Zo zwart-wit is de wetenschap niet

Experiment Sunny Bergman had uitgebreider moeten zijn

Een proef met poppen zou aantonen dat jonge kinderen een voorkeur hebben voor een blanke huidskleur. Maar daarop valt wel wat af te dingen.

Beeld uit de oorspronkelijke tests van het echtpaar Kenneth en Mamie Clark uit de jaren dertig

Het zouden uw kinderen kunnen zijn. Kinderen die nog niet hebben geleerd sociaal wenselijke antwoorden te geven. Welopgevoede kinderen die de voorkeur geven aan een blanke boven een zwarte huidskleur. Die een witte pop het mooist, liefst en slimst vinden. En de zwarte pop het stoutst. Zoals de kinderen die figureren in de vorige maand uitgezonden documentaire Wit is ook een kleur.

Documentairemaakster Sunny Bergman gebruikte een proef met zwarte en witte poppen om te laten zien 'dat jonge kinderen de cultuur van witte superioriteit hebben geïnternaliseerd'. De test moet de strekking van haar film ondersteunen: de dominantie van de witte cultuur in de wereld leidt ertoe dat wit alom als superieur wordt ervaren. En dat zit er bij kinderen van alle huidskleuren al vroeg in. Zoals hoogleraar Philomena Essed in de documentaire zegt: kinderen hebben een gigantische kennis van de sociale werkelijkheid.

Maar hoe betrouwbaar is het experiment dat Bergman aanvoert om haar boodschap uit te dragen?

Light-versie

De proef die Bergman laat zien is een light-versie van een test die eind jaren dertig is ontwikkeld door de Amerikaanse psychologen Kenneth en Mamie Clark. Dit echtpaar maakte voor het eerst gebruik van poppen om de houding van kinderen ten opzichte van etniciteit te onderzoeken. Ze toonden aan dat kinderen, zowel zwarte als blanke, zich het kleuronderscheid al op jonge leeftijd eigen maken en een voorkeur laten zien voor blanke personen.

Daarbij moet worden aangetekend dat de Clarks werkten in een andere tijd: rassenscheiding was destijds in verscheidene Amerikaanse staten nog bij wet geregeld. Dat de test stamt uit een andere periode en uit een andere maatschappelijke werkelijkheid heeft weinig afbreuk gedaan aan de populariteit ervan. Tot op de dag van vandaag gebruiken psychologen in tal van landen de proef in een of andere vorm om onderzoek te doen naar de ontwikkeling van raciale vooroordelen.

Bij navraag erkent Bergman dat het experiment in haar documentaire niet op wetenschappelijk verantwoorde wijze is uitgevoerd. Het aantal proefpersonen (30) was te klein om harde conclusies te trekken, een controlegroep ontbrak. De test werd niet begeleid door gekwalificeerde wetenschappers, al was er wel een kinderpsycholoog bij de hand om over het welzijn van de kinderen te waken. De ouders van de kinderen, die hadden gereageerd op een oproep via Facebook, konden op een beeldscherm meekijken.

Het echtpaar Kenneth en Mamie Clark

Lees ook:

'Mensen denken dat racisme betekent dat je de Ku Klux Klan steunt.' Interview Sunny Bergman.

Bergman blijft bij haar conclusie

Wetenschappelijke pretentie of niet, Bergman staat vierkant achter haar conclusie: driekwart van de blanke en gekleurde kinderen geeft de voorkeur aan de witte pop. 'Het is schokkend om te zien hoezeer racistische beeldvorming in de samenleving al op jonge leeftijd wordt overgenomen', zegt ze. Haar proefpersonen waren tussen de 4 en 7 jaar oud.

Kinderen reageren niet altijd zoals in Bergmans documentaire, blijkt uit diverse wetenschappelijke publicaties over de poppentest die de afgelopen decennia zijn verschenen. Zwarte kinderen reageren soms positiever op zwarte dan op witte poppen. Onderzoekers maakten in 1972 in de American Journal of Orthopsychiatry melding van een 'grotere acceptatie van raciale identiteit en trots in het zelfbeeld van het (zwarte, red.) kind'.

Bij herhaling van de Clark-test kiezen zwarte kinderen niet altijd voor wit, zegt psycholoog Jacqueline Schenk, universitair hoofddocent aan de Erasmus Universiteit. 'Achterliggende redenen voor het maken van een keuze houden verband met sociale en cognitieve ontwikkeling. Tegenwoordig is er in de opvoeding en op school meer aandacht voor diversiteit en discriminatie. Jongeren hebben op dit punt meer sociale en culturele kennis dan zestig jaar geleden.'

Judi Mesman

Ook socioloog Armine Stepanyan, die het poppenexperiment onlangs uitvoerde bij Haagse en Rotterdamse schoolkinderen, ontdekte dat de uitkomsten niet altijd overeenkomen met die van de Clarks. Zo vonden kinderen tussen de 5 en 11 jaar van Surinaamse en Afrikaanse afkomst blonde poppen met blauwe ogen, zwartharige poppen met donkere ogen en zwartharige poppen met een donkere huid 'even lelijk'. Daarmee weken ze af van Nederlandse, Turkse en Marokkaanse kinderen, die de zwarte pop lelijker vonden.

Dat de poppentest niet altijd hetzelfde resultaat oplevert, wordt bevestigd door Judi Mesman, hoogleraar diversiteit in opvoeding en ontwikkeling in Leiden. 'De proef wordt onder uiteenlopende omstandigheden en in verschillende vormen afgenomen. Sommige studies laten hetzelfde effect zien als Sunny Bergman in haar film, andere studies niet.'

Volgens Mesman kan de uitslag van de test op diverse manieren worden beïnvloed. Het kan uitmaken of kinderen de keuze krijgen tussen twee of drie poppen. Sommige onderzoeken tonen aan dat minder vaak de voorkeur wordt gegeven aan 'wit' als er drie poppen (wit, licht getint, donker) zijn. Een minder duidelijke voorkeur voor wit kan ook naar voren komen als kinderen de mogelijkheid krijgen om een neutraal antwoord te geven. Als ze bijvoorbeeld kunnen kiezen: beide poppen zijn lief.

Kinderen kunnen beïnvloed worden door de huidskleur en door de intonatie van de ondervrager. De kinderen in Bergmans documentaire hadden drie blanken tegenover zich: Bergman die de vragen stelde, iemand achter de camera en een geluidstechnicus.

Meeste studies grofweg zelfde uitkomst

Alles overziend concludeert Mesman toch dat de meeste grote studies grofweg op hetzelfde uitkomen: dat witte en donkere kinderen de neiging hebben om witte poppen leuker te vinden dan zwarte. 'Er is voldoende bewijs dat er iets aan de hand is. Als ik de literatuur overzie, kom ik zo'n beetje tot dezelfde conclusie als Bergman. Het is geen vreemde gedachte dat jonge kinderen een witte pop aantrekkelijker vinden als ze in films en in de speelgoedwinkel zien dat prinsessen licht en wit zijn en slechte figuren een donkere huidskleur of donkere kleren hebben.'

Wat zegt die voorkeur voor wit? Ofwel: Wat meet je met de poppentest? 'Eigenlijk weten we dat niet', zegt Schenk. 'Het hoeft niet zo te zijn dat je vooringenomenheid meet. Kinderen laten mogelijk zien wat ze in hun omgeving hebben geobserveerd. Als je een kind vraagt wie het meeste straf krijgt, kan het zo zijn dat kinderen in de klas hebben gezien dat donkere kinderen vaker straf krijgen. Dan laat het kind zien wat het heeft geleerd. Het kan ook zijn dat witte kinderen hun voorkeur laten zien voor de groep waar ze bij horen of willen horen en dat bruine en zwarte kinderen hun keuzen laten beïnvloeden door de witte proefleider.'

Volgens Schenk komt je er met de poppentest van Clark niet achter wat de redenen voor een keuze zijn. 'De test zegt niet alles over de attitude of gevoelens van een kind, over zijn gedrag op het schoolplein. Het is linke soep om de keuzes die tijdens de test worden gemaakt te interpreteren. Je kunt twee poppen keurig gelijk behandelen en tegelijkertijd een negatieve attitude hebben ten opzichte van een van de twee groepen.'

Het aanwijzen van een pop kan allerlei betekenissen hebben, stelt ook Mesman. Studies geven aan dat kinderen vaak niet consequent zijn: als je drie keer hetzelfde vraagt kun je driemaal een ander antwoord krijgen. 'De consistentie is niet heel hoog.'

Beelden uit documentaire Wit is ook een kleur van Sunny Bergman

Nacht, duisternis, onveiligheid

Kan het zijn dat kinderen met de proef geen voorkeur voor een etnische groep uitspreken, maar - bewust of onbewust - voor een kleur? Schenk: 'De kleur zwart wordt vaker geassocieerd met de nacht, duisternis, onveiligheid. De evolutie heeft geselecteerd op mensen die gevaar vermijden. Theoretisch is het mogelijk dat de diepte van een kleur - ongeacht de kleur - een rol speelt bij het afnemen van de poppentest. Mogelijk verkiezen kinderen met de aanpak van Clark een lichtbruine pop boven een donkerrode. Bij mijn weten is dit met de poppentest nooit onderzocht.'

Dat de voorkeur voor een kleur kan meespelen bij het afnemen van de poppentest, zegt ook Paul van Lange, sociaal-psycholoog en als hoogleraar verbonden aan de VU in Amsterdam. 'Je kunt niet uitsluiten dat louter de huidskleur en kleur van de ogen invloed hebben. Blauwe ogen kunnen opener en prettiger overkomen dan bruine ogen. Er kunnen associaties zijn die losstaan van stereotype beelden.'

Van Lange vindt dat de poppentest met te veel onzekerheden is omgeven om er harde conclusies aan te verbinden. Wat hem betreft zou er geëxperimenteerd moeten worden met variaties op deze proef. Door interviewers van uiteenlopende afkomst in te zetten en interviewers niet op de hoogte te brengen van de onderzoeksdoelen. En door kinderen de mogelijkheid te geven om 'ik weet het niet' te antwoorden.

Sunny Bergman Beeld Robin de Puy

Impliciete associatietest (IAT)

Van Lange hecht meer waarde aan de zogeheten impliciete associatietest (IAT) dan aan de poppentest. De IAT wordt vooral bij volwassenen gebruikt om onbewuste vooroordelen te signaleren. Aan de hand van reactietijden wordt de sterkte van associaties tussen positieve of negatieve eigenschappen en maatschappelijke groepen gemeten. Daaruit blijkt overigens ook dat de meeste mensen het makkelijker vinden om personen met een donkere huidskleur met 'slecht' te associëren en personen met een lichte huidskleur met 'goed' dan andersom.

Net als Van Lange vinden Mesman en Schenk de poppentest alleen een te smalle basis voor harde uitspraken over racistische vooroordelen. Ze zeggen dat er betere testen zijn voor onderzoek naar etniciteit en stereotypen, zoals de impliciete associatietest.

Jacqueline Schenk: 'Impliciete testen, waarbij het voor een proefpersoon minder duidelijk is wat er wordt getest, hebben een grotere voorspellende waarde voor later gedrag dan expliciete testen zoals het poppenexperiment. Als ik die documentaire had gemaakt had ik niet voor de Clark-test gekozen en aanvullende observaties gedaan in de klas of op het schoolplein.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.