Zoeken naar Min Twintig

Na zijn nachtelijke omzwervingen slaapt de jonge boommarter veilig in een konijnenhol onder de rododendron. Maar zelfs daar kunnen onderzoekers hem opsporen....

OM NEGEN UUR 's morgens rijden we Arnhem uit. We gaan op zoek naar Min Twintig, een mannetjes-boommarter van één jaar oud met een zendertje om zijn hals. Gerard Müskens, bioloog bij het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (IBN), denkt dat de speurtochteen flinke tijd zal duren.

Die ochtend om half acht is hij al op pad geweest om de marter te traceren. 'Hij zit op een nieuwe plek', zegt Müskens, 'ergens tussen Velp en de Posbank.'

Min Twintig heet zo omdat hij in de boswachterij Rozendaal net ten noorden van Velp, is gevangen in de nacht van 8 op 9 februari, toen het vroor dat het kraakte. Sindsdien wordt hij nauwgezet gevolgd. Elke morgen gaat Müskens of een vrijwilliger van de Werkgroep Boommarters met de radio-ontvanger op pad om vast te stellen waar Min Twintig na een actieve nacht is neergestreken voor zijn dagrust.

De jonge boommarter is een beweeglijk type, zegt Müskens. In zijn auto heeft hij een grote stafkaart waarop de rustplaatsen met gekleurde speldenknoppen zijn aangegeven. Een afstand van vijf kilometer per nacht is heel gewoon. Het voorlopige record van Min Twintig staat op negeneneenhalve kilometer. 'Om half elf 's avonds traceerde ik hem in de Onzalige Bossen op de Veluwezoom, 's morgens zat hij weer in Rozendaal.'

Hij slaapt op allerlei plaatsen, zegt Müskens. Vaak in konijnenholen onder de grond, soms in een duiven- of eksternest in een dichte sparrenopstand, af en toe in een holle boom, een andere keer in een eekhoornnest. 'Bijna elke dag kiest hij een andere slaapplaats. Er zijn maar een paar plaatsen waar hij vaker dan één keer heeft geslapen. Het is een echte zwerver, maar dat zijn mannetjes van die leeftijd altijd.'

Het op de voet volgen van Min Twintig is een onderdeel van een project van het IBN en een aantal enthousiaste leden van de Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming. Ze willen meer kennis opdoen over de vrij onbekende boommarter. Er is nog veel te achterhalen: het territorium van het dier, de afstanden die het aflegt, zijn voedsel, slaapplaatsen en vooral de plekken waar de marters de jongen grootbrengen.

'Een marter vangen en uitrusten met een zender is inderdaad niet de meest natuurlijke methode', zegt Müskens, 'maar wel de meest efficiënte.' De zender heeft een bereik van een paar kilometer. Komende winter zetten de onderzoekers vier vallen bij Rozendaal op scherp. Ze hopen dat ze na twee jonge mannetjes nu ook volwassen dieren vangen, het liefst een vrouwtje.

Het IBN heeft eerder zenders aangebracht bij de steenmarter, een soort die veel op de boommarter lijkt en door leken dan ook vaak met deze wordt verward. In de jaren zeventig werden in de Ooijpolder steenmarters uitgerust met een zender, later werd het onderzoek uitgebreid tot Nijmegen en het gebied ten oosten daarvan. Er werden zo'n dertig steenmarters van een zender voorzien.

Dat onderzoeksproject leverde onder meer het interessante gegeven op dat het aantal steenmarters niet terugliep maar juist toenam. Er leven nu naar schatting enkele tienduizenden van deze marters in Nederland, zegt Müskens. Die zitten voornamelijk in het oosten van het land.

Boommarters (zo groot als een kleine, slanke kat) zijn er veel minder, maar niemand weet precies hoeveel, zegt Müskens. De belangrijkste populatie zit op de Veluwe en die wordt geschat op twee- tot zeshonderd dieren. Bovendien zitten er nog kleine populaties op de Utrechtse Heuvelrug en in Het Gooi, Drenthe en Twente. Elders worden wel eens dode boommarters gevonden, maar waarschijnlijk zijn dat geïsoleerde exemplaren die buiten de populatie hun heil zoeken.

Bij Beekhuizen rijden we de boswachterij Rozendaal in. Diep in het bos stopt Müskens bij een beuk met enkele gaten op een hoogte van een meter of tien. 'In deze boom heeft een vrouwtje deze zomer vier jongen grootgebracht', zegt Müskens. Leden van de werkgroep ontdekten dat bij toeval toen ze op zoek naar Min Twintig besloten hier te blijven posten. Want het leek een uitstekende boom voor een nest van een boommarter. 'De jongen zitten in de buurt. Ze zijn van de week nog gesignaleerd.'

Een vrouwtje van een boommarter brengt de jongen op haar eentje groot, het mannetje bevrucht haar alleen en blijft verder zwerven. Het vrouwtje maakt haar nest meestal in een beuk met oude nestgaten van bijvoorbeeld een zwarte specht. Omdat een beuk een gladde schors heeft, is het een veilige boom. Vijanden kunnen er moeilijk in klimmen. Maar de keuze van een beuk houdt ook een gevaar in. Want de jongen kunnen eruit vallen en dan kunnen ze op eigen kracht niet meer terug.

Bij Kootwijk heeft het IBN deze zomer geluk gehad. De onderzoekers stelden een videocamera op bij een beuk waar inderdaad een vrouwtjesmarter in woonde. Uit de opname bleek dat de moeder de jongen naar een andere boom verhuisde, kort voordat ze groot genoeg waren om het nest te verlaten. Die andere boom was een spar met zoveel zijtakken en zo'n ruwe schors dat ook een jonge boommarter daar nog tegenop kon klimmen.

Rond half tien vangt Müskens de eerste zwakke signalen op van Min Twintig. Tevergeefs probeert hij de richting te bepalen met de draaibare antenne op het dak van de auto. Hij rijdt verder richting Posbank en wijst ondertussen nog een andere nestboom van een boommarter aan. Het is een dode beuk met op de grond volop opslag van lijsterbes en Amerikaanse vogelkers.

Een boommarter eet niet alleen konijnen, muizen en vogels, maar ook veel vruchten. De zaden daarvan komen soms weer in de keutels van de boommarters op de grond terecht. Een boommarter gebruikt altijd een aparte latrine voor zijn ontlasting, bijvoorbeeld een vork tussen twee takken in zijn nestboom.

Om vijf voor tien worden de signalen van Min Twintig wat duidelijker. Maar Müskens kan hem nog niet lokaliseren. 'Hij zit nog zeker zeshonderd meter van ons vandaan. Dat is te ver om te lopen. Ik heb de indruk dat hij nog steeds in beweging is.' We zijn inmiddels genaderd tot de rand van de Veluwezoom en de bebouwing van Rheden. Het wordt omrijden om in de richting van Min Twintig te komen. Eerst naar de Posbank, dan weer terug richting Rheden.

Vorig jaar heeft Müskens ook al een boommarter kunnen volgen. Dat was Carnaval, een mannetje van twee jaar, die echter een maand nadat hij was gevangen (inderdaad: met carnaval) weer verdween. Hij kan aangereden zijn waarbij de zender kapot is gegaan. Ook kan hij naar het noorden zijn getrokken, de Veluwe op, waar Müskens niet meer met de ontvanger komt. Maar een aanrijding is het meest waarschijnlijk, zegt Müskens. Het autoverkeer is doodsoorzaak nummer één voor boommarters.

Daar zit een klein voordeel aan. Het IBN ontvangt 25 tot 30 dode boommarters per jaar en kan daaruit het nodige afleiden: waar zijn de dieren gevonden, hoe oud zijn ze, zijn ze al seksueel actief, wat is de doodsoorzaak. Een opmerkelijk gegeven lijkt voorlopig dat de verspreidingsgebieden van boommarter en steenmarter elkaar nauwelijks overlappen. In het oosten bijvoorbeeld zit de boommarter ten westen van de IJssel en de steenmarter ten oosten ervan.

Om acht over tien is het signaal nog altijd niet sterk genoeg. 'Hij is nog steeds in beweging' zegt Müskens. Het wordt opnieuw omrijden, telkens stoppen. Bij het informatiecentrum van Natuurmonumenten over De Veluwezoom gaan we het bos weer in. Om vijf voor half elf is het signaal zo duidelijk, dat Müskens de auto laat staan. 'We gaan te voet verder. Hij zit hier vlakbij.'

We passeren enkele weilanden met, vreemd genoeg op dit uur, konijnen in de regen. In een particuliere tuin ter grootte van een landgoed wordt het signaal steeds krachtiger. Het leidt naar een grote rododendronstruik met een enorme konijnenburcht eronder.

Om vijf over half elf is het signaal onmiskenbaar. We hebben Min Twintig gevonden. 'Hij zit waarschijnlijk anderhalve meter onder mijn voeten', zegt Müskens. Daarmee wordt ook duidelijk wat die konijnen overdag in de regen doen. Min Twintig heeft ze gewoon hun huis uit gejaagd.

Piet van Seeters

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden