'Zonder Bernhard had mijn oeuvre er heel anders uitgezien'

Tomas Ross is thriller- en scenarioschrijver. Deze week verscheen van hem De onderkoning van Indië. Waarom toch steeds weer Bernhard?

Beeld Frank Ruiter

Máxima of Bernhard?

'Nou, seksueel gezien is Máxima natuurlijk de aantrekkelijkste, maar mijn voorkeur gaat toch uit naar prins Bernhard. Koningin Máxima is hooguit de dochter van Zorreguieta en wellicht, zoals sommigen beweren, een golddigger. Maar Bernhard... Toen ik de tv-serie Schavuit van Oranje schreef, heeft iemand dat woordje 'schavuit' voorgesteld, want schoft kon niet. Maar schavuit is te mild voor hem. Als je kijkt naar het lange leven dat die man heeft gehad: hij is in de 20ste eeuw als enige Nederlander zo'n beetje bij alle grote historische gebeurtenissen betrokken geweest. Ik ken niemand in ons land met die status. Lockheed, het SS-lidmaatschap, de Tweede Wereldoorlog, zijn moeder met haar schimmige achtergronden, de minnaressen, Greet Hofmans - noem maar op. Het is on-Nederlands, voor de schrijver blijft hij een enorme inspiratiebron.'

Stadhouder of onderkoning?

'Over de mogelijke positie van Bernhard als stadhouder onder de nazi's in bezet Nederland is al veel door mij geschreven. Oké, het bewijs van het bestaan van die beruchte Stadhoudersbrief, de brief aan Hitler waarin hij voorstelt om Rijkscommissaris Seyss-Inquart te vervangen, is nooit geleverd, wel is duidelijk dat Bernhard in de oorlogsjaren bleef corresponderen met Duitsland. Zijn moeder was trouwens via via bevriend met Himmler.

'Maar voorlopig genoeg hierover, in mijn nieuwste boek wil Bernhard onderkoning van het naoorlogse Nederlands-Indië worden, met hulp van het bedrijfsleven en zijn Amerikaanse vrindjes, die bang zijn dat Soekarno een al te communistische richting gaat inslaan. Nooit echt goed onderzocht, die periode, nooit keihard bewezen ook - maar het zou kunnen. Jort Kelder en historicus Harry Veenendaal hebben over die periode al een goed boek, ZKH, geschreven, waarin zelfs de plannen voor een staatsgreep onder zijn leiding uit de doeken worden gedaan. Als faction-schrijver ga ik flink wat stapjes verder.

'Overigens heeft Bernhard tijdens de oorlog in ballingschap in Londen, dus voordat de Japanners Pearl Harbor aanvielen, wel degelijk voorgesteld de regering naar Batavia te verplaatsen. Dat was destijds een onbezet deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Hij zou daar gouverneur-generaal geworden zijn. Maar Wilhelmina zag het niet zitten, die was doodsbang voor de hitte en enge ziektes.'

CV Tomas Ross

1944 Willem Pieter Hogendoorn (in 1980 kiest hij voor het pseudoniem Tomas Ross) wordt geboren in Den Bommel
1964 Eindexamen 's Gravenhaags Christelijk Gymnasium
1966 School voor Journalistiek in Utrecht
Een zeer beperkte keuze van zijn thrillers:
1980 De Honden van het verraad, 1981 De ogen van de mol, 1986 De strijders van de regenboog, 1987, Het Koeweit contract (gebundelde uitgave van feuilleton - met vijf collega-auteurs - in de Volkskrant), 2017 De onderkoning van Indië.
Ross werd drie keer bekroond met de Gouden Strop: in 1987 voor Bèta, in 1996 voor Koerier voor Sarajevo, en in 2003 voor De zesde mei.
Scenarioschrijver televisieseries De Brug (1990), Bij de gratie Gods (1996) en Wij Alexander (1998) en van enkele films van Theo van Gogh (waaronder 06/05, een bewerking van zijn boek De zesde mei).
Hij schreef ook mee aan televisieseries Bernhard, schavuit van Oranje (2010), en Beatrix, Oranje onder vuur (2012).

Republiek of monarchie?

'Republiek. De monarchie is niet meer van deze tijd. Dat stel waar iedereen voor kruipt, dat wicht Amalia dat straks anderhalf miljoen per jaar krijgt. We kunnen heel goed zonder. We hebben niet eens een president nodig. Zwitserland heeft ook geen president, en het gaat toch prima daar?

'Oké, oké, diezelfde monarchie is voor mij wel een onuitputtelijke bron van inspiratie. Zonder Bernhard had mijn oeuvre er heel anders uitgezien...

'Mijn broers zeggen weleens: hou nou toch eens op met Bernhard. Maar wie moet ik dan nemen? Wim Kok? De losse handjes van Ruud Lubbers? Ja, Pim Fortuyn, daar kon ik destijds wel wat mee, in De zesde Mei.

'Maar verder? Je kunt Wilders laten vermoorden, maar wat dan? Wie zou daar dan achter zitten, als het geen lone wolf is à la Mohammed B.? Asscher, Rutte? Volstrekt ongeloofwaardig.

'Ik had het er vroeger weleens met de Belgische schrijver Jef Geeraerts over, hoe jaloers ik was op zijn land. Wat speelde daar niet allemaal: De bende van Nijvel, Albert zou een pedofiele koning zijn geweest, die schimmige premier Vanden Boeynants, de aanslagen van de linkse CCC - nee, als Nederlander moet ik steeds maar terug naar die oorlog, naar Bernhard en het koningshuis.'

Fictie of factie?

'Faction natuurlijk, als schrijver met een werkelijke gebeurtenis aan de haal gaan, de mix van deels fictie, deels realiteit. Ik ben ook weleens een verhaal bij nul begonnen, maar dat is toch mijn stiel niet. Een detective die achter een beschimmelde deur zit te wachten op een blondje dat hem vraagt haar overspelige man te zoeken? Daar kun je als Nederlandse thrillerschrijver niet mee aankomen.

'Bij mij begon het in de jaren zeventig met The Day of The Jackhal van Frederick Forsyth. De daarin beschreven fictieve plannen om De Gaulle te vermoorden, de rechts-extremistische huurmoordenaar, de Parijse commissaris die jacht op hem maakt, al die details. Goh, wat was dat een goeie manier om geschiedenis te vertellen. Ik ben meteen begonnen met De Honden van het Verraad, over de Molukse kwestie.

'Dat was in 1980, en nog steeds vind ik het heerlijk om met een ware geschiedenis te beginnen en daar als schrijver bij aan te haken. Je fantasie flink laten werken, al moet je ook weer niet te ver gaan. Het moet wel geloofwaardig blijven.

'Theo van Gogh ging vaak wel over dat randje. Hij kwam na de moord op Fortuyn hier aanzetten met allerlei bizarre theorieën. Zo van: er was voorafgaand aan de moord al ME in de buurt van het Mediapark, er was sprake van een uitschotwond in het achterhoofd, terwijl Van der G. van achteren schoot... Ach Theo was natuurlijk nog veel meer paranoïde dan ik.'

Gouden Strop of ECI literatuurprijs?

'Heel simpel, de literatuurprijs. De Gouden Strop heb ik al driemaal gewonnen. Ik ben geloof ik zestien maal genomineerd geweest voor die prijs, René Appel ook zoiets en Charles den Tex ook al heel wat keertjes. Het is en blijft een klein wereldje, dat van de Nederlandse misdaadschrijvers. Die prijs is ooit ingesteld om wat meer publiciteit te krijgen voor het spannende genre en dat is gelukt. Jullie gingen er meer over schrijven, Vrij Nederland kwam met z'n jaarlijkse thrillergids. Maar het effect daarvan is nu wel weer wat weg. De verkopen in het genre zijn ook wat minder dan toen, met af en toe uitschieters. We zitten wel minder in het verdomhoekje, al is misdaadliteratuur hier nog steeds niet gewoon een aparte tak van literatuur, zoals dat in de VS en de Scandinavische landen wel het geval is.'

René Appel of Saskia Noort?

'René Appel. Heel knap hoe hij psychologisch de karakters uitwerkt. Hij blijft - terwijl hij toch echt met dat genre in Nederland is begonnen - qua verkopen echter achter bij al die dames, schrijfsters als Saskia Noort, Esther Verhoef en Marion Pauw.

'Ik weet niet precies wanneer die vrouwenhausse in Nederland is begonnen, het is een soort Linda de Mol-effect, het werd een mooie hype. Hou me ten goede, Noort schrijft niet slecht hoor. Het idee van De Eetclub is slim. De dames doen er bovendien ook harde seks in en worden prima gepusht door de bladen.

'Dertig jaar geleden had je in ons clubje alleen Lydia Rood, en leefde Willy Corsari nog. Maar verder speelden vrouwen in het genre, in tegenstelling tot de Angelsaksische wereld, nauwelijks een rol. Dat is nu wel veranderd. Alle uitgevers zijn nu op zoek naar dames. Want zij verkopen.

'Mijn publiek vergrijst. Ga maar na, premier Beel, moet je niet meer naar vragen. Maar ik blijf het een uitdaging vinden om op mijn manier die geschiedenis ook voor een jonger publiek toegankelijk te maken.'

Maj Sjöwall of Corine Hartman?

'Pff, een lastige, met allebei heb ik boeken geschreven. Corine Hartman schrijft heel goeie plots, maar doe toch maar Maj Sjöwall, de Zweedse thrillerschrijfster. Samen met Per Wahlöö heeft zij tussen 1965 en 1975 een oeuvre geschreven waar niemand aan kan tippen. Martin van Amerongen noemde die tien klassiekers niet voor niets 'de Nibelungen van de misdaadliteratuur'.

'Maj woont tegenwoordig op een klein Zweeds eilandje. Ze mailde me dat ze genoeg had van de stad, van alle alcohol en cafés. Op dat eiland is niks, schreef ze. Nou, ik was er vorig jaar en laat nou de grootste whiskystokerij van Zweden op datzelfde eiland gevestigd zijn. Maar goed, ze schrijft niet meer, maar ze leeft goed van de royalty's en de filmrechten, want die prachtboeken van haar en Per worden nog steeds uitgegeven en verfilmd.'

Tv-scenario's of boeken?

'Ik vind het allebei lekker, tot op zekere hoogte. Als ik in mijn eentje aan een boek werk, kom ik mezelf na twee maanden altijd tegen. Heb ik er weer eens genoeg van, heb ik ruggespraak nodig, behoefte aan andere mensen aan tafel om mee te overleggen. Gelukkig heb ik dan mijn vrouw, die niet van thrillers houdt, maar die wel goed advies geeft.

'Bij het schrijven van scenario's - ik ben momenteel weer voor televisie bezig, maar ik mag er nog niks over zeggen - heb je meer samenspraak. Je begint in je eentje, maar vervolgens komen de dramaturg, de regisseur en de producent erbij, die overal kritiek op leveren. Zo van: die scène kan niet, en die ook niet, want die wordt te duur...

'Vervolgens komen de ijdele acteurs ook nog eens langs, die allemaal een extra close-upje willen - dat je na een tijdje denkt, pleur op, doe het lekker zelf. Dan verlang ik weer na dat eenzame schrijfhok, waar ik met mijn sigaretten met niemand te maken heb.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden