Zonder een beetje ellebogenwerk maakt BMX'er geen goede start

BMX WK

ROTTERDAM - Met bijna 60 kilometer per uur naar beneden op een fietsje en ondertussen een elleboog in de ribben van een tegenstander planten. Het kan. Sterker nog, wie dit weekeinde in Rotterdam wereldkampioen BMX wil worden, zal wel moeten.


De start is het belangrijkste onderdeel van een BMX-wedstrijd en ellebogenwerk hoort daarbij. Daarom besteedt bondscoach Bas de Bever er aandacht aan tijdens trainingen.


Ook Laura Smulders, de 20-jarige Europees kampioene en winnares van het brons bij de Olympische Spelen in Londen, weet hoe belangrijk ellebogen zijn. Toch houdt Smulders niet van fysieke confrontaties. Ze wint liever op techniek. 'Maar ellebogenwerk is nou eenmaal een deel van het spelletje', zegt De Bever.


Soms roept de bondscoach tegen zijn pupillen dat ze zich niet zo makkelijk moeten laten wegzetten. Dan zegt hij het letterlijk: 'De beuk erin, geef die elleboog maar.'


Het is niet niks om dat tijdens de start te doen. De Bever: 'Van 0 naar een snelheid van 60 kilometer per uur in 2,5 seconde, er zijn niet veel auto's die dat kunnen.' Vooral jonge BMX'ers kost het moeite daarbij ellebogen uit te delen. 'Als je al jaren fietst, leer je dat wel. Dan moet je. Maar ook dan is het zo dat sommigen wat brutaler zijn dan anderen', zegt De Bever.


Hij is blij over een flink mannenteam te beschikken. Dat stelt zijn ploeg in staat wedstrijden na te bootsen tijdens de training.


Bij BMX geldt: degene die als eerste de eerste bocht ingaat, heeft grote kans de wedstrijd te winnen. 'Je moet zelf fouten maken, of er moet achter je heel veel geks gebeuren wil dat anders lopen', aldus De Bever. De koploper bepaalt de lijnen die de BMX'ers fietsen en de manier waarop ze de bochten aansnijden. Ook is hij in staat een tegenstander naar de zijkant van de baan te drukken.


Als Raymon van der Biezen, teamgenoot van Smulders en de nummer vier op de Spelen in Londen op eerste positie start, is zijn tactiek simpel en doeltreffend. 'Als ik merk dat ik voorlig op degene naast mij, stuur ik zijn richting op. Mijn ellebogen gaan naar buiten, ik fiets half in zijn lijn en ik weet: die concurrent heb ik alvast.'


De BMX'ers mogen zelf hun startposities kiezen. Degene die in de voorronde het snelst is, bepaalt waar hij wil staan op de startheuvel van 8 meter hoog. De volgende keus is aan de nummer twee, en zo gaat dit door tot de acht posities achter het krappe starthek zijn gevuld.


De ruimte tussen de BMX'ers is steeds 20 centimeter, wat het belang van het ellebogenwerk tijdens de eerste afdaling verklaart: daarmee valt veel ruimte af te dwingen.


Positie één, aan de binnenkant, heeft vrijwel altijd de voorkeur. Het is de kortste weg naar de bocht. Alleen Smulders wijkt daar weleens van af. Zij moet het van haar techniek hebben en haar start is in verhouding minder snel, al heeft ze daar de laatste weken veel op geoefend. 'Bij een start op eerste positie kun je klemgereden worden, dus ik kijk vooraf tegen wie ik start voordat ik dit bepaal', zegt ze. Ze is niet zo van het beuken. 'Ik hou het liever netjes. En als ik niet voor mijn concurrenten zit voor de eerste bocht, hoop ik dat later goed te maken door de bulten goed te nemen', zegt ze.


Dat is tijdens dit WK lastiger. De tijdelijke baan in Ahoy is klein. De trainingsbaan in Papendal heeft een lengte van 400 meter, die in Rotterdam is 75 meter korter, en ook smaller. Dat maakt het lastig rivalen te passeren.


Ook later in de race schuwen BMX'ers het gebruik van hun armen niet. Het is nooit gemeen bedoeld, zie het als een soort speelsheid die hoort bij BMX. Hetzelfde geldt voor angst in de blessuregevoelige sport. Van der Biezen: 'Dat kennen wij bijna niet. Wij zijn waaghalzen, geen piepers. We zullen niet snel ergens voor terugdeinzen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.