'Zoek in hemelsnaam toch eens een middenweg'

In het onderwijs slaat alles steeds zo door. De ene aanpak is nog niet ten grave gedragen of het beleid dreigt alweer de andere kant op door te slaan, vindt de onderzoekster.

Het Nederlandse onderwijsbeleid is inconsistent, schiet geregeld door, en bereikt soms precies het omgekeerde van wat de bedoeling is. De ene onderwijsminister grijpt diep in in de wereld van scholen en leerkrachten, de volgende geeft alle ruimte. De ene bewindsvrouw laat zo veel mogelijk bloemen bloeien, de volgende maakt graag keiharde prestatieafspraken.


Er is feitelijk geen peil op te trekken, zegt Ria Bronneman-Helmers (65), al 35 jaar onderzoekster bij het Sociaal en Cultureel Planbureau. 'Ik snap ook wel dat het lastig is: je hebt niet zomaar een goede nieuwe structuur neergezet.' Zo veel spelers, al die belangentegenstellingen, en ministers en staatssecretarissen met sterke en zwakke kanten. Honderdduizenden werknemers, miljoenen ouders, een sterk wisselende economische context.


Internationaal gezien, zegt Bronneman, die vandaag promoveert op twee decennia onderwijsbeleid, hoeven we niet zorgelijk te zijn: we doen het niet slecht. 'Toch, als je het vergelijkt met de praktijk van vroeger gaat het niet de goede kant op.' De basiskennis bij kinderen is door de mode om het onderwijs steeds toepassingsgerichter te maken erg versmald. Terwijl je in deze snel veranderende wereld juist iets moet weten om fouten te voorkomen. 'Anders wordt alles te vluchtig.'


Natuurlijk kent ze ook het voor studiehuis en competentiegericht leren zo gretig omarmde betoog van de ict-goeroes: kennis stampen is passé, je kunt alles op internet vinden? 'Iets wat je opzoekt is informatie, geen kennis. Je moet een fundamentele ondergrond hebben om te weten wat je doet. Dus niet meer de rijtjes van de treinstations van Groningen naar Uithuizen en de onzin die wij kregen. Maar wel de onderliggende begrippen en verbanden.'


Ze is niet pessimistisch. De kinderen van nu zijn creatiever met kennis, presenteren en communiceren oneindig veel beter. 'Ze maken veel beter gebruik van wat er is. Wij zaten gewoon achter zo'n boekje en probeerden te snappen wat erin stond. Heel eenzijdig.' Maar zoek toch in hemelsnaam een middenweg, vindt ze. Het slaat steeds zo door in het onderwijs. Studiehuis of competentiegericht leren zijn nog niet ten grave gedragen of het beleid dreigt alweer de andere kant op door te slaan: toetsen als doel in plaats van als middel. 'Het gevaar is dat je instrumenten die de leerprestaties moeten opschroeven tot doel verheft, in plaats van dat je de opbrengsten zelf verhoogt.'


Steeds weer die slinger in het onderwijsbeleid, die uitzwaait van het ene uiterste naar het andere en weer terug. Van minister Jo Ritzen (PvdA, 1989-'98), die sterk inzette op steeds grotere middelbare scholen, hogescholen en roc's (voor middelbaar beroepsonderwijs) tot zijn sociaal-democratische opvolger Ronald Plasterk (2007-'10), die zich genoodzaakt zag een fusietoets in te voeren om de schaalvergroting terug te dringen. Van Loek Hermans (VVD, 1998-2002), die het veld en de markt zo vrij liet dat er een wildgroei aan opleidingen ontstond die onder de huidige minister Van Bijsterveldt weer moet worden teruggedrongen.


Bronneman laat zich niet verleiden een coalitie aan te wijzen die het beste is voor het onderwijs. Maar wel vindt ze het van belang bewindslieden te hebben van twee politieke kleuren. 'Checks and balances, daar gaat het om. Ritzen had eerst Jacques Wallage en later Tineke Netelenbos naast zich. Allemaal PvdA'ers, die van doordouwen hielden. Dan verander je veel te veel tegelijk.' Het onderwijsveld moest er jaren van bijkomen.


Maar te weinig doen is ook weer niet goed. Maria van der Hoeven (CDA, 2002-'07) wilde in die jaren na de moord op Pim Fortuyn luisteren naar wat er in de scholen leefde. 'Maar ze beet niet door, liet te veel aan het veld over.' Ronald Plasterk (PvdA, 2007-'10) besteedde het onderwijsbeleid vooral uit aan anderen: Rinnooy Kan de leraren, Cees Veerman het hoger onderwijs, en verder had hij in Van Bijsterveldt en Dijksma sterke staatssecretarissen.


Bronneman: 'Plasterk maakte zich vooral druk om andere terreinen dan het onderwijs. En dan permitteert hij zich eind 2008 eens een inhoudelijke opmerking, namelijk een pleidooi om na het basisonderwijs wat later te gaan selecteren voor het voortgezet onderwijs - iets wat wetenschappers al vaak hebben bepleit - en dan verzandt het binnen de kortste keren in de onderwijsmodder. Te veel taboe.'


Voor Marja van Bijsterveldt (CDA, sinds 2010) is een oordeel eigenlijk nog te vroeg, maar Bronneman is redelijk positief: stevig, ze voelt het veld aardig aan, komt met duidelijke maatregelen, en heeft ook de souplesse om wat toe te geven. Maar pas op: opnieuw dreigt het gevaar te veel tegelijk te willen. 'Van Bijsterveldt scherpt de exameneisen aan en dwingt scholen prestatiegerichter te werken, en hoopt anderzijds met haar maatregelen voor passend onderwijs de gedragsproblemen bij kinderen te verminderen. Dat gaat zo niet werken. Die gedragsproblemen nemen door de hogere prestatiedruk juist toe. Meer frustratie, meer afvallers.'


Als ze zelf minister werd, keek ze eerst naar de kwaliteit van de leraar. 'Die moet gewoon weer op niveau. En om dat beroep aantrekkelijker te maken moeten we eindelijk eens werk maken van goed personeelsbeleid. Op scholen werkt een bepaald type professional die het beste met kinderen en leerlingen voorheeft, niet van ongelijkheid houdt, maar af en toe wel een schopje onder de kont nodig heeft. Hoe bedien je die nou het beste? Dat moet beter kunnen.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden