Zonder de wandelgangen

Drie jaar geleden alweer is de tweehonderdste geboortedag van Guillaume Groen van Prinsterer herdacht...

door Jan Blokker

Niet zo erg uitbundig (er werd een beschaafd borstbeeld in het gebouw van de Tweede Kamer onthuld), maar in ieder geval wel met een symposium, georganiseerd door het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Bij de enige instantie, op de enige plek.

Groen is volgens zijn jongere tijdgenoot Busken Huet altijd een 'intellectueel aristocraat' geweest, dus haast per definitie nooit een nationale figuur geworden. Buiten de vooral reformatorische kring is hij in Nederland tamelijk onbekend gebleven.

Huet schetste in 1870 nogal ironisch, maar misschien daarom des te treffender, zijn portret, en schreef:

'Hij is een lid der Tweede Kamer wiens plaats in de Eerste zou zijn, zoo de Eerste de Tweede was. Hoewel voor geen enkele afdeeling der nederlandsche zamenleving volstrekt een vreemde, maar aan al de voornaamste op eenigerlei wijze vermaagschapt; aan de staatkundige wereld door zijn bemoeijingen bij de stembus, aan de kerkelijke door zijn geloofsijver, aan de geleerde door zijne boeken, aan handel en nijverheid door zijn fortuin, aan de dagbladwereld door zijn zin voor publiciteit, aan de schoolwereld door zijne belangstelling in volksopvoeding en lager onderwijs, aan de kunstenaarswereld door zijn schrijftalent en zijne modelpolemiek geeft hij nogtans op geen dier terreinen zich geheel prijs, maar blijft, ook als hij afdaalt in de vlakte en zich onder de strijders mengt, altijd eenigzins uit de hoogte op hen nederzien.'

Hooghartigheid, leren we ook uit andere bronnen, is hem nooit vreemd geweest. 'Hij liet liever alles samenlopen in zijn eigen persoon', zo werd hij getypeerd door de historicus Van Deursen, en dat kwam ongeveer op hetzelfde neer.

Groen, die als jongeman onder invloed van onder anderen Bilderdijk de orthodoxie omarmde en het politieke begrip anti-revolutionair min of meer 'uitvond', heeft de stichting van een anti-revolutionaire partij (dus ook de stichting van een Vrije Universiteit) net niet meer meegemaakt. Pas na zijn dood bleek z'n volgeling Abraham Kuyper bij machte te doen wat hem waarschijnlijk nooit was gelukt: een christelijke volksbeweging niet alleen op gang te krijgen, maar vooral te organiseren, tot een onwegdenkbaar element in de vaderlandse staatkunde.

Wat herdenk je als je Groen van Prinsterer wilt herdenken?

De inventaris van Busken Huet somt de mogelijkheden op. De politicus? De gelovige christen? De geleerde? De journalist? De pedagoog? De schrijver?

Dat moet ook zo'n beetje het rijtje zijn geweest dat de organisatoren van het symposium uit 2001 naliepen, waarna ze het aanstaande discours een moderne aankleding bezorgden door te laten spreken over Groen in Europese context, en achttien geleerde geestverwanten van de Vrije Universiteit uitnodigden om tezamen alle denkbare facetten van leven en werk te belichten.

De spreektijd was beperkt, de breedte en diepte per voordracht konden dus niet overhouden, maar bij zulke gelegenheden zorgen wandelgangdiscussies vaak voor iets dat in de buurt komt van een bevredigend totaalbeeld.

Nu pas, aan de late kant, zijn de bijdragen gebundeld. Het wandelgangengeluid is verstomd, de lezer moet het doen met achttien onderling nogal verschillende benaderingen waarin aan 'de Europese context' vooral een zekere lippendienst lijkt te zijn bewezen. Groen van Prinsterer en Guizot, Groen van Prinsterer en Stahl, Groen van Prinsterer en Edmund Burke, Groen van Prinsterer en de Amerikaanse Revolutie, Groen van Prinsterer en de Frans-Duitse oorlog, Groen van Prinsterer en Napoleon III het lijkt heel wat en het oogt als een reusachtig internationaal netwerk, maar de relaties speelden zich voor het grootste deel af in Groens deftige studeerkamer waar hij veel boeken las. Met de meeste buitenlandse beroemdheden wisselde hij niet eens brieven.

Merkwaardig is de onderbelichting van Groens werk als historicus. In 1831 kreeg hij in opdracht van Willem I het toezicht over 'zijner majesteits huisarchief', en dank zij z'n onvoorstelbare ijver kon hij al een paar jaar later beginnen met de publicatie van de Archives de la maison d'Orange-Nassau. Samen met het werk van zijn Belgische confrater Gachard, die onder meer de correspondenties van Willem de Zwijger en Filips II ontsloot, legden Groens bronnenuitgaven het fundament voor de wetenschappelijke geschiedbeoefening van bijvoorbeeld een 19de-eeuws historicus als Robert Fruin.

In de bundel worden de archivalische bezigheden door B. Woelderink, ouddirecteur van het Koninklijk Huis-archief, in een vriendelijk opstel gememoreerd. Maar de betekenis van al zijn naspeuringen (ook nog een klein jaartje in Frankrijk en Duitsland) voor de vaderlandse geschiedschrijving had meer verdiend.

Nog twee andere merkwaardigheden.

Heel weinig aandacht is eigenlijk ingeruimd voor Groens rol als aartsvader van de anti-revolutionaire partij. Zoals gezegd was hij karakterologisch en door z'n onvermogen om anderen te inspireren niet geschapen voor een typische 'voormannen'-rol, die tezelfdertijd of iets later in de eeuw zou worden vervuld door mannen als Kuyper, Schaepman, Domela Nieuwenhuis en Troelstra. Maar al in het eerste kabinet-Thorbecke was hij toch de belichaming van wat hij zelf nog voorzichtig de antirevolutionaire richting noemde.

Vond men op het symposium dat die zeer belangrijke politieke kant van zijn carri al voldoende was belicht (door vooral Arie van Deursen) in de verzamelbundel De Antirevolutionaire Partij 1829-1980 die al dan niet toevallig in datzelfde herdenkingsjaar 2001 verscheen?

Tweede merkwaardigheid geldt de manier waarop in de laatste paar jaar Groen van Prinsterer min of meer is geannexeerd door behoudzuchtig Nederland, zoals verenigd in de Edmund Burke Stichting, 'het platform voor conservatieve gedachtevorming'.

In ieder geval twee prominente Burkianen hadden zich gemeld (of waren geiteerd) op het Groeniaanse gastmaal:

Bart Jan Spruyt en A. Kinneging.

Daar is natuurlijk niks tegen, en al helemaal niet als je bedenkt dat Groen in de jaren vijftig van de 19de eeuw bijna de 'voorman' van een conservatieve beweging (geen partij) was geworden. Dat hij toen onenigheid kreeg met een aantal geestverwanten, waardoor het conservatisme als tegen-liberale factie in feite de boot miste, is misschien alleen maar interessant voorzover het weer iets over zijn aard zegt maar los daarvan: was hij behalve de aartsvader van de ARP inderdaad ook nog de aartsvader van de Edmund Burke Stichting, van Bart Jan Spruyt, van Joshua Livestro of van Paul Cliteur?

Van de genoemden is bij mijn weten alleen Spruyt een orthodox-gelovige voor wie de door revoluties (en de verschrikkelijke Verlichting!) teweeggebrachte verloedering inderdaad gelijkstaat met verlies van geloof en, erger nog, godverzaking.

Dat waren de twee vliegen in klap die ook Groen sloeg toen hij het in zijn Handboek der geschiedenis van het vaderland deed voorkomen alsof onze lieve heer het bij ons van de Batavieren tot en met Groen van Prinsterer allemaal had voorbeschikt, en dat het nog goed met ons kon aflopen als we Gods woord maar vooral consequent bleven toepassen op onze politiek.

Ik had in de wandelgangen van het symposium wel eens willen horen of alle sprekers en luisteraars zich konden vinden in die christen-fundamentalistische variant van het Burkiaanse conservatisme.

Vooralsnog trof me de slotalinea van de bijdrage van J. de Bruyn, directeur van het Informatiecentrum, initiatiefnemer van het symposium en (mede)redacteur van de bundel.

'Voor Groen', lezen we bij hem, 'was godsdienst een wezenlijk kenmerk van een vitale beschaving. Dat is een opvatting die tegenwoordig in Europa en Nederland beduidend aan invloed heeft ingeboet. Maar het is de vraag of wij deze opvatting zo gemakkelijk kunnen blijven negeren, nu wij op ons liberale contingent meer dan voorheen geconfronteerd worden met vragen die de islam en andere wereldgodsdiensten aan ons stellen.'

Op de een of andere manier bezorgde me dat een beetje een onaangename afdronk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden