Zoals altijd bracht de kunst soelaas

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: een confronterende marmelade en een expositie 'vol dood en pijn' over ons geruststellende velletje van huid en kleding.

Innerer Schweinehund, Birgit Dieker, 2003. Beeld Jürgen Bauman

Haarlem, 30 mei

Zelfs ik zwichtte onlangs voor de verlokkingen van het glazen toonkastje. Ik weet: mijn huis is geen museum. Maar door de jaren heen verzamelde ik eersteklas hebbedingen, die zich als stoffige zwerfkeien door de woning verplaatsten, en dat moest subiet stoppen. Voilà, la vitrine.

Maar wat een soesa, dat inrichten! Een oud Japans lakkistje, een stuk geslepen jade, mijn zilveren geboortelepel, het porseleinen vaasje van mijn moeders werktafel, een klein bronzen hondje - dat alles harmonieerde voor geen ene meter. Hoe ik ook schikte en wikte en woog, het wilde maar niet worden zoals in de huizen van al die mondaine creatievelingen, die appels met peren combineren alsof het niets is.

Fruitig

Zoals altijd bracht de kunst soelaas. Een tikje tureluurs toog ik naar het Historisch Museum in Haarlem, alwaar de expositie Fruity Marmelade van kunstenaar Luuk Wilmering op me wachtte.

Over appels en peren gesproken. Wilmering koos een aantal afgewogen fruitstillevens van die andere Haarlemmer, de in 1995 overleden schilder Kees Verwey, en reageerde erop in onder andere een serie geestige dia's en een reeks collages. Alles voorzien van fruit dat - uitgeknipt, opgeplakt of gefotografeerd - in diverse constellaties was geëtaleerd.

Ik zag hoe Wilmering, net als ik diezelfde ochtend, had gezocht naar de perfecte compositie van, in zijn geval, verschillende vruchten en een houten kistje. Ik kon hem horen denken: moet die tros druiven óp of vóór het kistje en waar laat ik dan die perzik? Hoe componeer ik alle afzonderlijke elementen zo, dat ze stuk voor stuk tot hun recht komen en tegelijkertijd een geheel vormen?

Stillevens

Ineens begreep ik waarom Verwey zich een leven lang had gewijd aan het schilderen van fruit. Het vinden van de perfecte compositie - daar ben je niet zomaar even uit.

In de bijbehorende tekst mijmerde Wilmering over hoe je sommige stillevens nimmer vergeet. Hij schreef over het samengaan van een aantal willekeurige spullen op het bureau van zijn oom: een replica van een Romeins beeld, een pennenbakje en een vetplant. Wilmering herinnert zich die compositie nog altijd en dan vooral de kleine replica; hoe die hier, terwijl het origineel vast ergens onaanraakbaar in een museum stond, gewoon een gebruiksvoorwerp was, een ding om actief mee te leven, net als Verwey met zijn fruit had geleefd.

Thuis zette ik mijn vitrinekast op zolder, het Japanse lakkistje weer als presse-papier op mijn bureau. Ik doopte mijn geboortelepel diep in de marmelade en lééfde.

Fruity Marmelade, Luuk Wilmering. Beeld Museum Haarlem

Tilburg, 2 juni

Luguber ding, die installatie van Chrystl Rijkeboer. Beeld u in: tien palen met daarop evenzovele skimaskers van mensenhaar; mond, oren, de verdikkingen rond de ogen, alles gemaakt van afgeknipte lokken. Ik zag ze en bleef er schichtige blikken op werpen, ongeveer zoals ik doe bij wassen beelden: om me te verzekeren dat ze niet toch bewegen. De curator kon me nog meer vertellen met haar 'symbool voor de mens' (duh) en verwijzing naar 'dieperliggende betekenissen'; in m'n hoofd ging het alweer van onthoofdingsvideo's naar moordenaars met kettingzagen naar die enge vent uit The Silence of the Lambs (maakte die niet ook een masker?). Dat was in Tilburg. In het TextielMuseum. In een tentoonstelling met de toepasselijke titel Under the skin.

Een expositie over 'kwetsbaarheid, dood, pijn', over het leven zelf dus, en ik verzeker u: die kwetsbaarheid en die dood en ook die pijn - ze zitten er allemaal in. Wat er ook in zit: veel aandacht voor het tactiele, natuurlijk of kunstmatig. In ons is het chaos en daarbuiten is het niet veel overzichtelijker, maar op het snijvlak is er dat geruststellende velletje van huid en kleding, die eigenlijk ook een soort huid is. Een van katoen, wol, bont, latex, getooid met H&M- of Chanel-labeltje daar wil ik vanaf zijn. Die huid, gevangenis en beschermer, staat in deze expo centraal.

Een behoorlijk goede expositie, dat moet gezegd. De zaalteksten zijn ook hier soms tenenkrommend, maar de inrichting is mooi en de selectie sterk, met enkele usual suspects. Misschien hang ik teveel rond in de voorhoede, maar van tevoren wist ik zeker hier Maartje Korstanje en Berlinde De Bruyckere aan te treffen: en inderdaad, die waren er. Hun werk - gemaltraiteerd vlees in paardenhengsels (ditmaal geïnspireerd op oude gynaecologische foto's) c.q. een papiermaché gevaarte met voor de gelegenheid aan de binnenkant kleine stiksels die me zowel deden denken aan bloemetjes als aan wat ik na een weekendje weg aantref op de lasagne die ik vergat in de koelkast te zetten - wordt getoond naast fraaie stukken van Rebecca Horn en Alet Pilon. Die laatste exposeert een gevallen engel. Barok, maar mooi.

Om het af te blussen: de komische noot. Die wordt geleverd door de Oostenrijker Erwin Wurm. Van hem zijn er twee podia waarop je zelf voor sculptuur mag spelen, waaronder eentje met in de hoofdrol een tweepersoons-trui. Aanbevolen voor blind dates. Of als relatietherapie.

Info

Fruity Marmelade, Historisch Museum Haarlem, t/m 30/8.
Under the skin, TextielMuseum, Tilburg, t/m 20/9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden