analyse binnenbranden

Zomer van de binnenbranden op het Binnenhof: vijf strategieën om met dissidenten om te gaan

Van links naar rechts: Geert Dales (50Plus), Henk Otten (ex-FvD), Kees van der Staaij (SGP), Zihni Özdil (ex-GroenLinks), Femke Merel van Kooten (ex-PvdD) en Wybren van Haga Beeld ANP, Freek van den Bergh / de Volkskrant, Hollands Hoogte

In Den Haag stapelden de partijpolitieke calamiteiten zich de afgelopen maanden op. Zes partijen moesten al brand blussen, meestal met een dissident die claimt dat de koers van de partij in het geding is. Het is mooi materiaal voor een masterclass politieke crisiscommunicatie. 

Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden dat Jesse Klaver zijn ‘met de deur in huis’-mail rondstuurde als reactie op het opstappen van Kamerlid Zihni Özdil. Özdil vertoonde ontoelaatbaar gedrag en collega’s voelden zich niet meer veilig bij hem, schreef Klaver. De mail werd laat in de avond van 28 mei verstuurd, en voordat de zon opging had de leiding van GroenLinks al enorme spijt. Hier was schade aangericht die niet zo eenvoudig te repareren zou zijn.

Die klungelige brief bleek de opmaat naar een lange reeks politieke bedrijfsongelukken. Het Binnenhof beleeft de zomer van de binnenbranden. De ene partijpolitieke calamiteit is nog niet geblust of de volgende dient zich aan. Na GroenLinks ging het smeulen of knetteren bij de VVD, bij 50Plus, SGP, Partij voor de Dieren en Forum voor Democratie. Op het eerste gezicht lijken die conflicten niet op elkaar, maar onder de oppervlakte zijn de overeenkomsten groot.

Bij de VVD was er een Kamerlid – Wybren van Haga – dat met een slok te veel op achter het stuur was gekropen. Bij 50Plus bleek de bureaumanager graag bereid een onreglementaire schenking aan te pakken. De SGP worstelt met een obscure commissie die zich schuldig zou maken aan machtsmisbruik en vriendjespolitiek. Kamerlid Femke Merel van Kooten-Arissen verliet de Partij voor de Dieren en nam haar zetel mee. Bij Forum voor Democratie wordt medeoprichter en senator Henk Otten beschuldigd van financiële malversaties.

In vrijwel alle affaires en affairettes van deze zomer claimen de dissidenten – Otten, Van Kooten, Özdil, de SGP-dwarsliggers – dat de koers van de partij in het geding is, en dat het in de kern om een inhoudelijk meningsverschil draait. Ze raken daarmee een gevoelige snaar; in tijden van politieke versplintering wordt onenigheid over de partijkoers als een bedreiging gezien. De partijleiding kiest er daarom in alle gevallen voor het conflict in de privésfeer te trekken: dan heet het disfunctioneren (Özdil), persoonlijke kwesties (Van Kooten), arbeidsconflict (klokkenluider SGP) of fraude (Otten). 

Steeds geldt: waar rook is, smeult de onvrede. Als deze kwesties iets zichtbaar maken, dan is het dat er bij veel partijen ongenoegen is over de interne democratie.

De binnenbranden vormen samen een opmerkelijke reeks, die mooi materiaal zou opleveren voor een masterclass politieke crisiscommunicatie. Hoe ga je als partij om met ruzie binnen de eigen gelederen? Blijf je bereikbaar voor de media? Wat werkt wel en wat keert zich tegen je? Wanneer neem je je verlies? Wat vertel je de buitenwereld en wat verzwijg je? Een overzicht van de strategieën.

In de doofpot stoppen

Het Facebookbericht waarmee Kamerlid Femke Merel van Kooten-Arissen op 16 juli bekendmaakte dat ze de Partij voor de Dieren verliet, kwam als een donderslag bij heldere hemel. Haar verklaring was cryptisch. De kern van haar ongenoegen leek te zijn dat de PvdD zich exclusief om natuur en dieren bekommert, en daarbij de mens uit het oog verliest. 

De Partij voor de Dieren reageerde strikt formeel: men was ‘onaangenaam verrast’, maar wilde ‘vanwege het persoonlijke karakter van de kwestie’ geen nadere toelichting geven. Partijleider Marianne Thieme houdt zich tot op de dag van vandaag consequent onbereikbaar, de woordvoerder deed er het zwijgen toe.

Dat die lijn om verder geen reactie te geven goed was doorgesproken, bleek in een gesprekje met Kamerlid Lammert van Raan. Op de vraag hoe hij het vertrek van Van Kooten ervoer, herhaalde hij letterlijk de officiële reactie. Op de opmerking dat het vreemd is in een kleine fractie zo overvallen te kunnen worden door het diepe ongenoegen van een van de fractieleden, reageerde hij stoïcijns: een grote verrassing, dat was het. Meer kon hij er niet over zeggen.

Op het grote gooi-het-er-maar-uit-interview met Van Kooten kon je wachten. Ze werd uitgewoond door de partij, vertelde ze in het AD. Medewerkers vluchtten bij bosjes weg bij de PvdD. Ook in de partijkoers was ze diep teleurgesteld. Zo bleek het niet de bedoeling te zijn dat ze opkwam voor de rechten van de lhbti-gemeenschap omdat de partij daar volgens Thieme niets aan verschuldigd was. Kortom: ‘De cultuur is verziekt.’

Ineens lag er een grote berg vuil op straat, waar de partij sindsdien zorgvuldig omheen stapt. Een recente peiling wijst uit dat de achterban ontevreden is. Partijvoorzitter Sebastiaan Wolswinkel kondigde deze week een debat over de koers aan. Voorspelling: deze doofpot gaat het reces niet overleven.

Tijd kopen

Met de SGP zou je haast medelijden krijgen. De niet zelden radicale opvattingen van de staatkundig-gereformeerden worden doorgaans aan het oog onttrokken door de glimlach en voorkomendheid van Kees van der Staaij, al twee decennia het boegbeeld van de partij.

Met het gedoe dat na 5 juli ontstond rond de Stichting VOE, de partijcommissie die democratie in verre buitenlanden wil bevorderen, werd het gordijn weggetrokken. Ineens rees het beeld op van een clubje mastodonten dat elkaar privileges verschafte en met overheidsgeld zinloze reisjes ondernam. Een medewerker die zich daarover beklaagde, werd de duimschroeven aangedraaid. En Van der Staaij, doorgaans niet bang voor de media, zag ineens geen enkele noodzaak om toelichting te geven.

Opmerkelijk was het grote aantal – jonge – SGP’ers dat popelde om openheid van zaken te geven. Er moest snel schoon schip worden gemaakt door de partijleiding. Die bleek op zo veel landelijke aandacht niet voorbereid en haalde onder druk van de publieke opinie snel bakzeil. Het idee om in september met een oplossing te komen, werd verlaten. Binnen twee weken na het uitlekken van de onenigheid lag er een nieuw voorstel: de VOE wordt opgedoekt, de klokkenluider mag voorlopig blijven.

Of dat volstaat, moet blijken. Het ongenoegen van de jonge SGP’ers gaat verder dan de praktijken van een enkele commissie. Dat er verandering nodig is, daarvan getuigt de wereldvreemde manier waarop deze crisis is behandeld.

Wrijven in een vlek

Moest hier ooit een schoolvoorbeeld voor worden gezocht, dan is het de afhandeling van de kwestie-Özdil door GroenLinks. Nadat Özdil had getracht een gesprek met partijleider Klaver op te nemen – daaronder ging onenigheid over het leenstelsel schuil – volgde een exitgesprek op 28 mei. De partijleiding ging er daarna van uit dat Özdil zou instemmen met een gezamenlijke verklaring: het is voor iedereen het beste als ik de Kamer verlaat.

Dat liep anders. Özdil koos het initiatief, maakte zelf zijn vertrek en zijn visie op de handelswijze van de partijleiding bekend en zette die daarmee voor het blok. GroenLinks koos de vlucht vooruit: Özdil was niet te handhaven als Kamerlid. Toen fractiegenoten vervolgens over drankgebruik begonnen, terwijl Özdil keurig bleef volhouden dat hij de partij dankbaar was voor de geboden kansen, raakte GroenLinks steeds meer in de knel. Dat Klaver vervolgens in het Journaal zei ‘ontzettend te balen’ van de kwestie, maakte het nog erger.

GroenLinks-Kamerlid Zihni Özdil (rechts) moest opstappen na een aanvaring met fractievoorzitter Jesse Klaver (links). Beeld ANP

Karaktermoord, dat was het frame waarin Özdil zijn partij wist te vangen. Hier was het politieke op een klungelige manier persoonlijk gemaakt. Twee vragen bleven boven de markt hangen: staat het ongenoegen van Özdil voor meer? En waarom trok de partijleiding geen lessen uit de onhandige omgang met eerdere interne kwesties – Kamerlid Grashoff dat moest opstappen wegens een relatie met de partijvoorzitter, en de medewerker die een stagiaire had lastiggevallen (en inmiddels in dienst is bij een Haagse GroenLinks-wethouder).

Van speelveld veranderen

Een van de grondregels in de politiek, overgenomen uit de krijgskunde, luidt: wie het speelveld bepaalt, wint – premier Rutte is een grootmeester in deze tactiek. Ook in de zomerse binnenbranden gaat het doorgaans om dat speelveld. Het duidelijkst is dat zichtbaar bij de eind vorige week opgelaaide ruzie in de top van Forum voor Democratie. Henk Otten maakt zich schuldig aan zelfverrijking, zegt het hoofdbestuur in de persoon van Thierry Baudet, en daarom wordt hij geroyeerd. Een door de partijleiding opgesteld rapport en een tijdlijn worden aangevoerd om alle malversaties in kaart te brengen, een steunverklaring van provinciale fractieleiders werd georganiseerd. Baudet houdt zich intussen onbereikbaar voor de media, maar herhaalt via eigen kanalen de boodschap dat hier echt sprake van fraude is.

Onzin, zegt Otten, die naar een ander speelveld wil: hij stelt koers en toon van de partij ter discussie, vindt dat het afgelopen moet zijn met de ‘boreale’ bespiegelingen en het lonken naar cultuurchristendom. Daar jaag je volgens hem kiezers mee weg. Waar Baudet de media mijdt, grijpt Otten elke kans aan zijn standpunten te ventileren.

Zolang de fraude van Otten niet onomstotelijk wordt aangetoond, volgt FvD met die verlegging van het speelveld een hachelijke koers. Het is dezelfde strategie die GroenLinks en de Partij voor de Dieren volgen: ontkennen dat er sprake zou zijn van inhoudelijke onenigheid, en benadrukken dat het om geïsoleerde gevallen gaat. Met alle risico dat een veenbrand ontstaat.

Je verlies nemen

Dat kan dus ook: gewoon toegeven dat er iets verkeerd is gegaan, benoemen wat dat was en adequate maatregelen treffen. De VVD heeft zich daarin de afgelopen jaren grondig kunnen bekwamen. Veel te vaak en te lang hield de partijleiding – Mark Rutte voorop – VVD-politici die over de schreef waren gegaan de hand boven het hoofd. Zo niet in de affaire-Wybren van Haga, toch al een Kamerlid met een talent om op een onhandige manier in het nieuws te komen. 

Nadat 16 juli bekend werd dat hij met een te hoog alcoholpromillage had autogereden, greep fractieleider Klaas Dijkhoff meteen in: 5.000 euro boete en een door de partij opgelegde taakstraf van vijf dagen. ‘Kamerleden hebben een voorbeeldfunctie.’ Daar hoor je niks meer van.

Een identieke tactiek hanteerde 50Plus, nadat 20 juli bleek dat de manager van het partijbureau in de fuik van De Telegraaf was gezwommen en bereid was, tegen de regels in, een schenking van 15.000 euro in baar geld aan te pakken. Van deze medewerker wordt afscheid genomen ‘wegens een ernstige vertrouwensbreuk’, liet partijvoorzitter Geert Dales weten zodra de zaak aan het licht kwam.

Tweemaal krachtdadig ingrijpen. Geen toeval dat het hier om affaires gaat waarbij de partijkoers ver uit zicht bleef.

Meer lezen

Publicist en columnist Zihni Özdil heeft het niet gered als Kamerlid voor GroenLinks. Is er op het Binnenhof nog plaats voor eigenzinnige politici van buiten? ‘Partijen zijn bemoeizuchtig en bureaucratisch.’

Wat het moddergevecht tussen Thierry Baudet en Henk Otten vooral aan het licht brengt, is dat Forum voor Democratie sinds zijn oprichting niet alleen politieke vernieuwing wil brengen, maar ook lijkt te fungeren als bron van inkomsten voor de partijleiding

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden