Zoek het maar uit

De buitenlandse toerist moet het hier niet hebben van de vriendelijkheid van taxichauffeurs, obers of ijsverkopers. Allemaal op cursus. Weg met de doe-het-zelf- maar-mentaliteit. ‘Niemand komt hier enkel voor de Nachtwacht.’

De ijscoman op het Binnenhof staat vandaag met forse tegenzin in zijn kar. ‘Vanilla, strawberry, chocolate, pistache’, perst hij er verveeld uit als een groepje Canadese toeristen het ijsaanbod niet meteen overziet. ‘Wat is pistache ook alweer?’, vraagt een van de kinderen. Dan heeft de ijsverkoper het helemaal met ze gehad. Hij draait zich bruusk om en begint te geinen met leeftijdgenoten. De toeristen kijken verbluft toe.

Nederland is niet gastvrij. Althans niet gastvrij genoeg, vinden de bestuurders van Amsterdam en Den Haag. Ze willen de toerist vrijwaren van het geworstel met strippenkaarten en wielklemmen. En ze het gevoel geven dat ze welkom zijn. Sterker nog: we moeten uitstralen dat we blij zijn met hun jaarlijkse bijdrage van pakweg 3,5 miljard euro aan onze economie.

‘Dan hebben jullie nog een lange weg te gaan’, monkelt Beate Korbeel op het terras van het Eersteklas restaurant op het Centraal Station Amsterdam. ‘Nederlanders zijn best aardig hoor’, zegt de Duitse toeriste vergoelijkend, ‘maar de service kan wel veel beter. In ons hotel spreekt geen enkel personeelslid Duits. Voor een groot hotel vinden wij dat vreemd. Niet professioneel. En gisteren zei ik per ongeluk tegen de buschauffeur: ‘Wir sind mit drei.’ Doet hij net alsof hij het niet verstaat. Oké, ik maakte misschien een foutje. Maar die chauffeur gaf me een heel onaangenaam gevoel.’

In Amsterdam en Den Haag krijgen deze zomer duizenden dienstverleners een cursus gastvrijheid. In Den Haag staan inmiddels 40 greeters klaar: vrijwilligers die de toerist desgevraagd door de stad willen loodsen. En klantvriendelijke, deskundige taxichauffeurs kunnen in Den Haag binnenkort een keurmerk halen.

‘Het moet afgelopen zijn met die kenmerkende houding: de klant is koning maar wij zijn keizer’, vindt de Haagse wethouder Citymarketing Frits Huffnagel (VVD), die zijn stad een gastvrijer imago wil geven.

De Rotterdamse hoogleraar toerisme Frank Go juicht de initiatieven en vooral de gastvrijheidstrainingen toe. Volgens hem is het niet toevallig dat de belangrijkste beleefdheidsuitdrukkingen sorry en pardon importwoorden zijn. ‘We missen nu eenmaal het natuurlijke talent vreemden zich op hun gemak te laten voelen. Vooral in de grote stad waar het leven in een hogere versnelling zit, is het moeilijk tijd te maken voor de bezoekers.’

Toch is dat belangrijk, volgens Go. ‘Niemand gaat alleen naar Nederland voor de Nachtwacht. Contact met de lokale bevolking verdiept je bezoek aan een land. Op de Zaanse Schans zit een klompenmaker die wat over zijn werk kan vertellen in het Chinees. Dát maakt indruk. Dat iemand de moeite neemt je in je eigen taal toe te spreken.’

Gastvrijheid kun je dus leren. Hoewel de dwingende noodzaak ontbreekt. Hoe hoekig we ons ook gedragen, de toerist komt toch wel. In steeds groteren getale. Tussen 2003 en 2007 groeide de buitenlandse toeristenstroom naar Nederland met 17 procent. In totaal kwamen er vorig jaar elf miljoen buitenlandse bezoekers. En ze brengen ook steeds meer geld met zich mee; inmiddels 181 euro per bezoeker per dag.

Wereldwijd is de toeristensector een van de snelst groeiende industrieën. ‘En ik zie geen max aan die groei’, glimt de Haagse wethouder Frits Huffnagel. ‘Het wereldwijde toerisme kent weinig serieuze dips’, weet hij. ‘De dip na 11 september werd snel weggewerkt. Die van sars ook. Wereldwijd is het toerisme allang weer op het niveau dat het zonder nine eleven ook zou zijn geweest. En weet je dat het toerisme in Kenia nu alweer op het peil is van vorig jaar? Terwijl het nog maar een half jaar geleden is dat de Kenianen met bijlen op elkaar inhakten.’

Ook de vergrijzing helpt een handje mee aan de groei van het toerisme: de pensionado’s hebben meer tijd en geld beschikbaar voor leuke reisjes dan ooit tevoren. En een buitenlandse vakantie komt ook voor steeds meer Chinezen, Indiërs en Brazilianen binnen handbereik. Juist op de komst van nieuwe groepen niet-westerse toeristen moeten we ons voorbereiden, vindt de hoogleraar toerisme Frank Go. ‘Steeds meer inwoners uit de Golfstaten gaan reizen. Dat is een hele kapitaalkrachtige groep. Laten we zorgen dat we een beetje inzicht hebben in hun gedrag voordat ze komen. Dat we niet gek staan te kijken als ze vrouwen geen hand willen geven. Dat je op de menukaart genoeg aanbod hebt zonder varkensvlees.’

Outfit
Spijkerbroek en leren jack. Dat is de outfit van de taxichauffeurs die bij het Centraal Station in Den Haag op een vrachtje staan te wachten. Sunil Karia, al vijftien jaar taxichauffeur in de Hofstad en strak in het pak en trots op zijn blinkend gepoetste wagen, ergert zich groen en geel. ‘Driekwart heeft zo’n gastvrijheidstraining hard nodig’, vindt Karia. ‘Ze weigeren korte ritjes, raken de weg kwijt als de tomtom uitvalt en rekenen extra geld voor de koffers. Dat laatste mag wettelijk wel, maar ik vind het gewoon onderdeel van de service’, aldus Karia. Hij komt ouderwets achter het stuur vandaan om het portier voor de passagier te openen.

Service en goede manieren zijn niet genoeg om toeristenstromen te verleggen, maar helpen volgens burgemeester Cohen van Amsterdam wel om bezoekers te doen terugkeren. Cohen becijferde onlangs dat Amsterdam jaarlijks 200miljoen euro misloopt doordat toeristen die zich slecht behandeld voelen, niet terugkeren.

Ook de populariteit van Nederland als vestigingsland voor expats (inmiddels 350duizend zielen) is erbij gebaat als we ons wat beleefder opstellen. Vorige week bleek uit een internetpeiling onder 300 buitenlandse expats die hier wonen en werken, dat ze Nederlandse ambtenaren, obers en winkelbedienden vaak erg onbeleefd vinden.

De tijd dat expats een overplaatsing naar Nederland als een grote straf zagen, is voorbij. ‘Maar veel buitenlanders hebben het hier in het begin erg moeilijk’, aldus Annemarie Stout van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT). Zij begeleidt expats die er moeite mee hebben in Nederland het hoofd boven water te houden. ‘Ik help ze te begrijpen waarom Nederlanders zich gedragen zoals ze doen. Dat we allemaal worden opgevoed met een doe-het-zelf-mentaliteit. Kinderen van drie roepen hier al: zelf doen. En ouders stimuleren dat.

‘Wij willen zelf een nieuwe jurk uitzoeken. De winkeljuffrouw moet ons vooral met rust laten. Maar die expat begrijpt er niets van dat de juffrouw niet komt helpen. Die koopt geen jurk. En de expat die zich doodziek voelt, ontploft als de huisarts zegt dat hij een paar dagen moet uitzieken. Die wil geholpen worden.’

Het zou ons sieren als we naar de kritiek van buitenlandse bezoekers luisteren, vindt Annemarie Stout. ‘Alles zelf doen lijkt leuk, maar voor de expat betekent het in feite: zoek het maar uit. Mijn man is vaak in het buitenland voor zijn werk. Vorige week werd hij uitgenodigd voor een doopfeest omdat hij anders het hele weekend alleen zou zitten. Zoiets zouden wij in Nederland nooit doen.’

Vermeer
De Canadese toeristen hebben inmiddels een ijsje bemachtigd. Níet bij die onaardige ijscoman op het Binnenhof, maar op een terrasje op het Plein. Ze hebben genoten van Madurodam en ze zijn opgetogen dat ze Het meisje met de parel van Vermeer in het echt hebben gezien. En ze vinden de Nederlanders best aardig. En die ijscoman dan? ‘Ja, maar dat is geen Nederlander. Dat is een Italiaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden