Zoet verlangen naar de zoetste zonde

Non-fictie Na hun eerste ontmoeting wierp Jacques Perk een blonde lok in Willem Kloos' brievenbus.

Zouden we ooit iets hebben vernomen over de jonggestorven dichter Jacques Perk (1859-1881) als Willem Kloos niet verliefd was geworden op deze blondgelokte, blauw-ogige jongeling?


Toen Perk aan de tuberculose bezweek, had hij slechts enkele gedichten gepubliceerd. Het was Kloos die ervoor zorgde dat Perks nagelaten gedichten werden uitgeven, ook al gingen de meeste daarvan over een lieftallige Mathilde. Kloos vereeuwigde Perk in een 'In memoriam', dat hij kort na diens dood publiceerde. Daarin hijst hij zijn dode geliefde op een schild: Perk was niet zomaar een belofte, hij was een vernieuwer zonder weerga.


Heel de muffe, huisbakken poëzie van de 19de eeuw, al die 'hartelijke zangen' van dichters als Beets en Ten Kate bij geboorte, huwelijk en sterven, kon bij het oud vuil. Een stralend licht was doorgebroken: gedichten die 'de helste jubeltonen en de kreten der diepste menselijke smart' lieten opklinken. Eindelijk hadden ook wij een dichter die zich kon meten met romantici als Keats en Shelley. De jongemannen die de geschiedenis zouden ingaan als 'de Tachtigers', hadden hun voorloper, onschendbaar als alleen een dode belofte kan zijn.


De vriendschap tussen de twee is een minder glorieus verhaal. Bart Slijper, die een biografie schrijft over Kloos, beschrijft de tragische teloorgang van hun relatie in Onder de blauwe oneindeligheid, dat als een appetizer voorafgaat aan de biografie waarin Kloos' vriendschappen centraal zullen staan. Het was 'een liefde die vriendschap heet'.


Na hun eerste ontmoeting in mei 1880 werpt Perk een blonde lok in Kloos' brievenbus. Ze brengen de hele zomer samen door; ze schijven elkaar liefdesgedichten. 'O, Jacques!', noteert Kloos wanneer Perk dicht over 'het zoet verlangen naar de zoetste zonde'. Perk belooft 'het blijgeschonken vriendenwoord' niet te schenden: 'Al wierdt ge ook aan mijn oogen onttogen/ Door 't vratig graf, mijn vriendschap zou niet enden.' Het liep anders. De luchthartiger Perk kreeg al gauw genoeg van zijn veeleisende vriend voor. Perk moest, schrijft Slijper, voor Kloos alles goedmaken: zijn liefdeloze jeugd, zijn eenzaamheid, zijn somberheid. Maar Perk werd verliefd op een meisje, Joanna, en zette zijn smachtende bewonderaar aan de kant. Kort daarna wachtte hem ''t vratig graf'. Vergeefs belde Kloos dagelijks aan bij Perks ouderlijk huis. Perk, 22 jaar oud, stierf zonder hem nog een laatste woord of blik te gunnen.


Is deze liefde ooit geconsummeerd? Was er wel sprake van erotische aantrekkingskracht? Daarvoor durft de biograaf zijn hand niet in het vuur te steken. 'Zonder een schijn van bewijs', schrijft hij, 'zou ik zeggen: bij Kloos wel, bij Perk hooguit soms.' Dit mooie boekje maakt nieuwsgierig naar de biografie, maar is ook goed apart te lezen. Slijper schreef de uitstekend gedocumenteerde geschiedenis op als een meeslepend, hartverscheurend verhaal, met veel inlevingsvermogen, maar ook met de afstand die nodig is bij zoveel grote woorden van heetgebakerde zielen.


Aleid Truijens


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden