'Zolang er Armeniërs bestaan, zal deze kwestie blijven'

Paus Franciscus heeft de volkerenmoord in 1915 op Armeniërs 'de eerste genocide van de 20e eeuw' genoemd, waarop Turkije prompt zijn ambassadeur bij het Vaticaan terugriep voor overleg. 'Zolang er Armeniërs bestaan, zal deze kwestie in leven blijven', hoorde onze verslaggever Bert Lanting in 2008 toen hij afreisde naar het gebied waar de moorden hebben plaatsgevonden.

Paus Franciscus (L) omarmt de Catholicos van alle Armeniërs, Karekin II. Beeld Reuters

'Als iemand je vraagt waar je bent geweest, moet je zeggen dat je het monument voor de Slag bij Sardarabat hebt bekeken. Niet zeggen dat je bij de grens bent geweest', zegt de chauffeur bezorgd. Op het moment dat onze verslaggever deze reis maakt, was Armenië vijftien jaar onafhankelijk, maar de aloude Sovjet-schrik zit er bij de chauffeur nog in. Grenzen zijn ongenaakbare zones waar de gewone burger niets te zoeken heeft, maar zeker een buitenlander niet.

In dit geval klopt het ook: de weg loopt in het zuiden van Armenië dood in dorre velden. In de verte doemt een prikkeldraadversperring op: de grens met Turkije, die in 1992 werd gesloten, nadat de Armeniërs de enclave Nagorny Karabach en omliggende delen van Azerbeidzjan hadden ingenomen. Alleen bij Margara staat de grens op een kiertje voor lokale inwoners die op familiebezoek willen aan de Turkse kant van de grens.

De tijd is stil komen te staan in dit deel van Armenië. De velden liggen er verwaarloosd bij. Hier en daar grazen wat koeien en geiten, maar de staatsboerderijen uit de Sovjet-tijd zien eruit of er oorlog heeft gewoed: betonnen geraamten die door onkruid zijn overwoekerd. 'Er is hier niets meer te doen. De meeste fabrieken zijn gesloten. Iedereen trekt weg naar Jerevan of het buitenland', zegt een man die benzine uit grote flessen probeert te slijten aan de weinige automobilisten.

Achter hem maakt de besneeuwde top van de Ararat zich los uit de wolken. De berg is het nationale symbool van de Armeniërs, maar blijft onbereikbaar, net aan de Turkse kant van de grens.

'Natuurlijk doet het pijn dat we er niet heen kunnen. Daar ligt ons hart', zegt de historica Atschik Edigarjan van het Genocide-museum in Jerevan. Vanaf de heuvel waarop het monument voor de massamoord op de Armeniërs in Turkije ligt, kijkt ze uit naar de Ararat. 'Iedere dag laat hij een ander gezicht zien', zegt ze mijmerend.

Wel of geen genocide?

Voor historici zijn 300 duizend tot anderhalf miljoen Armeniërs tussen 1915 en 1920 omgekomen in het conflict met Turkije. Het gaat daarbij volgens de geschiedkundigen niet om slachtoffers van oorlogshandelingen, maar om volkerenmoord. Turkije blijft zich tegen die lezing verzetten: de doden vielen in een conflict dat een uitvloeisel was van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Armenië had daarin de kant van de Russen gekozen en Turkije die van de Duitsers.

De Turkse regering weigert de gebeurtenissen als genocide te bestempelen. Er zijn wel veel Armeniërs om het leven gekomen, maar dan voornamelijk door hongersnood en de ontberingen tijdens de voettocht door de woestijn naar Syrië.

Massaslachtingen

Op een wand in het museum wijst ze een groep schoolkinderen aan hoe ver het Armeense rijk vroeger reikte: van de Zwarte Zee tot aan de Middellandse Zee. Er valt een diepe stilte als de kinderen langs de foto's lopen van de gruwelen waaraan hun voorouders werden onderworpen, toen de nationalistische Turkse regering in 1915 besloot dat de christelijke Armeniërs moesten wijken voor het islamitische Turkse rijk dat zij wilden vestigen.

Afgehakte hoofden, Armeniërs die aan hun voeten van bruggen gehangen werden en de uitgemergelde lijkjes van kinderen die omkwamen tijdens de voettocht door de woestijn naar Syrië, waarheen de Armeniërs en masse werden gedeporteerd.

De deportatie en de massaslachtingen kostten volgens Armeense historici aan anderhalf miljoen mensen het leven, een derde van de Armeniërs die toen verspreid over het Russische rijk, Perzië en het Ottomaanse rijk woonden. Turkije betwist die cijfers, maar ook dat het om volkerenmoord ging. Volgens Turkije was het geen opzet, maar een tragisch neveneffect van de Eerste Wereldoorlog, waarin de Turken aan de kant van de Duitsers en de Armeniërs aan de kant van de Russen stonden.

'Onzin', zegt Edigarjan. 'Het was een bewust plan om de Armeense bevolking uit te roeien. Er zat een wel overdacht schema achter.' Eerst slachtten de Turken duizenden jonge Armeniërs af, die in het leger dienden. 'Wapens mochten ze niet dragen, want dat vond men te gevaarlijk.'
Vervolgens pakten de Turken op 24 april 1915 - een datum die in Armenië jaarlijks wordt herdacht als het begin van de volkerenmoord - in Constantinopel (nu Istanbul) duizenden intellectuelen op. Daarna werd de bevolking richting Syrië afgevoerd, waarbij veruit de meeste slachtoffers vielen. De meesten door honger, uitputting en vlektyfus, maar onderweg en in concentratiekampen werden ook veel Armeniërs afgeslacht.

Volkerenmoord

Ook toen al spraken buitenlandse waarnemers van volkerenmoord. 'Het was een nieuwe manier om een natie uit te roeien, toen de Turkse autoriteiten het bevel tot deportatie gaven', constateerde de Amerikaanse ambassadeur Morgenthau in 1916. In een van de vitrines in het museum ligt ook een Nederlands boek uit 1918 met de titel: Marteling der Armeniërs in Turkije. Naar berichten van ooggetuigen. En een met de hand geschreven brief van Benedictus XV, waarin de toenmalige paus de Turkse autoriteiten smeekte de moordpartijen een halt toe te roepen.

Er loopt volgens Edigarjan een rechte lijn tussen de volkerenmoord op de Armeniërs en de vernietiging van de joden onder Hitler. Niet alleen Hitlers beruchte uitspraak 'Wie herinnert zich nog de massamoord op de Armeniërs?', duidt daarop, maar volgens haar waren sommige Duitse officieren als militaire adviseurs betrokken bij de slachtpartijen. Enkelen doken later weer op in Hitlers legerleiding.

Vazdarat Aroetjoenjan is één van de Armeniërs die aan de massaslachtingen wisten te ontsnappen. De 98-jarige voormalige hoogleraar architectuur zit op de veranda van zijn huis in Jerevan onder de druiventakken. Twee vroegere leerlingen - nu zelf hoogleraar - dragen ingemaakte paprika's, tomaten en een stoofschotel aan. Als het gaat onweren, vragen ze hem bezorgd of hij het niet koud heeft, maar de bejaarde architect lacht en rookt vrolijk zijn dunne sigaretjes.

Hij was nog een jongetje toen de Armeniërs de wapens oppakten om zich te verdedigen tegen de Turkse troepen die hen uit de stad wilden verjagen. 'Het regende granaten, maar iedere nacht bouwden de mannen de verdedigingswallen weer op. Wat oudere kinderen hielpen om het kruit uit onontplofte kanonskogels te halen. Daar maakten we geweerkogels van', herinnert hij zich.

De Armeniërs hielden stand en kregen hulp van de Russische troepen. Maar toen die zich terug moesten trekken, vluchtten de inwoners mee naar de grens. 'Wij kinderen mochten meerijden op kanonnen en karren, maar voor de volwassenen was de tocht een hel.' Duizenden kwamen onderweg om, ook de vader van Aroetjoenjan. Turkije ontkent dat er sprake was van volkerenmoord. Afgezien van nationale trots speelt voor Ankara ook mee dat erkenning de deur zal openen voor Armeense claims op Turks grondgebied en de teruggave van Armeense bezittingen.

Morele kwestie

'Mijn familie heeft nog steeds de eigendomsbewijzen van de fabriek en het huis dat mijn grootvader in Turkije had,' zegt Hakob Evikjan, de hoofdredacteur van de liberale krant Azg in Jerevan. We spreken af en toe Frans, de taal waarin hij is opgegroeid in Libanon. Daar zochten veel Armeniërs hun toevlucht, nadat ze uit het gebied dat nu Turkije is, waren gedeporteerd.

De hoop dat hij ooit voet zal zetten in het oude huis van zijn grootvader, heeft hij allang opgegeven 'Daar gaat het ons ook niet om. Het is een morele kwestie. Ook voor Turkije is beter als dat land eindelijk de verantwoordelijkheid voor de volkerenmoord erkent. Ieder gezond land moet zijn verleden onder ogen durven zien, net zoals Duitsland dat heeft gedaan met het nazi-verleden. Dat is geen teken van zwakte, maar juist van kracht.'

Hij verwondert zich er ook over dat de Europese Unie niet keihard van Turkije eist dat het de volkerenmoord erkent. 'Hoe kun je een land opnemen dat geen schoon schip heeft gemaakt en zijn misdaden verbergt?', vraagt hij zich af.

Het is een teer punt voor veel Armeniërs. Waarom zijn de EU-landen wel bereid met Turkije te praten over toetreding, maar houden ze Armenië op een flinke afstand. 'Natuurlijk, op economisch gebied en wat corruptie betreft, valt er veel op Armenië aan te merken', geeft Evikjan toe. 'Maar cultureel staan wij veel dichter bij Europa dan de Turken. Wij delen al eeuwen dezelfde waarden. Wij komen voort uit dezelfde christelijke cultuur.'

Larisa Minasjan van de Soros Foundation in Jerevan is blij met de toegenomen aandacht voor de Armeense tragedie, maar soms twijfelt ze wel aan de motieven. 'Ik heb het gevoel dat de kwestie soms gebruikt wordt door politici die kost wat kost Turkije buiten de deur willen houden', zegt ze. 'Dat zou echt verwerpelijk zijn. Het mag geen politiek spelletje worden'.

Turkse toetreding tot de EU

De Turkse grensblokkade is Armenië duur komen te staan. Het land is nu via land alleen vanuit Georgië en Iran bereikbaar. 'Dat maakt ons heel kwetsbaar', erkent Evikjan. 'Iedere keer dat Georgië ruzie maakt met Rusland, krijgen wij de klappen.'

Toch lijkt niemand bereid water in de wijn te doen als het om het vraagstuk van de volkerenmoord gaat. 'Natuurlijk mag de regering nooit van de eis afstappen dat de Turken de volkerenmoord erkennen. Zolang er Armeniërs bestaan, zal deze kwestie in leven blijven', zegt een student.

Het lijkt er ook op dat de Armeniërs hun ziel niet meer hóeven te verkopen: de donkerste dagen zijn voorbij. 'Kijk maar hoe goed het gaat', zegt de chauffeur. Hij wijst trots op de rij casino's die langs een van de invalswegen zijn verrezen met namen als Nevada's, Gloria, Pharaoh of Fortuna. Voor de stoep staan Amerikaanse terreinwagens en zelfs een Hummer-limousine.

Maar het fortuin is niet met iedereen. De gemiddelde Armeniër moet rondkomen van een maandsalaris van 50- tot 60 duizend dram; zo'n 100 tot 120 euro. Een van de drukste plekken in iedere wijk is steevast het kantoor van Western Union, waar de mensen in de rij staan om geld af te halen dat familieleden uit het buitenland hebben overgemaakt. 'De groei mag nu bijna 12 procent op jaarbasis zijn, maar het is wel griezelig dat een groot deel daarvan te danken is aan het geld dat Armeniërs in het buitenland verdienen', zegt Minasjan van de Soros Foundation.

De economie is volgens Minjasan in handen van een klein groepje steenrijke zakenlieden die nauwe banden met de regering heeft of zelfs voor één van de regeringspartijen in het parlement zit', zegt ze. 'Zij profiteren van allerlei onduidelijke belastingvoordeeltjes, terwijl de kleine ondernemers moeite hebben het hoofd boven water te houden.'

Minasjan meent dat het Westen medeverantwoordelijk is. 'Het IMF, de Wereldbank, iedereen staat klaar met leningen, maar ze vragen er te weinig voor terug. Tja, dan moet je niet gek staan te kijken als een regering verwend raakt'.

'Alles gaat in de uitverkoop', klaagt een bejaarde man die om een centje bij te verdienen de wacht houdt bij het half gesloopte ministerie van Onderwijs in het oude centrum van Jerevan. Het gebouw moet plaats maken voor een kantoortoren van een projectontwikkelaar uit het buitenland. 'Ze breken half Jerevan af. Zijn dat de mensen die ons verleden moeten bewaren?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden