Zoete woordjes boven genezen vlaaieneter

Al meer dan duizend jaar betekent de heiligverklaring het ingeschreven worden door de paus in het register van de heiligen....

Kees Fens

De viervoudige heiligverklaring van afgelopen zondag liet opnieuw de kracht van de traditie zien, zoals die misschien het meest glorieert bij het overlijden, de begrafenis van een paus en de keuze van zijn opvolger. (Waarschijnlijk kan buiten Rome alleen Engeland die kracht tonen.) Het strenge gezicht van de huidige paus stelt geen enkele verandering of popularisering in het vooruitzicht. Gelukkig. Duizend jaar is voor God als een dag, zoals in een psalm staat. Een ding is uit de traditie gevallen: vroeger werden nadat de heiligverklaring was uitgesproken, alle klokken van Rome geluid. Voor de blijde boodschap daarvan is men kennelijk hardhorend geworden.

Bij de heiligverklaarden van zondag was één Nederlander: Karel Houben, die in 1820 in Munstergeleen werd geboren, religieus en priester werd en als missionaris door zijn congregatie naar Engeland en later Ierland werd gestuurd. Daar werd hij dan heilig, aan zijn portret te zien tegen zijn zin. Het wonder dat de heiligverklaring mogelijk maakte, was de onverklaarbare genezing van een aardige Limburger, die, zoals Michaël Zeeman maandagochtend in een zin die in alle talen van het Pinksterwonder vertaald moet worden, opmerkte nog onlangs drie vlaaien had gegeten. Het wonder dat niet meer meegenomen kon worden door Rome.

Geef Limburg een heilige, en Rome wordt een soort Valkenburg. Een uur lang was dat te zien in het programma Kruispunt dat zondagavond werd uitgezonden. Het was een programma van het ergste en ergerlijkste soort provincialisme, dat het kneuterkarakter van de Nederlandse kerkprovincie liet zien. Wie zich – gelovig of ongelovig – niet geschaamd heeft, is verloren. We zagen een volksfeestje waarin zes keer werd uitgeroepen dat Karel Houben uit Munstergeleen heilig verklaard was, en andere zaken minstens tien keer werden herhaald, waarin de genezen vlaaieneter voor de zoveelste keer zijn wonderverhaal vertelde, waarin een altijd ontroerend lieve bisschop ook niet boven braaf religieuze en alle scepsis – de grondslag van het geloof – missende praat uitkwam, zachte wolkjes van zoete woorden stegen op, een feestje waarin allerlei Limburgse bezoekers verhaaltjes van de heiligste onbeduidendheid vertelden en waarin ten slotte – het allerbeschamendst – de bijeengekomen Limburgers in de zo mooie kale kerk der Friezen gezamenlijk het Waar in het bronsgroen eikenhout zongen. Waarna God zelf of op zijn minst de pauselijke gendarme had moeten ingrijpen, want stijlloosheid is erger dan een grote zonde, zeker in Rome. (O, Friezen, wat mooi dat u niet zingt, zoals dat in het Latijn voor alle eeuwen is vastgelegd: Frisia non cantat). God deed niets.

Ik denk even aan Houben, die lid was van de toen zeer strenge congregatie van de Passionisten. Daar hangt zijn portret tegen de gevel van de Sint Pieter en ik zie nu dat zijn weerbarstigheid een innemende vorm van droefheid is. Wat moet hij beginnen met zijn heiligheid die een wonderbaarlijk genezen feestvarken op zijn geweten heeft? Hij verlangt uit Rome over dat ijdele Munstergeleen en dat vreselijke bronsgroen eikenhout terug naar het straatarme Ierland van de 19de eeuw waarin een aardappel al een wonder van geluk was. Hij dankt de paus voor de mooie mis en verdwijnt. Bij Kruispunt wordt nog lang nagefeest. Men acht dat het heiligen van de aarde.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden