Zomer van de Liefde: De ideaalfrustratie

V praat deze zomer over de liefde, om te beginnen over het vinden van onze weder-helft: ultieme droom en - onvermijdelijk - ontgoocheling.

Beeld Thinkstock

Het is allemaal de schuld van Plato. Door hem denken we al eeuwen dat we in ons eentje niet compleet zijn en zoeken we ons suf naar onze wederhelft. Die vinden we meestal niet, zodat we ons behelpen met tweederangsspul dat in het gebruik heel andere dingen doet dan je van je wederhelft zou verwachten, waarna we het inruilen voor nieuw materiaal en zich exact hetzelfde patroon ontvouwt.
Bedankt, Plato.

Plato's beroemde verhaal over de liefde staat in het Symposium. Daarin legt komedieschrijver Aristofanes tijdens een diner uit waarom de macht van de liefde zo groot is. Aristofanes vertelt zijn gehoor dat er vroeger bij de mensen drie seksen bestonden. Je had de mannelijke sekse, de vrouwelijke en een combinatie van die twee. Van ieder mens was de vorm helemaal rond, met rug en zijden in een cirkel, vier armen, vier benen, twee gezichten en één schedel. De mannelijke sekse stamde af van de zon, de vrouwelijke van de aarde en de mengvorm van de maan.

'Nu waren die mensen enorm sterk en energiek', zegt Aristofanes, 'en bovendien hadden ze een groot zelfbewustzijn. Zo namen ze het op tegen de goden.' Zeus besloot daarom de mensen allemaal doormidden te snijden, zodat ze verzwakt werden. Maar elke helft verlangt nog altijd wanhopig naar de andere. 'Ze zoeken elkaar op, slaan de armen om elkaar heen en grijpen elkaar beet in hun verlangen tot een eenheid te groeien.' Aristofanes: 'Zo lang geleden is dus in de mensen de liefde voor elkaar ontstaan. Die liefde brengt hen in hun oorspronkelijke gedaante bijeen en probeert van twee één te maken om zo de menselijke natuur te genezen. Ieder van ons is dus als het ware een ontbrekende helft, omdat de mens is doorgesneden als een schol. En ieder is dus altijd op zoek naar de helft die bij hem past.'

Knagende onvrede
Prachtig verhaal, maar zoals voor alle verhalen geldt - of ze nu uit de Griekse mythologie, de Bijbel, de Koran of de wereldliteratuur komen: het is niet handig om ze letterlijk te nemen. Dat is vragen om een leven vol ontgoocheling, knagende onvrede en een diepe bitterheid. Merkwaardig genoeg neemt bijna iedereen het verhaal van de wederhelft wél letterlijk. Zelfs de grootste atheïst blijft als het om de liefde gaat hardnekkig in sprookjes geloven.

Kun je hem/ons dat kwalijk nemen? Welnee. De zin 'En toen leefden ze nog lang en gelukkig' is er immers vanaf onze vroegste jeugd ingeramd. En hij wordt dagelijks herhaald in de moderne sprookjes die we op televisie en in de bioscoop zien. Wat ze in China en Noord-Korea doen met het communisme, doen ze in het Westen met de liefde. Het is pure indoctrinatie.

Het gevolg is een massale aandoening die het leven van mensen overal ter wereld behoorlijk verziekt en die je zou kunnen omschrijven als de ideaalfrustratie.

In 2011 verscheen Stine Jensens Het broekpak van Olivia Newton-John, een bundel 'stukken tegen de liefde'. 'Ik ben een pessimist in de liefde', schrijft ze. 'Nog voordat de liefde goed en wel is opgestart, heb ik het dramatische einde al uitgetekend: jaloezie, bedrog, overspel. Ik voorspoedig dat einde soms zelf door hartstochtelijk te snuffelen in brieven, e-mails en sms'jes, door mijn geliefde aan kleine testjes van trouw te onderwerpen. Ik vrees immer het onvermijdelijke slot dat op de loer ligt: ingeslapen sleur, routine en alledaagsheid. Hoe verschrikkelijk is het onvermijdelijke zachte sterven van een gepassioneerde liefde!'

Liefdesleugen
Dat we zo vatbaar zijn voor wat Jensen de 'liefdesleugen' noemt, komt omdat die zo heerlijk bedwelmend is. 'Als de liefde ons overvalt, dan ervaren we de grootse en meeslepende momenten van geluk. De zin van het leven lijkt compleet vervuld. Beginnende verliefdheid is een verrukkelijke vorm van dronkenschap!'

Jensen citeert de Italiaanse econoom en socioloog Eduardo Gianetti, die over liefde schrijft in De kunst van het zelfbedrog: 'Geliefden bidden, smeken, zweren de eeuwige liefde. De innerlijke overtuiging dat ze nooit meer zoveel van iemand zullen houden is rotsvast. Het op hol geslagen deeltje van de liefde krijgt de kracht van een tropische en Dionysische storm. Bacchus viert feest, Venus kleedt zich uit. Een streling is een zegenend gebaar, een kus een gebed en het copuleren de communie. Het zou een zonde zijn te negeren wat er geschreven staat, want dit moest gebeuren.'

Smachten en zoeken
Natuurlijk volgt ook de liefde de wetten van de tijdgeest. In het Frankrijk van Lodewijk de Veertiende stelden geliefden andere eisen aan hun wederhelft dan in het Rome van Marcus Aurelius en in het stenen tijdperk was het weer anders. Tot eind 18de eeuw was de keuze voor de vaste partner vaak praktisch van aard; met de zoektocht naar een wederhelft had die weinig te maken.

Maar gesmacht en gezocht werd er, hoe dan ook. In haar boek Alles over de liefde zegt de Pools-Amerikaanse schrijfster Lisa Appignanesi: 'Hoe sterk onze maatschappelijke en culturele mores ook veranderen, hoe scherp we ons er ook van bewust zijn - zeker in deze tijd - dat in de alledaagse werkelijkheid een sentimenteel happy end zeldzaam is of in elk geval maar zelden langer duurt dan de euforie van het ogenblik, toch is het gevoel gebleven dat liefde een ontmoeting is met de verloren en langgezochte helft van onszelf. Individuen zijn onvolledige wezens die op zoek zijn naar completering.'

Het hedendaagse ideaalbeeld van de ene, in alle opzichten passende partner met wie je niet alleen de liefde deelt maar ook het dagelijks leven, heeft zijn wortels in de romantiek, in 1774 stevig afgetrapt door de aanvankelijk anoniem uitgebrachte roman Het lijden van de jonge Werther. De naam van de auteur werd al snel wereldberoemd: Johann Wolfgang von Goethe. Hij had zijn boek over Werthers onbeantwoorde liefde voor Lotte in vier weken tijd geschreven, mogelijk bij wijze van therapie, want toen hij zijn debuut schreef, was Goethe 24 jaar en zwaar verliefd op de reeds bezette Charlotte Buff. In de brieven aan zijn vriend Wilhelm, waarin Werther beschrijft welke gevoelens Lotte in hem oproept, doet hij denken aan een zwaarverslaafde die dringend een shot nodig heeft.

'O, die leegte, die ontzettende leegte die ik hier in mijn borst voel! - Ik denk vaak: als je haar maar één keer, maar één keer aan dit hart kon drukken, zou die hele leegte zijn opgevuld.'

Maar Lotte werpt zich niet aan Werthers borst en Werther pleegt uiteindelijk zelfmoord, nadat hij Lotte per brief nogmaals van zijn eindeloze liefde heeft verzekerd: 'Ach, wat hechtte ik me aan je, wat kon ik je vanaf dat eerste ogenblik onmogelijk meer loslaten! - Dit lint wordt met mij begraven. Op mijn verjaardag heb je het me gegeven! Wat nam ik al die dingen gretig aan! - Ach, ik dacht niet dat mijn weg me hierheen zou voeren! - Het slaat twaalf uur! Zo zij het dan! - Lotte! Lotte, vaarwel, vaarwel!'

Malloot
'Die Werther is toch wel een absurde malloot', concludeerde Gerrit Komrij in 1975, in het nawoord van de Nederlandse vertaling door Thérèse Cornips. 'Met zijn geween, zijn gedweep, zijn gekwetste trots, zijn ongezonde liefde. Hij legde het loodje, Goethe bleef leven, daar hij leep genoeg was om in te zien dat geen vrouw het waard is dat je je om harentwille voor je kop schiet.'

In de late 18de eeuw vonden ze Werther helemaal geen sentimentele dweper. Het was de tijd van Sturm und Drang en het verheerlijken van de ongerepte natuur en de ware hartstocht. Jonge mannen gingen net zo gekweld kijken als Werther, wiens zoetsappige hoofd theekopjes en melkkannetjes sierde. Ze schreven hartstochtelijke brieven aan hun geliefden en schoten zich als je de verhalen moet geloven massaal overhoop als de liefdes niet werden beantwoord - harde bewijzen voor een zelfmoordgolf in die dagen zijn overigens nooit gevonden.

Zak met slangen
Hoe meer de ideale liefde werd verheerlijkt, hoe harder ook de ideaalfrustratie toesloeg. 'Trouwen betekent geblinddoekt in een zak met slangen grijpen en hopen dat je er een paling tussenuit kunt halen', schreef vrouwenhater/filosoof Arthur Schopenhauer bitter - hij zou zijn wederhelft nooit vinden.

Nog altijd geldt de allesvervullende liefde, die eigenlijk ook elke andere relatie overbodig maakt, voor veel mensen als ideaalbeeld. In Nederland heeft dit type liefde een belangrijke pleitbezorger gevonden in schrijfster Connie Palmen.

In 1998 verscheen I.M., haar monument voor haar overleden geliefde Ischa Meijer. Vanaf het moment dat ze hem ontmoet, leeft ze nauwelijks voor iets anders meer, schrijft ze. Wanneer de relatie enige weken oud is, wordt Palmen door Meijer in het openbaar geïnterviewd in een boekhandel in Maastricht. Haar familie komt kijken en ziet Palmen en Meijer voor het eerst samen.

Ze schrijft: 'Ik heb nauwelijks oog voor mijn moeder en broers, die schrikken van hoe ik eruitzie, zo vermagerd, verliefd, extatisch en afhankelijk. 'Onherkenbaar', zullen ze later zeggen, 'je was onherkenbaar. Je had alleen maar oog voor Ischa.' Mijn hartsvriendin Paulien zal me bestoken met verwijten en dat het haar op die dag duidelijk werd dat onze vriendschap voor altijd veranderd was. 'Je was zo met Ischa', zal ze na die zondag zeggen, 'daar was niet tussen te komen en ik zag dat het zo zou blijven, dat niemand tussen jullie twee kon komen, ik ook niet. Het kan me niet schelen wat je doet, maar dat je onder mijn eigen ogen voor Ischa koos, daar val ik van om.'

Jaren later beleeft Palmen een tweede grote liefde, met Hans van Mierlo. Ook hij overlijdt, en opnieuw schrijft ze een boek: Logboek van een onbarmhartig jaar. Het gevoel niet meer compleet te zijn spat van elke pagina: 'Ik ben panisch zonder hem', schrijft ze. 'Ik ben iemand niet. Ik ben bespottelijk alleen.' En: 'Ik ben een gapend tekort.' In een interview in het Volkskrant Magazine zei Palmen daarover: 'Als er sprake is van symbiotische liefde, dan is zelfverlies na de dood van een van tweeën wel een logische consequentie.' Ook in haar leven met Van Mierlo had Palmen nauwelijks meer ruimte voor vriendschappen met anderen: 'We hadden een druk sociaal leven. Maar daar zaten voor mij geen vriendschappen tussen.' Vroeger dacht ze dat iedereen zo met de liefde omging. 'Ik snap nu dat het niet zo is.'

Oxytocine
De symbiotische liefde is Plato in zijn meest doorgeslagen vorm. Zo erg hoeft het natuurlijk ook weer niet, maar als het om een serieuze relatie gaat, schuilt er in ieder van ons een verlangen naar herkenning, naar een partner die op ons lijkt, schrijft wetenschapsjournalist Mark Mieras in zijn boek Liefde - Wat hersenonderzoek onthult over de klik, de kus en al het andere uit 2011. Biologen verklaren het gevoel van verbondenheid tussen geliefden door te wijzen op oxytocine, de stof die de hersenen produceren als geliefden elkaar zien of aan elkaar denken, die voor weeën zorgt bij bevallingen en die de band smeedt tussen een moeder en haar kind. Oxytocine, schrijft Mieras, geeft een veilig gevoel maar versterkt ook gevoelens van afgunst en jaloezie. 'Dat lijkt tegenstrijdig maar is het waarschijnlijk niet. Onderzoekers veronderstellen dat de stof zowel positieve als negatieve sociale emoties versterkt.'

Oxytocine bouwt, aldus Mieras, 'een kathedraal op van vrolijke, geestige, memorabele, verdrietige, fijne, hartstochtelijke, gepassioneerde en dierbare herinneringen die je met je dierbaren verbindt. Zodra je aan hem of haar denkt, activeren je hersenen die herinneringen en schiet in de hypothalamus de productie van oxytocine omhoog, ontspant zich je amandelkern en voel je je fijn.'

Het zal niemand verbazen dat de farmaceutische industrie gretig op zoek is naar een manier om oxyticine in een pil te stoppen. Als iets korte metten kan maken met de ideaalfrustratie is het zo'n liefdespil: zodra je wederhelft lullig gaat doen en zich niet meer zo ideaal gedraagt als in het begin van de relatie, roer je gewoon een pilletje door zijn thee.

Maar volgens Mark Mieras is de ontwikkeling van de oxytocinepil niet eenvoudig. Middelen die in de hersenen de beschikbaarheid van oxytocine verhogen, hebben als bijwerking dat je iedereen gaat vertrouwen. Dat is onhandig, omdat je dan gemakkelijk te manipuleren bent door mensen die kwaad willen. 'Onze hersenen zijn om die reden juist heel selectief bij welke sociale relaties ze de stof produceren en bij welke niet. De oxytocine komt pas vrij op het moment dat je iemand ziet of aan iemand denkt die je vertrouwt of van wie je houdt. Je hebt er je herinneringen voor nodig. En die stop je niet in een pil. Daarom zal liefde altijd mensenwerk blijven. Liefde moet je bouwen en onderhouden.'

Eens in de zoveel tijd houdt iemand ergens een pleidooi voor de nuchtere liefde, die het meer van de rede moet hebben dan van het gevoel. Afgelopen jaar nog prezen in Elsevier, de Volkskrant en NRC Handelsblad verstandige mensen het verstandshuwelijk aan als iets heel verstandigs.

Je moet er niet aan denken. De mooiste zinnen van de wereld zijn gewijd aan de liefde, de mooiste muziek is geïnspireerd door de liefde. Liefde is een krachtige motor achter het leven, achter de kunst en trouwens ook achter de wereldeconomie. Het antwoord op de vraag of de ideale wederhelft daadwerkelijk bestaat, zal per persoon verschillen. Maar een ding staat vast: met het hoopvolle uitzicht op Plato's ideaalbeeld is de mens tot alles in staat. Laten we de bijbehorende frustratie dan maar voor lief nemen.

Talkshow
De Zomer van de Liefde is ook een talkshow! Zie de details.
De Ideaalfrustratie, noemen we het thema van de eerste aflevering van De Zomer van de Liefde - hoe gaan we ermee om dat we in steeds heviger mate blauwdrukken krijgen opgedrongen van de Ideale Liefde en de Perfecte Relatie?

Deskundigen en ervaringsdeskundigen verkennen het gebied van de frustrerende ideaalbeelden. Filosoof Jan Drost komt vertellen hoe de perceptie van de ideale man en vrouw berust op een romantisch misverstand. Marjan Berk en Annemarie Oster praten over hoe het ideaalbeeld volwassener wordt met het stijgen der jaren, of juist niet.

Hanna Bervoets, nog geen vaste relatie gehad, draagt een column voor. Ionica Smeets praat over liefde & wiskunde. Ivan Wolffers en Marion Bloem, volgens velen het ideale stel, beantwoorden vragen over hoe je zo'n perfecte relatie voor elkaar bokst. En de 'Ouwehoeren' Louise en Martine Fokkens (uit de gelijknamige succesdocumentaire) vertellen wat 50 jaar prostitutie doet met je (ideale) manbeeld. Dit alles omlijst met film- en televisiefragmenten en ter plekke geschreven rhymes van rapper Unorthadox, die ook best wil praten over zijn (niet ideaal gebleken) relatie met ex Anouk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden