'Zoete Vrouwe zó belangrijk voor Bosschenaren'

De verering van de Moeder Gods begon rond 1380. In de zeventiende eeuw verdween haar beeld uit de Sint Jan naar Brussel, om 150 jaar geleden terug te keren....

Het is dinsdag een komen en gaan in de Mariakapel van de Sint Jan. Zoals elke dag. Alle bezoekers hebben zo hun redenen om even bij de Zoete Lieve Vrouw langs te gaan. Om te gedenken, om te bidden voor een overleden familielid, voor een zieke, voor de rust en de geruststelling. 'De mensen kunnen hun gevoel kwijt, bidden en babbelen wat met Maria en gaan dan weer opgelucht verder', zegt Willem van Oostveen, griffier van de Broederschap van Onze Lieve Vrouw van Den Bosch. 'Het is een rustpunt in de stad.'

Het Mariabeeld heeft een lange, turbulente en miraculeuze historie. Over de oorsprong is weinig bekend. In de veertiende eeuw was het bijna aan diggelen gehakt door een verkleumde bouwvakker, die een vuur wilde maken. Hij had het 1,15 meter hoge, beschimmelde houten beeld tussen de rommel van de oude kerk gevonden. Volgens de overlevering greep de bouwmeester in: 'Ongelukkige, wat gaat gij beginnen! Ziet gij niet dat het een beeld is van de Moeder Gods?'

Eenmaal gered begon het bijna vergeten beeld aan een opmerkelijke wederopstanding. De verering van Onze Lieve Vrouw begon omstreeks 1380. Honderden wonderen werden aan het Mariabeeld toegeschreven. Ze zijn allemaal genoteerd in het Mirakelboek, uitgevoerd in groen fluweel. Het boek is tentoongesteld in het Noord-Brabants Museum, dat dit jubeljaar een expositie wijdt aan de verering van de Zoete Vrouwe. Het jubeljaar wordt vanavond geopend met een eucharistieviering in de Sint Jan. Het Mariabeeld keerde precies 150 jaar geleden terug van een langdurige ballingschap in Brussel.

De Mariakapel in de Sint-Janskathedraal groeide snel uit tot een bedevaartsoord. Daaraan kwam abrupt een einde toen Frederik Hendrik in 1629 's-Hertogenbosch innam en een einde maakte aan de openbare uitoefening van de katholieke eredienst. De Sint-Janskathedraal werd overgedragen aan de gereformeerden. Twee paters wisten nog net op tijd het Mariabeeld veilig te stellen. Ze brachten het heimelijk naar het bisschoppelijk paleis, van waar het naar Brussel werd gesmokkeld. Daar bleef het beeld 220 jaar en kreeg het zelfs zijn erenaam 'Zoete Moeder'. Want de Bossche Maria werd in Brussel aangeroepen als 'Moeder der Zoetigheyd'.

Met de komst van de Fransen in 1794 mochten de katholieken hun geloof weer in vrijheid uitoefenen. Maar pas in 1853 wist bisschop Zwijsen na de nodige kerkdiplomatie te bewerkstelligen dat het beeld terugkeerde naar Den Bosch. Sindsdien heeft de Mariadevotie een hoge vlucht genomen.

'Het is bijna niet uit te drukken hoe belangrijk dat beeld is voor de Bosschenaren', zegt Charles de Mooij, adjunct-directeur van het Noord-Brabants Museum. Het 'mirakelbeeld' leeft onder brede lagen van de bevolking. 'Op woensdag, marktdag, zie je zoveel mensen even de Mariakapel inglippen om te bidden. Die devotie is enorm belangrijk.'

Griffier Van Oostveen: 'Het Mariabeeld is het hart van de Sint Jan, de schat van Den Bosch. Let wel: het beeld is niet van de clerus, maar van de gewone Bosschenaren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden