Zonder Dan Brown geen dichters

Wat zouden we móeten weten van muziek, theater of kunst? Twee generaties kunstenaars gaan met elkaar in discussie in een serie over de canon in de kunst, en noemen hun topvijf....

Ton Anbeek (1944): 'Wie bedenkt de canon van de Nederlandse literatuur? Die ontstaat door de jaren heen. Er heerst grote eenstemmigheid over de belangrijkste titels. Ik heb op drie universiteiten letterkunde gedoceerd: Amsterdam, Utrecht en Leiden. De verschillen tussen hun literatuurlijsten zijn miniem.'

Ingmar Heytze (1970): 'Dat zegt niets. Die overeenkomst wijst hooguit op het zelfbevestigende karakter van zo'n lijst. In het proces van selectie zit onvermijdelijk willekeur. Iemand doet een schot voor de boeg en vervolgens zijn veel mensen het ermee oneens.'

Anbeek: 'Dat is gek genoeg niet zo. Toen mijn Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1885-1985 uitkwam, was Simon Carmiggelt de enige die men miste. Die heb ik in de herziene editie toegevoegd.'

Heytze: 'De canon ontstaat binnen het academische circuit, daar is men het met elkaar eens.'

Anbeek: 'Nee, de canon staat open voor nieuwe ontdekkingen. Het probleem zit ' m in de modernste tijd. Als je er te dicht bovenop zit, kun je niet goed onderscheiden. Wij vinden nu drie schrijvers uit de periode 1905-1930 de moeite waard: Nescio, Willem Elsschot en Theo Thijssen - alle drie buitenstaanders. In een literatuurgeschiedenis uit hun eigen tijd zouden zij nooit zijn voorgekomen. Je kunt beter even wachten.'

Heytze: 'De lezer moet niet degene zijn die de canon bepaalt. Het is net als met een referendum:

dat werkt niet. Je moet canon-vorming niet overlaten aan mensen die er niets van weten.'

Anbeek: 'Maar jij voelt je als dichter wel aan die academische smaak overgeleverd!'

Heytze: 'Poëzie is toch al iets marginaals, kamerspel voor een select groepje. Canonisering gebeurt bij poëzie in een snelkookpan: dichters lezen en kritiseren elkaar voortdurend. Bij proza kun je vaststellen welke romans populair zijn, of goed verkopen.'

Anbeek: 'Daar gaat het nu juist nóóit om. Ter Braak verkocht in een bepaald jaar van het nu academisch gecanoniseerde Politicus zonder partij slechts twee stuks.'

Heytze: 'Echt goed verkopen alleen Dan Brown en Harry Potter. Maar ja, zonder Dan Brown geen dichters, want op zulke successen drijft de boekenbranche.'

Anbeek: 'En zo kan Querido risico's nemen dankzij het werk van Annie M. G. Schmidt. Er is veel poëzie in de canon: Nijhoff, Leopold, Achterberg.'

Heytze: 'Toch wringt er iets. Thomas Vaessens en Jos Joosten doen pogingen de modernste poëzie te canoniseren. Hoe komt het nou dat hun beeld zo radicaal afwijkt van het mijne? Zij willen vooral experimentele dichters canoniseren. Poëzie die analyseerbaar is. Canoniseerbaar dus.'

Anbeek: 'In het heden botsen altijd de meningen over wat goed is. De selectie begint bij de uitgeverijen. Dan komen de critici; minstens tweederde van het aanbod wordt niet besproken. Daarna krijg je de literaire prijzen, dan de oeuvre-bekroningen, dan de mysterieuze zeef van de tijd.'

Heytze: 'Roem heeft nu alles te maken met iemands mediabeeld. Hoe gaan academici daarmee om? Genereert roem afkeer? Zal iemand als Giphart daardoor juist niet gecanoniseerd worden?'

Anbeek: 'Het zou kunnen dat Giphart te popi wordt bevonden. Maar er kan ook een literatuurgeschiedenis verschijnen die juist waarde hecht aan media-werking. Dat zou trouwens leuk zijn.'

Heytze: 'Toch maken schrijvers met een "poëtica" meer kans om in de canon te komen. Ik weet niet wat mijn poëtica is. Studenten vroegen eens aan mij: is uw poëtica romantisch, pragmatisch of symbolistisch? Ik dacht: lees mijn gedichten maar. Zonder schrijvers geen canon.'

Anbeek: 'Schrijvers hebben grote invloed op de canonvorming. Kijk maar naar de poëziebloemlezing.' van Gerrit Komrij.'

Heytze: 'De mensen voor wie ik optreed, kennen de canon niet. Ik schrijf niet voor de intelligentsia, ik treed op voor mensen die niet weten dat ze poëzie leuk kunnen vinden. Díe moet je hebben.'

Anbeek: 'Dat is ook de taak van het literatuuronderwijs. Stel je voor dat niemand op school je in aanraking brengt met boeken die waardevol kunnen zijn. Je hebt wel een bevlogen leraar nodig. Kijk, een canon is geschikt voor het universitaire onderwijs. Maar op de middelbare school moet je soepel zijn. Ik heb het grootste respect voor de leraar die één leerling voor één boek enthousiast weet te maken.

'In 1990 vroeg de commissie-Braet, voor de vernieuwing van het vak Nederlands op school, aan Jaap Goedegebuure, Harry Bekkering en mij: welke titels zouden jullie nu op een canon-lijst zetten? Onze lijst kwam in de pers: enorme deining. Wij zouden volkscommissarissen zijn, een literaire stasi. Terwijl we zelf de grootste reserves hadden! En nu, vijftien jaar later, klinkt van overheidswege weer de roep om een canon.'

Heytze: 'Niet zo'n gezonde ontwikkeling. Een wanhopige poging tot houvast, lijkt me.'

Anbeek: 'Het gevoel heerst dat onze identiteit bedreigd is. Maar ik zie niet in hoe het lezen van boeken bijdraagt tot nationale identiteit.'

Heytze: 'Je voelt je meer verbonden met iemand die óók het begindeuntje van Q & Quit zijn hoofd kent.'

Anbeek: 'Identiteit is misschien wel dat wij vinden: doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg.'

Heytze: 'Stel nou eens dat wij niets met literatuur te maken hadden. Konden we dan volhouden dat literatuur, dat een canon belangrijk is? Ik denk wel eens: wát literatuur? Laatst heb ik mijn motorrijbewijs gehaald. Sindsdien heb ik geen gedicht meer geschreven. Poëzie maken is een fletse ervaring, hoor. Echt iets voor mietjes.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden