Column

Zomergast Denys bedierf veel van mijn appetijt door fragment van Lacan

Damiaan Denys. Beeld Maaike Engels

Zomergasten maakte dit jaar een vlakke indruk, daar waren de recensenten het wel over eens. Mijn verklaring is dat presentator Wilfried de Jong het vooral gezellig wilde houden. Hij leek goed bevriend met zijn gasten en deed er alles aan hen zo sympathiek mogelijk te laten overkomen. Geen stekelige opmerkingen, geen pijnlijke stiltes, geen onenigheden, maar twee mensen die op een zomeravond vanuit hun leunstoel samen naar de ondergaande zon kijken.

Een mooi voorbeeld daarvan was de laatste zomergast van dit jaar: Damiaan Denys, filosoof en afdelingshoofd psychiatrie van het Academisch Medisch Centrum. Dat zou heel interessant kunnen worden, maar Denys bedierf direct veel van mijn appetijt door een fragment te tonen over de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan (1901-1981).

Op zichzelf was dat fragment veelzeggend genoeg. Wij zagen Lacan op een aanstellerige manier een collegezaal binnenstappen. Daarna debiteerde hij met veel poeha een paar onbegrijpelijke diepzinnigheden en aan het eind werd zijn college verstoord door 'een verwarde jongeman', die mij heel wat minder verward leek dan Lacan zelf. Mij zou het verbazen wanneer dit theaterstukje niet in scène was gezet.

Het commentaar van Denys was schrikbarend. Lacan is zijn grote inspiratiebron. Diens grootheid schuilt erin dat hij tot het inzicht is gekomen dat juist in het onbegrijpelijke het werkelijk essentiële schuilgaat. Denys zei er nog bij dat Lacan in Nederland nooit veel erkenning heeft gekregen. Dat kwam volgens hem omdat 'Nederland het land is van de doorzonwoningen en de porno', terwijl Lacan daarentegen 'een exponent is van de zachte erotiek'.

Dat lijkt mij een observatie van likmevestje, zoals je ook net zo goed met het bedrijven van wetenschap kunt ophouden als je vindt dat het onbegrijpelijke eigenlijk het essentiële fundament is van ons denken. Ze hebben hem natuurlijk zelf aangenomen, maar een deel van het AMC-bestuur moet zich toch ook onbehaaglijk voelen bij de gedachte dat een Lacan-adept zo'n verantwoordelijke functie vervult. Trouwens, als patiënt met geestelijke problemen zul je zo'n onbegrijpelijkheidsfilosoof maar aan je bed hebben.

De werkelijkheid is dat Lacan niet alleen in Nederland, maar in de hele academische wereld wordt beschouwd als een oplichter. Chomsky, die hem een paar keer van dichtbij meemaakte, noemt hem expliciet een charlatan. En hij is beslist niet de enige. Lévi-Strauss, die college bij Lacan volgde, heeft gezegd dat het leek alsof iedereen rond hem in tran-ce verkeerde en dat hij de enige was die niets begreep van al die abracadabra. Als eerste, maar niet als enige, omschreef hij Lacan als een keizer zonder kleren.

Plagiaat en diefstal, dat zijn woorden waarmee Lacans carrière is geplaveid. Zoals elke goeroe hield hij ervan zijn publiek te imponeren met wiskundige en topologische vergelijkingen. De Möbius Ring en de drie Borromeus Ringen gebruikte hij graag om zaken nog onbegrijpelijker voor te stellen. In Fashionable Nonsense - vertaald uitgegeven als Intellectueel bedrog - hebben de wiskundige Alan Sokal en de natuurkundige Jean Bricmont uitgeplozen wat die wiskunde van Lacan nou precies inhield. Zij kwamen tot de schokkende conclusie dat het hier gaat om totale pseudowetenschap, inhoudsloze flauwekul die met wiskunde of topologie niets van doen heeft.

Dat Lacan zelfs getracht heeft de stijve penis in een formule te vangen, mag hilarisch heten, maar dat er ook wetenschappers waren die deze onzin hebben geloofd, is gewoonweg zielig. Overigens is Sokal ook degene die een natuurkundig artikel vol postmoderne blabla in allerlei serieuze tijdschriften geplaatst heeft gekregen, waarmee hij aantoonde dat ook de academische wereld bedrogen wil worden.

Zijn oedipale psychiatrie, of wat daarvoor door moet gaan, heeft Lacan geen windeieren gelegd. Net als veel televisiedominees en andersoortige goeroes was hij multimiljonair toen hij stierf, niet het minst omdat hij zijn therapeutische sessies terugbracht tot tien minuten en later - toen hij helemaal gaga was - tot één minuut. Maar wel een heel uur declareren. Logisch dat Lacan op zijn sterfbed gezegd schijnt te hebben: 'Misschien klopt er helemaal niks van wat ik heb beweerd, maar dan hebben wij in elk geval enorm gelachen.'

Aan Wilfried de Jong ging dit allemaal voorbij. Hij vond die Lacan wel een interessante kerel en hij wekte niet de indruk zich ergens in verdiept te hebben. Ach, waarom zou je je voorbereiden als je ook in de zon kunt liggen? En verder wensen wij de psychiatrische patiënten van het AMC veel beterschap toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden