Zoete, sexy, vieze kunst

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: vormloze hopen klei en zoete, sexy, vieze kunst die associatief mag worden opgevat.

Beeld Io Cooman

En toen, toch nog eerder dan verwacht, stond de eerste deadline voor de deur. Het was zondag. Het zwerk dreef over de stad als een heerszuchtige armada. Ik stapte de deur uit, een beetje zoals dromerige personages in filmmusicals doen, hopend dat er een bigband zou losbarsten zodra mijn hak de stoep raakte, tevergeefs, uiteraard. Ik stapte die deur dus uit, maar van tevoren bekeek ik op internet eerst de galerie-agenda.

Galerie Mandos: dicht. Galerie Akinci: dicht. Een expositie met stadsportretten van onder anderen Wendelien Schönfeld: nog niet open. Hm... op deze manier bleef de voorhoede terra incognita. Uiteindelijk belandde ik in W139.

Daar was Wilful Blindness aan de gang, een expositie waarin men een lans breekt voor de elusive state of things deemed unrepresentable, de ongrijpbare staat van onvertegenwoordigbare dingen dus - is dit überhaupt correct Nederlands? En waarin die onvertegenwoordigbare dingen vertaald zouden worden naar een 'onontkoombare vorm'. Dorre materie, wat u zegt, maar ik ga niet nú al een boom opzetten over rammelende concepten. Ik ben verdorie pas drie alinea's onderweg.

Het onontkoombare dus.

Dat vond men hier bijvoorbeeld in een video uit de jaren zestig, waarin een groep geblinddoekte kunstenaars - Richard Long, Hamish Fulton, George Pamore - zich veertig minuten lang door kamers volgestouwd met allerlei rommel voortbewoog om... ja, om wat te doen eigenlijk? Om een beetje als zombies rond te waggelen, wellicht? Om te luisteren naar geluidsopnamen die klonken alsof ergens een hamster werd gemarteld? Goeie vragen, maar niet voor mij. Ik vluchtte naar de centrale ruimte.

Daar werd het pas echt onontkoombaar. Men had er 50 ton klei gestort. Die was verdeeld in zo'n acht hopen. Wederom geblinddoekte kunstenaars hadden er iets mee uitgehaald. De waarom-vraag: ik negeerde hem. Ik keurde, gleed weg, keurde verder. De door geblinddoekte kunstenaars bewerkte hopen klei zagen eruit als... door geblinddoekte kunstenaars bewerkte hopen klei.

Eentje deed me denken aan een dassenburcht. Een andere had wel iets weg van het bekraste oppervlak van een ijsbaan. Er waren ook een paar kleinere die leken op een wezentje uit een sciencefictionfilm nadat het arme ding in de laatste scène is ontploft / gesmolten / door een vlammenwerper is zwartgeblakerd.

Auguste Rodin, dacht ik - wat fijn dat hij dit niet meer heeft hoeven meemaken.

Deze bergen klei waren misschien onontkoombaar, ze waren ook gemakzuchtig en saai om naar te kijken en nog voor ik buiten stond had de lust om erover te berichten me verlaten. Wat niet beschreven was, bestond niet. Overmorgen ging ik beginnen...

Beeld Ayako Nishibori

Amsterdam, 8 september

En zo geschiedde. Het was op het Rokin. Amsterdam bouwt daar zo druk aan zijn metrolijn (waar eindigt dat ding? Monaco?) dat je er een café kunt verstoppen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het NRC Café, roemloos ten onder gegaan door zijn onzichtbaarheid, maar er zijn er meer. Wie midden in het centrum een heimelijk rendez-vous wil, kan ik Art Deli aanbevelen. Ze hebben een voor- en achterdeur, ideaal voor stiekemerds. Ik koos de achterdeur vanuit de Nes en betrad een volle ruimte die naar worst rook.

Mijn rendez-vous was met de expositie Pudding. Een onweerstaanbaar zinnenprikkelende titel, terwijl ik niet eens zo van die drillerige dingen houd. De kunst was er zoet, fel gekleurd, een beetje sexy en tamelijk vies. En die zoete, fel gekleurde, beetje sexy en tamelijke vieze kunst kwam van de hand van een voor Art Deli typerende selectie: een mix van gevestigde namen plus enkele jonkies.

Het begon met zo'n gevestigde naam: Paul Kooiker. Zijn grote zwart-witfoto van een typisch smoezelig Kooiker-tafereel hing hoog aan de muur. Twee dames lagen op de grond, hun dikke benen vielen een beetje open. Ze droegen een panty, hakschoenen, verder niks. Ik stelde me voor hoe die putjesbenen zouden uitdijen als je met je nagel een ladder in zo'n panty trok, zoals een pudding na een goedgemikt prikje met de vork uit de verpakking komt glijden.

Plop.

Info

Wilful Blindness W139, Amsterdam, t/m 27/9

Pudding Art Deli, Amsterdam, t/m 4/10

Verderop in het café had Tanja Smeets een grote installatie op de muur gemaakt van witte plastic dingetjes ('afstandhouders' heten ze) aaneengeknoopt met tiewraps. Het bobbelige plastic overwoekerde de muur als klimop. Een behulpzame jongen van Art Deli reikte me van achter de bar een boekje over de tentoonstelling aan en vertelde dat die titel Pudding 'associatief' moest worden opgevat. Terwijl we samen naar Smeets' installatie keken, gaf hij alvast het goede voorbeeld. Die plastic dingen deden hem denken aan suikerkristallen en die bobbels vond hij 'vrouwelijke vormen'. Ik knikte instemmend. Hij wees me ook een wat minder associatief vierkant stuk pudding door Rosie Roelofs aan: polyester, sesamzaad, paprikapoeder en polyesterkleurstof. Daar kreeg ik trek van.

En dus zat ik even later heel tevreden aan de sticky coffee cake - geen pudding bij Pudding! - lauwwarm en moddervet. Aan de overkant van het Rokin werden sufgeblowde Britten de Amsterdam Dungeon binnengelokt. Ik was begonnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden