‘Zoals ik presenteer, zo bén ik ook’

Dierenarts, dat wilde ze als kind worden. Maar het werd weervrouw. Als student werd Marjon de Hond (35) ontdekt tijdens een workshop van de NOS: ‘Een week later had ik een contract.’ tekst Ianthe Sahadat en Mariken Smitfoto’s Maarten Noordijk..

Marjon de Hond draagt (vorige week) een zomerse witte broek en een gele bloes. ‘Eindelijk wordt het mooi weer dit weekeinde’, zegt ze. ‘En dan moet ik uitgerekend werken.’ De weervrouw is het liefst buiten.

Je wilde eigenlijk dierenarts worden. Hoe ben je bij de studie meteorologie beland?

‘Dierenarts leek me een geweldig beroep. Mijn opa en oma hadden een boerderij en daar gingen we elk weekend heen. Dan hielp ik ook mee met de beesten, ik vond het heerlijk om buiten te zijn.

‘Voor diergeneeskunde moet je scheikunde in je pakket hebben en dat had ik niet. Uiteindelijk ben ik na de hts bij meteorologie beland. Ik wilde een praktisch beroep, waarbij ik kon zien wat ik deed.’

Je wilde weervrouw worden?

‘Nee hoor. Iedereen denkt altijd dat je weervrouw wilt worden als je metereologie gaat studeren. ‘Aha, jij wordt de nieuwe Erwin Kroll’, zeiden ze in mijn omgeving ook. Die mogelijkheid kwam helemaal niet in me op. Ik vond het weer gewoon interessant.’

Beviel de studie?

‘Ja, maar ik heb er behoorlijk aan moeten trekken, het was erg theoretisch. De praktische vakken vond ik heel leuk. Op excursie gaan naar Zwitserland, gletsjers bekijken, metingen op de Noordzee doen, dat is wat voor mij. Maar ik vond een groot deel niet tastbaar genoeg. Je moet veel gegevens uitwerken en werkt uiteindelijk maar aan een heel klein deel van een onderzoek. Daar werd ik ongelukkig van.’

Waarop ben je afgestudeerd?

‘Het effect van wolken op inkomende straling. Sommige wolken laten meer straling door dan andere, dat heb ik in kaart gebracht. Het heeft wel anderhalf jaar geduurd voordat ik eindelijk afstudeerde. Ik zat meer op de weerkamer van het KNMI, waar ik afstudeerde, dan achter mijn computer om gegevens te verwerken. De weerkamer vond ik veel spannender. Daar maak je verwachtingen voor onder meer de scheepvaart en het vliegverkeer.’

Het KNMI werkte toen ook voor de NOS. Hebben ze je daar ontdekt?

‘Nee, ik had een sollicitatie lopen bij de maritieme dienst in Hoek van Holland. Op dat moment kwam er iemand van de NOS een workshop geven op de universiteit. Studenten moesten twee weerkaarten presenteren, Erwin (Kroll, red.) had een tekst gemaakt. Na afloop zeiden ze: als je binnen twee weken niets hoort, nodigen we je niet uit.

‘Toen pas besefte ik dat het om een screentest ging. Twee weken later werd ik gebeld: ‘met Erwin Kroll, we willen je uitnodigen voor een uitgebreidere screentest’. Oh help, dacht ik. Het overviel me. Maar het ging heel goed, een week later boden ze me een contract aan.’

Toen stond je meteen voor de camera?

‘Ik begon met radio, maar al snel deed ik ook de tv-presentatie. Een tijdje geleden heb ik toevallig mijn screentest teruggezien. Vreselijk, je kunt zien dat ik heel zenuwachtig was. Het is ook best moeilijk in het begin. Je moet veel tegelijk doen: aanwijzen, draaien, praten, naar de camera kijken en ook nog je kaarten doorwisselen. Je weet ook nog niet precies waar je je handen moet laten en je mag niet te veel bewegen want dan stap je uit beeld.’

Of je staat voor de Balkan ...

‘Ja, maar dat doe je toch.’

Had je een voorbeeldweerman of -vrouw?

‘Ik vond John Bernhard erg goed. Die straalde veel rust uit. Maar je moet nooit proberen iemand te kopiëren, dat is het slechtste dat je kunt doen. Erwin Kroll heeft een heel duidelijke eigen stijl. Grote gebaren, een rasverteller, enthousiast... zo ben ik niet. Ik vond dat ik dicht bij mezelf moest blijven. Zoals ik presenteer, zo bén ik ook.’

Hoe ben je dan?

‘In ieder geval een vlotte babbelaar. Maar het is natuurlijk altijd een rol. Dus je moet vlammen, je kunt geen rare dingen doen, je moet alert zijn. En je kunt niet vluchten. Tijdens mijn eerste live-presentatie dacht ik: ik wil weg! Maar dat kan niet, je móet.’

Heb je die vluchtreflex lang gehouden?

‘Ik heb nooit cameravrees gehad. Ik was wel bang dat ik een black-out zou krijgen. Dat is me nog nooit gebeurd. Ik heb geen autocue, maar omdat je je praatje zo goed voorbereidt, weet je wat je wilt vertellen.’

Vroeger was het KNMI hofleverancier van weergegevens in Nederland. Nu baseert de NOS zich op Weathernews. Heb jij daar iets over te zeggen?

‘Nee, daar heb ik me nooit zo in verdiept. De NOS zal voor het aantrekkelijkste contract hebben gekozen.’

Maakt het dan niet uit welk bureau je neemt? Je hebt ook nog Meteo Consult en WeerOnline.

‘Niet ieder weerbureau gebruikt hetzelfde computermodel. Daar kunnen verschillen tussen zitten. De een zegt bijvoorbeeld dat het gaat om 12 uur gaat regenen en de ander houdt het tot de avond droog.’

Dat is nogal een verschil.

‘Ja, het verschil tussen een verregende en een droge middag.’

Is dat geen probleem dan?

‘Nee, want naast de gegevens van Weathernews bekijk ik ook andere modellen. Uiteindelijk maak je je eigen verwachting. Ik ben redacteur, eindredacteur en presentator van mijn eigen weerbericht. Je bent altijd verantwoordelijk voor je eigen verwachting. Je moet als meteoroloog ook naar waarnemingen kijken, zoals satellietfoto’s en radarbeelden, en nooit blind varen op je model alleen.’

Gebruik je ook buienradar.nl?

‘Nee, maar dat is heel populair geloof ik, hè.’

De weermarkt is de laatste jaren sterk vercommercialiseerd. Heeft dat je vak veranderd?

‘Tuurlijk, iedereen wil zijn bedrijf promoten en klanten binnenhalen, het is echt een strijd geworden. Maar daar heb ik niets mee te maken, dat vechten ze onderling maar uit. Dat het een miljoenenbusiness is, merk ik ieder geval niet op mijn bankrekening, haha.’

Krijg je geen aanbiedingen dan?

‘Nee, helemaal niet.’

Je collega Gerrit Hiemstra is de baas van WeerOnline en Marco Verhoeff werkt ook voor Weather News. Is dat niet gek?

‘Die bedrijven concurreren natuurlijk met elkaar. Maar we werken allemaal voor de NOS. Het is niet zo dat er bij Gerrit onder staat bron: WeerOnline en bij Marco bron: Weathernews en bij mij bron: NOS ofzo.’

Hoe druk jij als meteoroloog je stempel op het weerbericht? Je kunt niet als Piet Paulusma op een braderie staan.

‘Als ik dat al zou doen, zou ik de locaties nauwkeuriger kiezen. Maar ik weet dat mensen het fijn vinden om hun woonplaats of vakantiebestemming te horen. ‘We worden genoemd’, denken ze dan. Soms heb ik het alleen over Nederland, omdat het weer die dag heel interessant is. Krijg je meteen mailtjes: ‘U zei niets over Europa’. Dat is soms wel frustrerend. Ik heb maar twee minuten, die zijn zo voorbij.’

Krijg je veel reacties van kijkers?

‘Regelmatig. Als presentator ben je erg kwetsbaar, iedere beweging wordt gezien. Die mails gaan over je verwachting, maar ook over je haar en kleding. Dat soort reacties krijg ik meer dan Erwin of Gerrit.

Vind je dat vervelend?

‘Soms wel. In het begin raakte dat me heel erg, nu ben ik er nuchterder in. Soms denk ik zelfs: oké, ze hebben gelijk. Ik had daar niet bij stilgestaan, alles was nieuw voor me. Plots ben je een soort publiek bezit.’

Heb je een styliste?

‘Ja, die gaat een paar dagen per jaar met ons winkelen. Ik heb natuurlijk inspraak, maar sommige kleding die ik leuk vind, kan niet op televisie.’

En wat je nu aanhebt, kan dat op tv? (Zie foto).

‘Wat mij betreft wel. Maar ik weet niet of de styliste dat ook vindt. Je moet eigenlijk alles testen voor de camera. Ik weet niet hoe het komt, maar op televisie zie je er tien kilo zwaarder uit. Iets kan ook een heel andere kleur krijgen. Heb je bijvoorbeeld gisteren het groene jasje gezien dat ik aanhad? Dat vloekte met de kaart.’

Het klinkt alsof je het maar een lastige bijkomstigheid vindt, die kleding.

‘Ja, soms wel. Vanwege die reacties denk ik wel: misschien moet ik toch iets veranderen. Kijk, als weerman heb je een pak. Als je daar een roze overhemd onder doet, is het een heel ander pak. Maar als ík hetzelfde pak nog een keer aantrek met een ander topje, krijg ik meteen een mailtje waarom ik drie dagen hetzelfde aan heb.’

Krijgen Erwin en Gerrit geen reacties?

‘Veel minder, volgens mij. Gerrit is zelfs eens genomineerd voor best geklede man.’

Maar dat is dus dat ene bruine pak blijkbaar.

(lacht) ‘Ja, ze staan hem kennelijk gewoon goed.’

Kijkers zijn gepreoccupeerd met je uiterlijk. Vraag je je weleens af of ze nog wel naar je luisteren?

‘Tuurlijk. Maar je kunt kiezen: of je kijkt naar mij, mijn haar en wat ik aanheb. Of je luistert gewoon wat voor weer het wordt en dan kun je mij niet de schuld geven als je de volgende dag kletsnat regent.’

Vroeger werd het weer gepresenteerd door een arm met een krijtje. Wens je die tijd soms niet terug?

‘Nee, ik zou me toch de hele tijd afvragen, wie hoort er bij die arm? Ik denk ook dat je met mimiek veel kunt bereiken.’

Iets anders: nieuwslezer Philip Freriks doet zijn uiterste best om gevatte bruggetjes te verzinnen naar jouw weerbericht. Moet je dan niet lachen?

‘Jawel. Een tijdje geleden hadden we een onderwerp over een muizenplaag op het Binnenhof waar ze een kat op hadden losgelaten. Toen zei Philip: en dan gaan we nu van de kat naar de hond’. Meestal zie ik ze wel aankomen hoor. Ik had al tegen Philip gezegd, makkelijk bruggetje hè, vanavond.’

Wat voor eigenschappen moet je hebben om goede weervrouw te zijn?

‘Je moet verstand van zaken hebben, er een beetje leuk uitzien. En je moet kunnen presenteren. Ik denk wel dat het in je moet zitten, je hebt het of je hebt het niet.’

Zit je er ook weleens naast?

‘Natuurlijk. Soms heb ik een droge nacht voorspeld en dan word ik ‘s nachts wakker van een onweersbui. Dan denk ik: oh nee, ze zijn een stuk vroeger. Door ervaring leer je dat je soms voorzichtig moet zijn met uitspraken. Inmiddels weet ik bijvoorbeeld dat alles wat uit Frankrijk komt, niet veel goeds voorspelt, qua weer dan, hè. Daar laat ik me niet meer door verrassen.’

Kijk je ook nog naar de lucht voor je weersverwachting?

‘Ja, de nadering van een warmtefront kun je bijvoorbeeld goed zien. Dat begint met sluierbewolking en die wordt steeds dikker. Dan komt er komt regen aan.

‘Zo deed mijn opa dat vroeger ook. Of grote stapelwolken, die duiden op een onweersbui.’

Hou je bij in hoeverre je verwachtingen uitkomen?

‘Nee, daar ben ik helemaal niet mee bezig.’

Waarom niet? Hoe bepaal je dan of je goed bent of niet?

‘Nou ja, ik heb er voor gestudeerd. Ik probeer mijn werk zo goed mogelijk te doen.’

Je combineert je werk met de zorg voor je dochtertje van bijna 7 maanden. Werk je fulltime?

‘Ik ben van vijf naar drie dagen gegaan. Zo kan ik mijn dochtertje regelmatig naar bed brengen en is het werk goed vol te houden. Voorlopig wil ik ook niet meer werken, ik wil van mijn dochter genieten. In 2003 heb ik een forse burn-out gehad dus ik kijk wel uit.’

En je man, werkt die ook parttime?

‘Nee, hij is verslaggever bij NOS Actueel en moet regelmatig naar het buitenland. Onlangs zat hij in Londen en was onze dochter ziek. Dat hakte er best in bij mij.’

Nooit gedacht: ik wil in een ander land het weer voorspellen?

‘Amerika lijkt me fascinerend. Je hebt daar ook tornadojagers. Dat zou ik ook weleens willen doen. Of in een orkaan zijn. Hartstikke eng, maar ook spannend, sensatie.

‘Nederland heeft fantastisch weer, heel veranderlijk. De weerextremen zijn het spannendst, daar doe ik het voor. Anders wordt het saai.’

Zou je niet liever een buitenbaan willen?

‘Jawel. Ik hoop ooit een boerderij te vinden, met een theetuin en bed & breakfast. Dan heb ik ook meer contact met mensen, dat mis ik weleens. Mijn werk is behoorlijk individualistisch. Ook zou ik nog wel eens een televisieprogramma willen presenteren over tuinieren of koken.’

Maak je je zorgen over de klimaatverandering?

‘Het klimaat verandert natuurlijk altijd al. Je ziet nu wel extremere buien en de komende tijd stijgen de temperaturen, maar wij mensen zijn het grootste probleem, wij willen niet veranderen. Als ik zeg: jij woont aan de kust, de zeespiegel stijgt, je moet verhuizen, dan zeg jij: nee, je hoogt de dijk maar op. We moeten af van het idee dat we het klimaat constant kunnen houden, want dat kunnen we niet.’

Je bent een klimaatscepticus?

‘Nee, maar ik vind niet dat we moeten overdrijven in doemscenario's. Al Gore heeft de feiten gecheckt, maar iedereen die niet méér over het klimaat gelezen heeft denkt: dat is de waarheid. Er zitten nog veel meer aspecten aan. Overigens werk ik mee aan een groot klimaatproject van het Innovatienetwerk. We hebben de gevolgen in kaart gebracht van klimaatscenario's voor onze voedselvoorziening en ruimtegebruik. We zoeken ook naar oplossingen.’

En, komt het nog goed deze zomer?

‘Dat durf ik echt niet te zeggen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden