de school op rijdt. Hij parkeert zijn auto naast de kleine moskee, een gebouwtje dat helderwit afsteekt tegen de rode bergen.

Het is alsof een regieassistent een filmklapper heeft dichtgeslagen en de camera gaat draaien. De kinderen komen plotseling tot leven. Ze rennen het plein van de school op. Daar stellen ze zich op bij de streepjes die op de grond zijn geschilderd. Een meter uit elkaar, want ook hier in Marokko gelden de wetten van de coronapandemie.

Vier jongetjes sjouwen een grote tafel naar het midden van het schoolplein. Karim en zijn vriend Jamal beginnen hun auto uit te laden. Op de tafels bouwen ze een toren van kleurige schooltassen, voor de meisjes met de prinsessen van Frozen, voor de jongens de superheld Spiderman.

Even later roept de directeur van de school de namen af, te beginnen bij de jongste leerling. Mohamed! Youssef! Khadija! De kinderen lopen naar voren. Als ze een tas in hun handen gedrukt krijgen, trekt er een lach over hun gezicht. ‘We hebben gehoord’, vertelt Karim, ‘dat er zelfs kinderen zijn die ’s nachts met hun tas gaan slapen. Zo blij zijn ze ermee.’

In dit dorpje, hoog in het Rifgebergte, zagen ze dit jaar niet veel mensen van buiten. Tijdens andere zomers wemelt het hier van de Marokkanen die in Europa wonen. Maar dit jaar bleven die massaal weg. Ze waren bang dat de grenzen weer plotseling dicht zouden gaan, zoals ook dit voorjaar gebeurde, toen duizenden Nederlanders wekenlang vastzaten in Marokko. Of ze vonden de reis te ingewikkeld, omdat er geen boten gaan vanuit Spanje, en omdat dure coronatests zijn vereist.

De zomer is normaal het seizoen waarin het Rifgebergte in beweging komt. Verreweg de meeste Marokkaanse Nederlanders zijn afkomstig uit dit gebied. Als zij in de zomer hun familie bezoeken, wordt er geklust, getrouwd, gewinkeld en gefeest. Nu gebeurt er niets.

Ooms en tantes

Ook in de werkplaats van Mimoun Zaghoud (37), die een bedrijfje heeft in aluminium ramen en rolluiken, is het stil. Zoals zovelen hier heeft hij veel familie in Nederland. Elk jaar kwamen zijn ooms en tantes ’s zomers over, met hun citroenballen en koekjes met karamel. Nu zijn ze thuis gebleven, in al die verre plaatsen die hij alleen kent van horen zeggen: Rotterdam, Arnhem, Utrecht.

Zonder de Marokkanen uit Europa, die hier massaal tweede huizen bezitten, heeft Mimoun niet veel te doen. ‘Ze willen erbij zijn als er aan hun huizen wordt geklust’, verklaart hij, terwijl hij thee drinkt. In de werkplaats ruikt het niet zoals anders naar aluminiumslijpsel, maar naar verse munt.

De straat van zijn werkplaats is uitgestorven, de rolluiken van de huizen zijn gesloten. Achter de tralies van de deur aan de overkant zijn achterstallige rekeningen gestoken - de eigenaren zitten in Nederland. Als het tijd is voor de gebedsoproep, weerkaatst het stemgeluid van de muezzin hol tussen de gebouwen.

Het wegblijven van de families uit Europa is voor hem een groot probleem, bekent Mimoun. Pas tien maanden geleden opende hij zijn werkplaats. Hij had geld geleend van een familielid, de afspraak was dat hij het deze zomer zou terugbetalen. ‘Mijn plan was om heel hard te werken’, vertelt Mimoun. ‘Zodra het kon, zou ik een bestelbusje kopen.’

Toenemende wanhoop

Hij ziet de wanhoop, vooral bij jongeren, toenemen. Steeds vaker doen verhalen de ronde van groepjes mannen die besluiten de oversteek naar Spanje te wagen. Het aantal migranten dat Spanje bereikt vertoont dit jaar een gestaag stijgende lijn, van vijfhonderd in april tot vijfduizend in juni, volgens de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. Onder de nieuwkomers zijn vooral Algerijnen en Marokkanen.

‘De afgelopen jaren bleven de mensen hier’, vertelt Mimoun. ‘Er was werk, ze konden een beetje sparen. Maar door corona zijn ze gedwongen hun spaargeld op te maken. En als het op is, dan gaan ze denken aan vertrekken.’

De Marokkaanse Nederlanders, ondertussen, weten heel goed dat ze worden gemist. Het bewijs daarvoor werd geleverd door Karim Boulidam, een van de weinigen die wel gewoon op vakantie gingen naar Marokko. Op een ochtend stond hij op, kocht in de stad Imzouren een stuk of dertig schooltassen, vulde ze met schriften en pennen, en reed de bergen in, naar de allerarmste dorpen. Daar deelde hij de tassen uit aan de kinderen. Hij zette er foto’s van op sociale media.

‘En wat er toen gebeurde, is hartverwarmend’, zegt Karim met een brede lach op zijn gezicht. ‘Ik kreeg binnen de kortste keren heel veel reacties. Mensen vroegen of ze konden doneren. Ik begon tikkies rond te sturen. Binnen 24 uur hadden al zestig mensen gedoneerd!’ Zo ging het door. Inmiddels is Karim tien dagen verder, en hij heeft bijna duizend schooltassen met inhoud uitgedeeld, op scholen en in de dorpen.

Van het geld dat Karim Boulidam via tikkies ophaalde, kon hij tientallen schooltassen met inhoud kopen.Beeld César Dezfuli

Sterke binding

Het komt bovenop de enorme bedragen die Marokkanen in het buitenland jaarlijks naar hun familieleden sturen – in totaal goed voor zo’n 7 procent van het bruto binnenlands product. ‘Marokkaanse Nederlanders hebben nog altijd een sterke binding met dit land’, zegt Karim, die een T-shirt draagt met het Afrikaanse continent erop. ‘Ze weten dat mensen het nu moeilijk hebben door het coronavirus. En ze beseffen: dat hadden wij ook kunnen zijn, als onze vaders niet toevallig naar Europa waren gegaan.’

Het resultaat is een explosie van energie. De speelgoedwinkel in Imzouren heeft er een dagtaak aan om zo veel mogelijk schooltassen te zoeken, op te halen bij andere winkels en vol te stoppen met spullen. Karim blijft onvermoeibaar uitdelen, dag na dag. ‘We mogen deze mensen niet vergeten’, zegt hij. ‘Ze hebben niets – en toch, als ze vier eieren hebben, zullen ze mij die vier eieren willen meegeven. Dat is zo mooi aan dit land.’

Ook hem valt het op hoe stil het dit jaar is op straat. ‘Je merkt nu pas met hoeveel de Nederlanders zijn’, zegt hij. Met een lach: ‘En hoeveel lawaai ze maken.’

De terneergeslagen stemming wordt versterkt doordat er geen bruiloften zijn. Vooral in de zomer wordt hier uitbundig getrouwd, omdat het regelmatig voorkomt dat een van de beide partners in Europa woont en de ander in Marokko. Al die huwelijken konden dit jaar niet doorgaan.

Taalexamen

Bij het taleninstituut in de plaats Al Aaroui merken ze dat ook: de belangstelling voor de cursussen Duits en Nederlands is drastisch teruggelopen. Het ontbreekt simpelweg aan nareizende partners die moeten studeren voor hun taalexamen.

Maar ook lokale bruiloften zijn er weinig: de autoriteiten geven er geen toestemming voor, grote groepen zijn verboden. Voor Youssef Zaroual (34) is dat niet minder dan een ramp. Hij werkt als ‘traiteur’: degene die de hele organisatie van een bruiloft voor zijn rekening neemt. In Al Aaroui heeft hij een zaak die glimt van goud- en zilverkleurige glitters, kleuren die in Marokko het huwelijksgeluk symboliseren.

Mismoedig laat hij de bestellijsten zien van begin dit jaar. Hij sloeg grootschalig in, van de kleine glaasjes tot de dessertschaaltjes, zodat hij klaar zou zijn voor nog grotere feesten met nog meer gasten dan vorig jaar. Het bedrag dat onder de streep staat, liegt er niet om: ruim 25 duizend euro. Om de leningen die hij afsloot bij de bank af te lossen, zat er voor Youssef niets anders op dan zijn busje te verkopen.

‘Normaal werken wij ons twee maanden over de kop, en de rest van het jaar kunnen we slapen’, vertelt Youssef. Het was een gedachte waaraan hij zich dit voorjaar, toen in Marokko drie maanden lang een zeer strenge lockdown gold, vastklampte. De zomer zou hem redden.

In deze zaak met bruidsartikelen blijft het stil nu er geen Europese Marokkanen overkomen om trouwerijen te vieren.Beeld César Dezfuli

Maar nee. ‘Dit is een blanco jaar’, zegt ook Sanae Serrakh (37), een vrouw die achterin het traiteurskantoor van Youssef het haar en de make-up van de bruiden verzorgt. Ze ziet er ondanks alles tiptop uit, met een roze lippenstift die nauwkeurig is afgestemd op de kleur van haar djellaba.

Stoppen met school

Ook zij investeerde met het idee dat ze het geld in de zomer zou terugverdienen: in twee prachtige bruidsjurken, zwaar van de edelstenen, bedoeld voor de verhuur. Inmiddels zijn haar geldproblemen zo nijpend dat haar dochter van 16 is verkast naar haar grootouders. Met een strak gezicht vertelt Sanae dat haar dochter ook moest stoppen met school: de boeken zijn onbetaalbaar.

Als Karim op het schoolplein zijn laatste rugtas heeft uitgedeeld, stapt plotseling een man op hem af. Al die tijd hield hij zich een beetje afzijdig en werkte gestaag door aan het ontvlechten van een lange rieten streng. Daarvan zou hij een hoed maken, zo’n typische Riffijnse hoed die de vrouwen hier dragen, met kleurige pompons erop. Zo’n hoed die hij in andere jaren kon verkopen aan de mensen uit het buitenland.

Nu vraagt hij aan Karim of hij niet ook een schooltas mag hebben, voor zijn dochtertje dat elders op school zit. Karim aarzelt niet, er zijn nog tassen over. De hoedenvlechter krijgt er eentje mee. Vandaag zal hij niet met lege handen thuiskomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden