Zolang je nog maar dammen kunt MAARTEN 'T HART GEEFT ZIJN JEUGD EEN TIKJE MEER KLEUR

DE COMEBACK van Maarten 't Hart, riep de uitgever bij de aankondiging van De vlieger. Een verbazingwekkende kreet, gezien het feit dat deze auteur nooit is weggeweest....

Want daar is-ie weer, de robuuste grafdelver Pau, wiens leven en sterven liefdevol werden beschreven in De aansprekers uit 1979. Praatziek, humoristisch, gereformeerd, liefhebber van sjekkies en het damspel. Op zijn sterfbed lag hij zich nog kwaad te maken om de ongelovige schijterd die er uit Maarten was geworden, vroeger toch een levenslustige doerak. Hun wegen scheidden zich toen de leesgrage jongen thuiskwam met Karakter van Bordewijk. Zo'n rotzak als die vader daarin voor zijn knul was, daar moest de oude 't Hart niets van hebben. Tegelijkertijd barst hij in snikken uit als hij zich ten overstaan van zijn zoon verwijt alle durf uit zijn donder te hebben getrapt en geslagen.

De aansprekers had alles van een onversneden realistische roman. Nu Maarten 't Hart bijna twintig jaar later opnieuw zijn vader breeduit het woord verleent, is diens grofgebektheid niet verdwenen, maar wel ontbreken deze keer de meppen en schoppen die hij zijn zoon verkocht. In De vlieger is Pau 't Hart de vader uit een braaf jongensboek geworden. De schrijver heeft het vaderbeeld geretoucheerd, van waarachtig naar gedroomd. Zoals hier heeft hij hem vermoedelijk het liefst.

In zijn eerste boeken trachtte 't Hart de streng gereformeerde jeugd in het Maassluis van de jaren vijftig 'van zich af te schrijven'. Allengs is hij zich bewust geworden dat hij meer verknoopt is met dat rare gesloten wereldje dan hij had bevroed. Inmiddels heeft hij zich erbij neergelegd dat het heimwee hem niet meer loslaat. De wereld is er immers niet vrolijker en rechtvaardiger op geworden. Wel onoverzichtelijker.

Wanneer 't Hart nu terugblikt op toen, hoeft hij niet langer te steunen onder de geboden en verkrampte verboden die het leven van de gewone man insnoerden (trouwens ook bij de achterbakse papen, daar wil de schrijver geen misverstand over wekken). Hij kan zich er als vrij man in laten terugzakken, en de pittoreske geborgenheid benadrukken die het onwankelbare geloof óók met zich meebracht. Hij kan zijn jeugd een paradijselijk tintje geven. Vergelijkbaar met hoe het toegaat in de stadsromantiek van Maurits Sabbe of de plattelandsromantiek van Stijn Streuvels, ziet hij dan vooral knoestige kerels en lieftallige deernen onder doorschenen schapenwolkjes hun eerlijke bestaan leiden.

Anno 1998 heeft dat met realisme weinig meer van doen. Aan het slot van De vlieger bekent Maarten dat zijn vader, bijna een kwart eeuw dood, geen dag uit zijn gedachten is. Wat in de werkelijkheid niet meer kan, hem nog eens horen, is op papier geen onmogelijkheid. Sluit je ogen gewoon voor de moderne razende tijd - die bezorgt je maar hartritmestoornissen - en voor je het weet heb je vaders parlando weer te pakken, een verademing vergeleken bij de stilistische krukkigheid die 't Harts andere romans vaak ontsiert:

'Kijk, en weet je wat nou zo prettig is? Ginus doet alles zonder morren over. Die man klaagt nooit, het enige wat hem, behalve dan dat z'n dochter die niet deugen wil - en dat ligt heel gevoelig hoor, laatst zei ik hem toen hij weer over haar aan 't tobben was, om 'm een hart onder de riem te steken: ach, hoe ruwer de big, hoe gladder het varken. Toen trok hij z'n wenkbrauwen zo hoog op dat ze de klep van z'n pet raakten - waar had ik 't ook weer over, o ja, het enige wat hem dwarszit is het feit dat hij niet heeft mogen doorleren.'

Als zo vaak heeft 't Hart zich gebaseerd op een bestaand gegeven. De ware geschiedenis staat in de column 'Gelijk ook wij vergeven' uit zijn bundel Wie God verlaat heeft niets te vrezen (1997). Een ingetogen ouderling uit de Pieter Schimstraat werd eerst driemaal kerkelijk vermaand, en toen in de ban gedaan. Als godloochenaar werd hem de toegang tot de kerk ontzegd, hetgeen ook betekende dat hij uit de sociale gemeenschap werd gestoten.

Dat had de jonge Maarten niet eerder meegemaakt, en waarschijnlijk is hij het voorval daarom nooit vergeten. De banneling begreep maar niet dat God niet rechtstreeks kon vergeven, zoals mensen vermogen, maar dat Hij dat alleen kon via verlossing door het zoenbloed van Christus. Maar God heeft toch geen behagen in slachtoffers? Waarom zou God zelf niet kunnen wat Hij van ons vraagt? Immers, wij hoeven niet eerst onze zoon aan het kruis te slaan, voordat we in staat zijn tot vergeving.

Hoeveel ouderlingen, diakenen en dominees het stijfkoppige lid ook wilden bepraten, hij bleek niet te vermurwen. Uitgerekend over de vergeving verdroeg de kerk geen twijfel of relativering. Het hamerstuk mocht geen vraagstuk worden. De Schrift moest wel duchtig gelezen worden, maar voor de uitleg ervan moest je weer blind varen op de dominee. De starre ouderling werd er derhalve uitgemieterd.

In De vlieger geeft 't Hart zijn vader een heldenrol. Diens gedrag demonstreerde hoe vergeving rechtstreeks kan worden verleend. Van mens tot mens. Dus ook van gelovige tot 'afgesnedene'. Zand erover, het dagelijkse devies van een grafdelver, is heus niet zo moeilijk in praktijk te brengen - als je even afziet van allerlei malle kerkelijke wetten, die door de mensen zelf aan de Schrift zijn gehangen.

Vader vloekt alle struiken uit de grond, maar heeft een hart van goud. Hij maakt een vlieger voor zijn zoon, hij neemt de obstinate ouderling Ginus in dienst als hulp 'op 't graf', alwaar hij ook tekeergaat tegen een goddeloos schijtende reiger en het geniepige doofstomme oubaasje Rampenne, terwijl hij die twee lamstralen eigenlijk geen dag kan missen.

Zo'n mieterse man. Maarten heeft uren naar hem geluisterd, zoals hij ook ademloos kon kijken naar de mooie dochter Machteld van Ginus, en woordloos kon opgaan in romantiserende literatuur. Luisteren, kijken, lezen: in de wereld zijn, zonder iets te hoeven doen. Als je zo'n jeugd bent kwijtgeraakt, simpelweg door volwassen te worden, staat je maar één weg open om die soezende geluksmomenten terug te halen: ze in boekvorm vastleggen. Vertekend door sentiment, zeker, maar in elk geval beheersbaar. Minder verwarrend dan de actualiteit van na de ontzuiling (die overigens nooit helemaal is voltooid).

In De vlieger suist het gaslantaarnlicht, komen de verontruste gelovigen bijeen om te bakkeleien over bijbelcitaten of te discussiëren over de middenscheiding van dominee Hindervoet, en hoort de grafmaker dat Ginus maar één kind heeft, omdat zijn vrouw een tweede bevalling niet zou overleven. De troostende repliek: 'Ach, zolang je nog maar wel kunt dammen, zeg ik altijd maar.'

Die sfeer hangt over De vlieger als een schapenwollen deken. In het pendant van de beweging waarmee hij afstand heeft genomen van de leugens en onhebbelijkheden van het vrome volk, verschanst 't Hart zich in de vrome leugen van de jeugd als een verstilde Biedermeier-aquarel. In interviews gaat hij er prat op dat hij een echte verteller is - dus geen gekunstelde ideeëngoochelaar -, die niets verzinnen kan. Bij hem komt het echte leven aan bod. Maar ook dát is een geloof, want de knusheid waar hij naar terugverlangt, stamt veeleer uit de boeken waar hij als jongeling aan verslingerd was. 't Hart reikt Antoon Coolen, Herman de Man, Felix Timmermans en consorten de hand. Zijn stek is tegenwoordig die van de goedsmoedse streekromancier; een kleine verteller voor scholieren en die zoetekoekslikkers die nooit konden of wilden doorleren in de school des levens.

Arjan Peters

Maarten 't Hart: De vlieger.

De Arbeiderspers; 227 pagina's; * 34,90.

ISBN 90 295 2144 9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden