Zoek de democratische legitimiteit van EU ook buiten europarlement

Democratie bestaat uit volkssoevereiniteit en de rechtsstaat. Dat wordt in EU-debatten vergeten.

Er zijn weinig onderwerpen die zo uitvoerig besproken worden als het democratisch tekort van de Europese Unie. Het debat verloopt al tijden volgens een voorspelbaar patroon. De twee kampen in het debat delen de analyse over te weinig volksinvloed op Brusselse beslissingen, maar stellen hier radicaal andere oplossingen tegenover. Het debat is gebaat bij een nieuwe impuls, want juist hun gedeelde analyse van het democratisch tekort ziet een belangrijk aspect over het hoofd.


De eerste stroming in het debat bestaat ruwweg uit eurosceptici. Brussel is in deze visie een bureaucratische of zelfs autocratische moloch waarop burgers en nationale parlementen geen greep meer hebben. We worden geleid door een 'politbureau' van technocraten die een Europese superstaat willen bouwen en hierbij de protesten van het volk negeren. De oplossing voor dit democratisch tekort is eenvoudig: nationale parlementen, en daarmee het volk, moeten het laatste woord hebben over besluiten uit Brussel, alleen zo kan Europa worden gedemocratiseerd.


De tweede stroming bestaat uit bezorgde eurofielen. Zij zien het draagvlak voor Europa afkalven, maar geloven in een verdergaande integratie. Gedwongen door de aanval van eurosceptici op het democratisch tekort van Europa stellen ook zij dat Europa moet worden gedemocratiseerd. Maar, vasthoudend aan hun geloof in verdergaande Europese integratie, zou deze democratisering volgens hen niet op nationaal niveau moeten plaatsvinden, maar in Brussel: meer bevoegdheden voor het Europees parlement, een gekozen Commissievoorzitter, en Europa-brede burgerinitiatieven. Hiermee hopen zij critici de wind uit de zeilen te nemen: volksinvloed over besluitvorming zou zo worden vergroot.


Waar de eerste opvatting electoraal succes heeft, slaat de tweede opvatting niet aan. Hiervoor zijn twee redenen. Pleidooien voor meer invloed van het Europese volk worden door eurosceptici eenvoudig als ondemocratisch weggezet, juist omdat ze ervan uitgaan dat er een 'Europees' volk bestaat dat zijn soevereiniteit zou kunnen afstaan aan gekozen leiders die namens het hele Europese volk spreken. Voor critici is dit het bewijs van de antidemocratische krachten in Brussel: een Europees volk bestaat volgens hen immers niet. Er bestaan louter nationale volken en democratie kan dus ook louter op nationaal niveau werken.


Interessanter is echter de tweede verklaring voor het gebrek aan draagvlak voor democratisering op Europees niveau, meer macht voor het Europees parlement en gekozen supranationale bestuurders. Politici die hiervoor pleiten erkennen namelijk impliciet de democratieopvatting van eurosceptici. Ook in hun visie betekent democratie allereerst de vertaling van de wil van het volk in besluitvorming. Door te pleiten voor meer macht van het 'Europese volk' op de politiek in Brussel, wordt democratie dus gelijkgesteld aan volkssoevereiniteit - net als door eurosceptici.


Het is niet verbazingwekkend dat deze visie op een Europese democratie het voortdurend aflegt tegenover de visie die een sterke nationale democratie bepleit. Nog los van de vraag of er wel een 'Europees volk' bestaat of een Europese publieke sfeer, lijken een machtig Europees parlement en een gekozen commissievoorzitter niet op te wegen tegen het verlies van nationale democratie, belichaamd door politici die onze eigen taal spreken. Een Europese democratie, ook met machtiger gekozen functionarissen, blijft een slap aftreksel van wat we al kennen op nationaal niveau. Het oplossen van het democratisch tekort van de EU door meer volksinvloed op 'Brussel' te beloven, blijft hierdoor een onbevredigende oplossing en kan het debat met eurosceptici niet winnen.


Rest de vraag: zijn er voor voorstanders van Europese integratie nog argumenten over om te bepleiten dat de EU geen antidemocratisch monster is? Ja, maar hiervoor is eerst de erkenning nodig dat de gelijkstelling van democratie met volkssoevereiniteit eenzijdig is. Een liberale democratie bestaat uit twee pijlers: volkssoevereiniteit en de rechtsstaat. En het zijn juist de waarden van de rechtsstaat - bescherming van fundamentele vrijheden, de rechten van minderheden en de rule of law die mensen in de Oekraïne naar Europa doen kijken als een voorbeeld. En het zijn deze idealen die de EU inzet wanneer ze in een van haar lidstaten in het gedrang lijken te komen - bijvoorbeeld in Hongarije en Roemenië dit jaar.


Vanuit het perspectief van de volkssoevereiniteit is het lastig een EU-democratie voor te stellen die zo 'democratisch' is als de natiestaat. Een Europees volk bestaat immers niet. Europese burgers bestaan echter wel en de EU beschermt ook hun rechten. Juist deze tweede pijler van democratie moeten de Europese Unie en voorstanders van verdere integratie dus bewuster uitdragen in het debat over het democratisch tekort. Wanneer we ook de rechtsstatelijke opvatting van democratie meenemen in het debat en de rol van de EU hierin benadrukken, krijgt het debat over het democratisch tekort een nieuwe impuls.


PEPIJN CORDUWENER is promovendus aan de Universiteit Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.