Zondagmiddag

Niets mooiers voor een Amsterdammer dan een stad waar de winkels op zondag gewoon dicht zijn, zoals het hoort. En tot mijn verbazing waren ze in Groningen dicht....

Martin Bril

Op zondag horen de winkels dicht te zijn, namelijk – niet om godsdienstige redenen, maar omdat er een zuiverende werking van uitgaat. Misschien is dat wel hetzelfde, trouwens. Een stad moet herstellen van vrijdagavond, de hectiek van zaterdag, de explosies en het braaksel van zaterdagavond – Saturday night, om Herman Brood maar eens aan te halen. De zondag moet stil zijn, een dag voor katers en introspectie, een dag om op adem te komen, een dag om je langzaam maar zeker (en onvermijdelijk) te realiseren dat een nieuwe maandag onderweg is, een nieuwe week, weer een aflevering in de ratrace.

Goed.

Dus daar sta je, op een stille, uitgestorven Vismarkt. De zon schijnt, maar het is koud. Niets herinnert aan de markt van zaterdag, het plein glimlacht verlegen. De mensen die op pad zijn, gaan wandelen, naar het museum, een slagje om. Vooral zij die werkelijk geen idee hebben, zien er goed uit. Ze lopen alleen maar, ze doden de tijd, ze bevinden zich midden in de zondagmiddag zoals ze hem gewend zijn. Straks zakt het licht, wordt het kouder, en gaan ze naar huis.

Gezellig.

De meeste uitspanningen zijn dicht, dus uiteindelijk verzamelt iedereen zich in de Beurs, op de hoek van de Vismarkt en de Folkingestraat. Hier is in 1885 de Sociaal Democratische Bond opgericht. Ik heb de statuten niet bij de hand, maar ik vermoed dat ook Domela Nieuwenhuis, dominee tenslotte, voor de zondagsrust was.

Het is druk in het café, onder andere omdat de dames van Eelde 4 hier hebben afgesproken voor ze straks, over anderhalf uur, tegen de dames van Vidincat (de Studs) op Zernike in het strijdperk zullen treden.

Hockey dus – blonde meiden, met rode jacks aan, en een hondje als mascotte, Jazz heet hij, en hij zit in een kattebak. De boerinnen worden de meiden van Eelde 4 genoemd, maar het zijn keurige dames, met banen en vrienden en eerste hypotheken. Ze drinken koffie, forse sleutelbossen, pakjes Marlboro Light en mobieltjes op tafel, ja, de stemming zit er goed in. Ze hebben hun sticks bij zich, en buiten staan hun fietsen.

De rest van het oude café (met teksten als ‘Een leugen kan ook wel eens niet waar zijn’ en ‘Tabak en jenever moeten er wezen, al het andere is luxe’ aan de muur) is gevuld met stellen die zich verwarmen aan de dagsoep, snert natuurlijk, oude mannen die de krant lezen aan de leestafel, echtparen met warme chocolademelk, een familie die iets te vieren heeft; appelgebak voor opa en oma, limonade voor de kinderen.

Buiten intussen heerst de zondagsrust – wat een stom woord eigenlijk. Maar het principe is mooi: een stad die bijkomt, bewoners die op zichzelf zijn aangewezen en niet de kans hebben bij het minste geringste een winkel binnen te schieten en wéér iets te kopen.

Het enige vertier is de stad zelf: de straten, de bakstenen, de huizen en gebouwen, de lucht erboven, de Martinitoren, de A-kerk, de bomen die hun blad verliezen, en in de deuropening van de Xenos een stel muzikanten uit Roemenië. Meer is in feite niet nodig, maar toch verlangt iedereen naar maandagmiddag, want dan gaat alles weer open en kunnen we weer ontsnappen aan onszelf.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden