Zombies met een poepluier

Het zou schelen als de liefdevolle energie die nu opgaat aan de strijd voor een zelfverkozen dood, werd aangewend om het leven van ouderen te verbeteren....

Mijn vader was zijn leven lang voorstander van euthanasie. Er waren vele omstandigheden, zei hij, waarin het voor hem ‘niet meer zou hoeven’. Als zijn vrouw zou doodgaan, bijvoorbeeld. Als hij wartaal ging uitslaan. Als hij zijn borreltje niet meer kon drinken. Hadden wij kinderen dat goed genoteerd?

Toch tekende mijn vader nooit een euthanasieverklaring. Gelukkig. Want misschien was er dan iemand geweest die hem aan zijn ‘afspraak’ had willen houden. Op zijn sterfbed, met slangen door zijn neus, verlangde hij maar één ding: langer leven. ‘Huis’, riep hij een paar uur voor zijn dood. ‘Gezellig!’ Hij stierf zonder pijn, in de zachte armen van zuster Morfine.

Hugo Claus koos voor de dood, toen hij merkte dat het belangrijkste instrument in zijn leven, de taal, begon af te brokkelen. Dat is een moedige beslissing. Maar je mag nooit suggereren dat Claus’ daad anderen tot voorbeeld zou moeten strekken.

De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde pleitte naar aanleiding van Claus’ dood om een ‘waardigheidscriterium’ in de wet op te nemen. Rob Jonquière, directeur van de NVVE, lichtte dat zaterdag toe in NRC Handelsblad. Gezonde mensen die ‘hun leven voltooid achten’ en ‘dementen met een adequate wilsverklaring’ zouden hulp bij zelfdoding moeten kunnen krijgen. Jonquière zou graag zien dat wij vastleggen onder welke omstandigheden we euthanasie wensen, ook als wij dan wilsonbekwaam zijn.

NVVE-leden tekenen volgens hem zo’n verklaring, omdat zij ‘niet als zombies in poepluiers willen wegkwijnen’. Oud-minister Els Borst, bijvoorbeeld, verklaarde euthanasie te willen als zij haar kinderen niet meer herkent. Het probleem is alleen, zegt Jonquière, dat een arts dan ‘zou willen checken of zij nog steeds dood wil’.

Ja, dat wil die arts, en het is hem geraden ook. Zo’n ‘waardigheidscriterium’ mag nooit rechtsgeldigheid krijgen. Je kunt je stervenswens niet vooraf ‘regelen’. Niemand kan zijn toekomstige, dementerende ik opleggen wat deze moet willen. En niemand mag ooit aan zo’n besluit worden gehouden.

Hoe moet je dat zelfgekozen moment voorstellen? Moeder herkent dochter niet meer. Op een ochtend wordt zij wakker, de zon schijnt. De bewoners, weet ze, mogen straks op het terras zitten. Misschien krijgen ze een ijsje. Dan wandelt de verpleeghuisarts binnen, met de vrouw die beweert haar dochter te zijn. Er was een afspraak, zeggen ze ernstig. Zijzelf zou het zo gewild hebben. De vrouw kijkt verbaasd. Een schone luier, daar verlangt zij naar. En een lekker ontbijt. Het is al tien uur, maar zij ligt nog ongewassen in bed.

Jonquière bedoelt het vast niet zo, maar eigenlijk zegt hij: dementen die de halve dag wachten op hun wasbeurt, hebben dat aan zichzelf te wijten. Hadden zij maar eerder ‘waardig’ moeten sterven. Een klein stapje verder is dat hoogbejaarden zich schuldig voelen omdat ze hun verzorgers tot last zijn.

Meer gevallen van ‘zelfgekozen’ dood maken de gezondheidszorg goedkoper, de claims bij verzekeraars kleiner en het personeelstekort minder nijpend. Jonquière denkt dat zulke argumenten in ons beschaafde Nederland geen rol spelen. Dat is naïef. Het spook van de vergrijzing grijnst dreigend.

Sommige mensen hebben wel familie, maar geen dierbaren. Nazaten voor wie de erfenis niet snel genoeg kan afkomen – het is een karikatuur, maar het gebeurt, en de wet moet ouders tegen zulke kinderen beschermen. Maar ook op mensen die wel van hun ouders houden, kan ‘mantelzorg’ zwaar drukken. Wie kan volhouden dat er geen sprankje eigenbelang meespeelt als mensen zeggen dat zij andermans lijden ‘niet langer kunnen aanzien’?

Ik lig niet wakker van de gedachte dat niemand mij naar de andere wereld zal willen helpen. Niet zolang ik erop kan rekenen dat mij een pijnlijke dood wordt bespaard. De dood komt wanneer het hem zint. Jonquière wil niet dat palliatieve sedatie een alternatief wordt voor euthanasie. Waarom niet? Was euthanasie niet een noodgreep bij ‘langdurig en uitzichtloos lijden’? Is het geen winst als artsen minder vaak mensen hoeven te doden?

Mij beangstigt het idee dat velen straks mijn lieve moeder, en nog later mijn geliefde en mijzelf, zullen beschouwen als ‘zombies met een poepluier’. Ik vrees een samenleving die stilaan gaat eisen dat mensen hun geldverslindende oude dag vóór zijn.

Bijna iedereen die zegt dood te willen, bedoelt dat hij zijn huidige leven niet verdraagt. De mate van beschaving van een land kun je aflezen aan de bereidheid hoogbejaarden een aangename laatste levensfase te gunnen. Het zou schelen als de liefdevolle energie die nu opgaat aan de strijd voor een zelfverkozen dood, werd aangewend om het leven van ouderen te verbeteren.

Waardig – dat is dementerenden beschouwen als persoonlijkheden met levenservaring, met een verhaal. Dat je niet weet welke dag het is, betekent niet dat je doodongelukkig bent of dat je leven niks voorstelt. Het gruwelijkste aan dementie is de blik van de ander, die in jou zijn vleesgeworden nachtmerrie herkent: een onwaardige zombie in een poepluier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.