Zomertijd Muziek en seks hebben een identiek rilmoment

Henkjan Honing zoekt verbanden tussen muziek en tijd.

1959 - Toen hij 25 jaar was, deed Henkjan Honing, hoogleraar muziekcognitie aan de Universiteit van Amsterdam, zijn piano de deur uit. Een opmerkelijk besluit voor iemand die al zijn hele leven fanatiek met muziek bezig was. 'Mijn ouders maakten muziek, mijn twee broers maakten muziek. Yuri is de musicus geworden van ons drieën, maar we vinden muziek allemaal het belangrijkste dat er is. Het huis van mijn ouders staat vol instrumenten: een vleugel, piano, clavecimbel en een orgel. Muziek was ook onze hoofdmanier van communiceren. Dat is nog steeds zo: als we bij elkaar zijn, wisselen we twee of drie zinnen, daarna gaat YouTube aan en worden er fragmenten opgezocht.'

Maar op zijn 25ste ging het roer dus om. 'Ik studeerde sonologie en de eerste computers waren er net. De computer was voor mij het instrument van de toekomst; ik wilde die machine helemaal snappen en er alles mee kunnen doen. Ik dacht: instrumenten zijn ouderwets, passé - ik ben nogal van alles of niets, met alle catastrofale gevolgen van dien.'

Hoe lang duurde die tijd?

'Niet zo lang. Mijn ouders kwamen eens in de zoveel tijd op bezoek, maar als er geen instrument in huis is, kun je het nergens over hebben; de frequentie van de bezoekjes liep terug. Op een gegeven moment hebben ze me een vleugel cadeau gedaan. Sindsdien komen ze weer. En als ze dan binnenkomen, gaat er meteen muziek op de lessenaar. Moet je dit eens horen, moet je dat eens horen. Het heeft iets charmants. Maar het is ook wel ongewoon.'

Henkjan Honing (1959) doet al jaren onderzoek naar de tijdsaspecten van muziek: ritme en timing, tempo, metrum. 'Ik ben erdoor geobsedeerd. Maar ik kijk minder naar muziek als kunstwerk; mij interesseert vooral de luisteraar, ik houd me bezig met wat zich in onze hersens afspeelt als we naar muziek luisteren.'

Ben jij ook zo'n vijftiger die volschiet bij Neil Young?

'Dat nou weer niet. Muziek is wel een sterke drager van herinneringen. Je kunt ook teruggaan in de tijd als je een oude postzegel ziet, of een sigarenbandje - het woord alleen al! Maar muziek, en meestal muziek uit je pubertijd, is wel een erg krachtige stimulator. Het roept niet alleen beelden terug, het haalt meteen een hele gesteldheid boven, zoals geuren dat ook kunnen. De grote vraag is hoe dat komt. Wat maakt muziek zo'n sterke factor bij het terughalen van herinneringen? Zijn daar biologische redenen voor? Culturele?'

En?

'Dat is dus zo vervelend: we weten het niet precies. Er is nog zoveel niet bekend. In zijn algemeenheid geldt dat ervaringen uit de pubertijd meer indruk maken dan die uit andere periodes en ook lang invloed hebben op je leven. In die tijd is natuurlijk alles nieuw, en nieuwe indrukken trekken diepe groeven. De vraag is of muziek dat meer doet dan andere kunstvormen.'

Muziek lijkt van alle kunstvormen het meest rechtstreeks in je hoofd binnen te komen. Hoe komt dat?

'Ik geloof niet dat ik dat weet.'

O. Ga je het nog wel onderzoeken?

'Zeker. Die grote achterstand die ik steeds voel, is aan de ene kant positief - er is lekker veel te ontdekken - maar aan de andere kant is het vervelend dat een hoop vragen nog niet te beantwoorden zijn. Als ik mezelf vergelijk met taalkundigen, voel ik me dom. Taal, ook zoiets typisch menselijks, is al veel meer in kaart gebracht. Daar zitten duizenden onderzoekers op: fonologen, linguïsten, taalkundigen. Het onderzoek is nog maar net begonnen.'

Pythagoras had er in de zesde eeuw voor Christus al wel ideeën over.

'Het verhaal van de harmonie der sferen. Pythagoras meende dat de muziek op aarde een weerspiegeling is van de muziek die de hemellichamen voortbrengen terwijl ze in volmaakte verhoudingen ten opzichte van elkaar bewegen. Intervallen die heeltallige verhoudingen bevatten, zouden mooi en consonant klinken. Het is een prachtige gedachte. De idee dat bepaalde getallenformules het geheim van muziek verklaren, wordt door veel mensen nog altijd aantrekkelijk gevonden.

'Jammer genoeg is er geen enkel bewijs voor. Twee Nederlanders, Pim Levelt en Reinier Plomp, hebben rond 1960 een luisterexperiment gedaan waarbij ze mensen steeds twee tonen lieten horen. Eén toon bleef gelijk, de andere ging telkens wat omhoog. De luisteraar moest dan zeggen of het consonant klonk of dissonant. Volgens Pythagoras zou het consonant moeten klinken als de verhouding heeltallig was, dus 1 staat tot 2, of 2 staat tot 3. Maar dat was niet zo. Wanneer de tonen heel dicht tegen elkaar aanzaten, werd de klank dissonant gevonden; daarna nam dat geleidelijk af.

'Het zijn niet de verhoudingen tussen de tonen die bepalen of een klank consonant is, althans niet alleen. Ook de feitelijke toonhoogte, de frequentie doet ertoe, net als het timbre, de klankkleur. Een bepaald interval kan op een piano heel anders klinken dan op een gitaar, terwijl de getalsverhouding identiek is. En uiteraard is er ook een culturele component; in India vinden mensen andere klanken consonant dan in Nederland.'

Maar beroert muziek wel geheimzinnige plekjes in de hersenen?

'Steeds minder geheimzinnig, gelukkig; dat weten we dan weer wel. De neurowetenschapper Robert Zatorre is een van de pioniers op dat gebied. Een paar jaar geleden heeft hij mensen die rillingen krijgen bij een bepaald muziekstuk in de scanner gelegd, om te zien wat er op het moment van die rilling precies gebeurt. Hij ontdekte dat er een seconde voor het 'rilmoment' al dopamine wordt aangemaakt, het stofje dat ook vrijkomt bij eten of seks.

'Dat wordt aangemaakt in anticipatie op het moment dat je zo mooi vindt. In afwachting van het mooie moment dus, niet als reactie erop. Dat was een grote vondst. Muziek hangt samen met verwachting. Je verheugen op iets abstracts als een muzieknoot zorgt ervoor dat jij een gelukkigmakend stofje aanmaakt: dat is een prachtig inzicht. Het gebeurt in de amygdala, de amandelvormige kern in de hersenen die ook betrokken is bij emoties als angst en genot. Dat is zo'n beetje het diepst gelegen hersengebied.'

Wanneer begon de mens muziek te maken?

'Ook weer een vraag zonder duidelijk antwoord. Muziek zelf fossiliseert niet, er zijn geen sporen; af en toe wordt er een oud fluitje of een trommel gevonden, waardoor we weten dat er ongeveer 40 duizend jaar geleden al muziek werd gemaakt. Maar dat is evolutionair gesproken natuurlijk helemaal niks.

'Darwin vermoedde dat muziek veel ouder moet zijn dan een enkele tienduizend jaar. Om te verklaren waarom muziek zo'n impact heeft, mensen zo kan roeren en waarom ze in elke cultuur voorkomt, bedacht hij dat muziek - of althans: de basale componenten die muziek mogelijk maken, dus ritmes herkennen, melodieën herkennen en daar emotionele kwaliteiten aan toekennen - een voorloper van de gewone taal is. Een soort prototaal, geen gewone taal, maar een muziektaal. Pasgeboren baby's kunnen nuances in tonen en ritmes heel goed oppikken; ook dat wijst in de richting van muziek als iets heel ouds. Darwins idee is dat Neanderthalers en hun voorlopers eerder via muziek communiceerden dan via taal. Steven Mithen heeft dat enkele jaren geleden mooi uitgewerkt in The Singing Neanderthals.'

Wat is in muziek belangrijker, als je dat onderscheid al kunt maken: melodie of ritme?

'Ritme. Ritme is iets heel fundamenteels en veelbetekenends. Laat een noot een milliseconde te vroeg komen en iets klinkt swingend; speel hem een milliseconde te laat en iets klinkt klungelig. Wetenschappelijk gezien is ritme ook aantrekkelijk. Je kan muziek reduceren tot ritmes en de melodie weglaten zonder dat het meteen onbruikbaar wordt. Andersom is niet mogelijk, je kunt niet een melodie bestuderen zonder ritme. Muziek speelt zich altijd af in de tijd.'

Jouw hele onderzoek gaat over muziek en tijd. Op welke vraag wil je uiteindelijk het antwoord vinden?

'In de kern probeer ik dezelfde vraag te beantwoorden als die Darwin zichzelf stelde: waarom hebben wij muziek? Wat maakt ons muzikale dieren? En hoe zit het met andere dieren? Er zijn voor zover we weten maar zes diersoorten die maatgevoel hebben en genetische verwantschap lijkt daarbij geen fundamentele rol te spelen: een chimpansee gaat niet ritmisch meebewegen als je er een metronoom naast zet.

'Darwin zei: muziek is een van de meest mysterieuze eigenschappen van de mens. Mysterieus en, naar het lijkt, compleet nutteloos. Toch heb ik het gevoel, vanuit mijn eigen ervaring - die een beetje vervormd is, dat geef ik toe - dat muzikaliteit helemaal niet nutteloos is maar juist essentieel. En ik wil snappen waarom dat zo is.'

henkjan honing

'Muziek speelt zich altijd af in de tijd. Laat een noot een milliseconde te vroeg komen en iets klinkt swingend; speel hem een milliseconde te laat en iets klinkt klungelig.'

CV

Geboren in Hilversum

1981-1984Studie Sonologie, Utrecht en CCRMA, Stanford, VS

1988-1991Onderzoek en promotie City University, London (muziekcognitie)

1997-2003Co-director NWO PIONIER-project Music, Mind, Machine 2003-2009Onderzoeksprojecten

2010-hedenKNAW-Hendrik Muller leerstoel muziekcognitie

2011-hedenhoogleraar cognitieve en computationele musicologie aan faculteit geesteswetenschappen en natuurwetenschappen (UvA). Deze zomer verscheen een nieuwe, uitgebreide druk van zijn boek Iedereen is muzikaal. Wat we weten over het luisteren naar muziek, vergezeld van een website met testjes en luistervoorbeelden (iedereenismuzikaal.nl)

VERLOREN TIJD

1

Heb je te weinig tijd, te veel tijd of precies genoeg?

'Precies genoeg.'

2

Wat ga je na de zomer anders doen?

'Ik heb altijd goede voornemens, ik ben nogal van plannen maken en die dan uitvoeren, maar ik weet niet of mijn goede voornemens interessant zijn. O, mogen privédingen ook? Ik heb niet echt een privéleven. Ik heb geen kinderen, dan zou ik niks anders meer doen, ik vind kinderen zo ontzettend leuk; met kinderen zou ik alleen nog maar huisvader zijn. Ik heb natuurlijk vrienden en een lieve vriendin. Maar dat werk is mijn speeltuin, dat is wat ik doe en blijf doen.'

3

Wanneer is tijd verspilde tijd?

'Bestaat niet. Je hebt altijd je hoofd bij je.'

4

Wanneer is tijd goed bestede tijd?

'De kunst is om zoveel mogelijk de dingen te doen die je om een of andere redenen leuk en belangrijk vindt. En die dan te doen op de momenten dat je daar zin in hebt. Als je je tijd goed structureert en letterlijk speelruimte inplant, kun je veel voor elkaar krijgen.'

5

Als een week acht dagen zou tellen, wat deed je dan op de achtste dag?

'Dat is het zelfde als het zestallige stelsel invoeren in plaats van het tientallige. Maar goed, als ik 10 procent extra tijd zou hebben, wat zou ik doen... Nog een boek schrijven, denk ik. Of nog meer lezen.'

6

Wat was de mooiste dag van je leven?

'Die gaat nog komen, hè.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden