Zolang ze maar ‘hallooo!’ mogen roepen naar Bob

Bob de bouwer..

Den Haag Als hij Bob de bouwer in levende lijve ziet, moet de kleinzoon van Elco Brinkman hard huilen. Het is dan ook een levensgrote pop met enge ronde ogen, die geen woord zegt. Desalniettemin nemen de persfotografen in de speciale VIP-ruimte talloze foto’s van het tweetal.

Vijftien shows achter elkaar geeft Bob de bouwer deze dagen in het World Forum Theater in Den Haag, soms wel drie keer op een dag. De musical naar de gelijknamige kleuterhitserie op televisie, trekt duizenden kinderen die gewapend met lichtgevende Bob de bouwer-molentjes, Bob de bouwer-helmen en Bob de bouwer-T-shirts naar hun helden komen schreeuwen.

Ieder kind kan je uitleggen wie die kleurrijke wezens op het podium zijn. De oerdomme vogelverschrikker met zijn schelle stem heet Spud, de immer opgewekte vriendin van Bob (sprekend Bob, maar dan met oorbellen) heet Wendy en dan zijn er nog de graaf- en bouwmachines Scoop, Lifty, Dizzy en Scrambler.

Op televisie doen Bob en zijn bouwteam iedere aflevering aan goede daden, waarbij ze en passant wijze lessen over het leven leren. Op tv rennen de poppetjes bovendien door elkaar en is er overal wat te zien.

Op het podium is er nauwelijks ruimte voor wilde actie, maar aan wijze lessen ontbreekt het niet. Bob gaat een ecocentrum met windturbines bouwen. Want ‘afval is pas afval als je het niet kunt recyclen’.

Zo’n suf verhaallijntje is natuurlijk niet waar de voorstelling echt om gaat, dat weten de kinderen ook. Het kan ze niet schelen dat er nauwelijks spanning is of dat de poppen nog wat onwennig met de Nederlandse geluidsband mee bewegen. Ze zitten met open mond te wachten tot ze ‘hallooo!’ naar Bob mogen roepen. Ze springen op en wijzen als domme Spud er met het afval vandoor gaat. En ten slotte doen ze mee met de draai-, de wapper- en de strekbewegingen die bij de deuntjes horen.

Het enige dat vreemd genoeg niet wordt uitgemolken, is lijflied van de serie, het Bob de bouwer-lied. En dat terwijl dat met gemak dagenlang in je hoofd blijft zitten. Alleen het tunetje komt af en toe voorbij, zonder tekst.

Misschien gingen de makers ervan uit dat de televisie haar werk wat dat betreft al heeft gedaan, dat het Bob de bouwer-lied al deel uitmaakt van de DNA van de jeugd van nu. En daar hebben ze gelijk in want na afloop, als de kinderen met hun ouders op weg zijn naar de parkeergarage, gonst de melodie door de menigte. ‘Bob de bouwer, kunnen we het maken?’, zingen ze. Als dat de vraag is bij deze voorstelling: kunnen we het maken om met zo’n dunne theaterversie van de tv-serie weg te komen, dan is het antwoord blijkbaar: ‘nou en of!’

Jowi Schmitz

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden