Reportage

Zo ziet uitsterfbeleid voor woonwagenkampen eruit

Het beleid van gemeenten om woonwagenkampen langzaam de nek om te draaien, is volgens het College voor de Rechten van de Mens discriminerend. Maar daarmee is de strijd van bewoners niet gestreden.

Woonwagenkamp in Oss met rechts de betonblokken die de gemeente plaatst om de lege standplaatsen ernaast te blokkeren.Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant

Troosteloos in de overtreffende trap. Zo mag je het woonwagenkampje aan de Brasem in Oss wel noemen. Afgescheiden van de openbare weg door een bomenhaag staan twee woonwagens op een veldje. Links en rechts van de wagens liggen grote betonblokken die de toegang tot de lege standplaatsen ernaast blokkeren.

Op die plekken schiet het onkruid manshoog op, er groeit zelfs al een boompje. Her en der ligt rommel, de wind blaast een plastic zak voor zich uit. 'Terwijl dit vroeger zo'n mooi kamp was', zegt Paula Bloemers (42) droevig. Anneke van de Pol (36) knikt: 'Het is diep triest.'

Zo ziet het er dus in de praktijk uit, het 'uitsterfbeleid' dat gemeenten voeren ten aanzien van woonwagens. Elke keer als aan de Brasem een standplaats leeg kwam, werd die plek geblokkeerd met betonblokken. Zes standplaatsen zijn er de afgelopen tien jaar zo verdwenen. Nog even en er staat niks meer. Dat is ook de bedoeling.

Eigenzinnig volk

Zeg dat iemand 'van het kamp' komt, en de vooroordelen wellen op als bronwater: criminaliteit, werkloosheid, wietplantages. O ja, er zijn woonwagenbewoners die niet deugen, zegt Van de Pol, vierde generatie woonwagenbewoner. Zoals die er zijn binnen elke bevolkingsgroep. 'Maar als 2 van de 30 woonwagenbewoners fout zijn, worden de andere 28 er ook op aangesproken. Wietplantages heb je overal. Maar die van ons komen in het nieuws.'

Van de Pol zet liever een ander beeld neer: van een eigenzinnig volk dat trots is op zijn eigen cultuur en bereid is daarvoor te vechten. Zoals Bloemers en Van de Pol - samen opgegroeid op een woonwagenkamp in Oss - doen. Met drie woonwagenvrouwen hebben ze Travellers United Nederland (TUN) opgericht. Daarmee gaan ze de strijd aan tegen gemeenten die van woonwagens af willen.

Met succes. In een trits recente uitspraken hebben rechters het Nederlandse woonwagenbeleid veroordeeld. Ze deed het voor haar zoon, zegt Bloemers, die de gemeente Oss aanklaagde voor het College voor de Rechten van de Mens. Ze had een blaadje meegenomen met daarop geschreven wat ze wou zeggen. Het bleek niet nodig. 'Ik heb uit het hart gesproken.' Ze won. Van de Pol: 'Dat wij nog bestaan, hebben we louter te danken aan onze vechtlust.'

Woonwagenkamp en bewoners met rechts (achtergrond) wat ooit ook kamp was.Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant

Woonwagenbewoners zijn - anders dan Sinti en Roma, die een andere etnische achtergrond hebben - nakomelingen van Nederlanders die sinds de 19de eeuw met een reizend beroep in hun onderhoud voorzagen: venters, seizoenarbeiders, scharenslijpers. Al sinds hun bestaan zijn ze een doorn in het oog van de burgermaatschappij.

Bijna honderd jaar, te beginnen met de Woonwagenwet van 1919, zijn woonwagenbewoners doelwit van beleid met als rode draad ze zo snel mogelijk op te laten gaan in de burgermaatschappij. Dat is niet gelukt. Woonwagenbewoners lieten zich niet afschaffen.

In 1999 trok het Rijk zijn handen ervan af. De Woonwagenwet werd ingetrokken, woonwagenbewoners worden niet meer beschouwd als een aparte minderheidsgroep maar als 'gewone burgers met een bijzondere woonwens'. Het huisvestingsbeleid is op het bordje van gemeenten gelegd. Waarmee de problemen niet zijn opgelost, maar hoogstens gedelegeerd.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant

Consolidatie of afbouw

Sindsdien is de situatie diffuus. Nederland telt naar schatting 30 duizend woonwagenbewoners, verspreid over 1.150 woonwagenlocaties in 370 gemeenten. Centrale afstemming is er niet of nauwelijks; elke gemeente voert haar eigen beleid.

De meeste kiezen voor consolidatie of afbouw: geen nieuwe woonwagenstandplaatsen erbij, waar mogelijk standplaatsen laten verdwijnen. Ondertussen groeien de wachtlijsten van mensen die in een woonwagen willen wonen maar geen plek hebben; geschat wordt dat er 2.300 standplaatsen tekort zijn.

Zo wordt hun cultuur langzaam maar zeker de nek omgedraaid, zegt Van de Pol in haar woonwagen op een keurig aangeharkt kampje in een nieuwbouwwijk in Tiel. Wat die woonwagencultuur precies inhoudt, is voor een buitenstaander moeilijk te doorgronden. Van der Pol woont in een chalet dat alleen met een dieplader van zijn plek is te krijgen. Vanbinnen ziet het eruit als een doorsneewoning in een volkswijk. Veel glimmers. 'Ik hou van bling.' Maar alleen al het idee dat er wielen onder zitten geeft een gevoel van vrijheid, zegt Van de Pol.

Ze heeft een tijdje - noodgedwongen - in een stenen huis gewoond. Het beviel haar slecht. De burgermaatschappij is een 'zeurmaatschappij'. Buren die klagen over geluidsoverlast, een verkeerd geparkeerde auto - op het kamp zul je dat soort klachten niet horen. De deur open laten, zomaar bij de buren binnenlopen, elkaar helpen, dat is typisch voor de woonwagencultuur, die vorig jaar de status van immaterieel erfgoed kreeg van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur.

Maar juist die eigen cultuur wordt sinds het afschaffen van de Woonwagenwet niet meer als zodanig erkend. Volgens Jelle Klaas van het PILP (Public Interest Litigation Project), een project van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten, is dat in strijd met mensenrechtenverdragen die Nederland heeft ondertekend. Het College voor de Rechten van de Mens geeft hem gelijk. Woonwagenbewoners, zo oordeelde het college eind 2014 zijn aan te merken als 'een etnische groep die zich onderscheidt vanwege hun cultuur' en bescherming geniet op grond van 'ras'. Het college noemt het uitsterfbeleid discriminerend.

Dat was een doorbraak, zegt Klaas. 'Op basis van mensenrechtenverdragen hebben woonwagenbewoners het recht om in een woonwagen te wonen.' Hij wordt daarin gesteund door tal van gezaghebbende instanties - het Europees Hof, de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie, de VN-commissie tegen racisme en discriminatie - die het Nederlandse woonwagenbeleid hebben bekritiseerd.

Benefietconcert

Travellers United Nederland (TUN) organiseert op zondag 12 juni een benefietconcert. De opbrengsten gaan naar de juridische strijd tegen het uitsterfbeleid dat gemeenten voeren tegen woonwagens. Locatie is restaurant de Betuwe in Tiel, aanvang 13.00 uur. Onder de artiesten zijn Frans Baggerman, Django Wagner, Karin Welsing en Colinda.

Het PILP voert een gerechtelijke procedure namens een woonwagenbewoner tegen de gemeente Oss. In eerste aanleg kreeg hij gelijk, de zaak loopt nu in hoger beroep. Elburg verloor vorig jaar een geding over het schrappen van woonwagenplaatsen voor de Raad van State, Waddinxveen werd veroordeeld door het College voor de Rechten van de Mens. Tegen Eindhoven loopt nog een zaak, tegen Tiel is er een in voorbereiding.

Diverse gemeenten zijn hun woonwagenbeleid aan het heroverwegen. Oss heeft afscheid genomen van het uitsterfbeleid, zegt projectleider Mark van 't Hof. De Brabantse gemeente had ingezet op 'normalisatie' van woonwagenbewoners door het aantal standplaatsen geleidelijk af te bouwen. Financiële overwegingen spelen daarbij ook een rol. De woonwagenplaatsen kosten de gemeente jaarlijks 1 tot 1,5 ton meer dan ze aan huur opbrengen.

De uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens heeft daar een streep door gehaald. Oss koerst nu op consolidatie van het huidige aantal van 69 standplaatsen. De acht woonwagenplekken die de afgelopen jaren verloren zijn gegaan, komen mogelijk terug. Niet helemaal van harte. 'Zonder de uitspraak van het college waren we doorgegaan met afbouwen. Wij vinden het huisvesten van woonwagenbewoners geen taak van de gemeente.'

Festival "Samen op Reis" georganiseerd door woonwagenbewoners wil de gewone burger kennis laten maken met de woonwagencultuur. Het werd niet druk vanwege het slechte weer.Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant

Het is een overwinning voor woonwagenbewoners, zegt antropoloog Peter Jorna, consultant in vraagstukken met betrekking tot Roma, Sinti en woonwagenbewoners. Het biedt volgens hem ook nieuwe kansen.

Woonwagenbewoners zijn altijd beschouwd als achterlijk en onbeschaafd. Beleid is steeds van boven opgelegd. Goed bedoeld, maar de uitwerking was averechts. 'Hoe sterker de dwang, hoe meer verzet je oproept.' Met criminaliteit als radicale uitwas.

Het idee dat de problemen zijn opgelost als alle woonwagenbewoners in 'gewone' huizen wonen, is volgens Jorna een illusie. 'Daarmee verleg je het probleem alleen maar. Scholing, perspectief bieden, dat is de oplossing. Ga met elkaar in gesprek en probeer duidelijk te krijgen wat ieders belangen en beperkingen zijn.'

Herstel de banden

Die raad geeft ook Sjaak Khonraad, lector integrale veiligheid aan Avans hogeschool in Den Bosch, in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw een veel gevraagd deskundige in woonwagenzaken en opsteller van een handleiding voor gemeenten. Overheid en woonwagenbewoners hebben jarenlang met de ruggen naar elkaar gestaan, zegt Khonraad. De contacten die er in zijn tijd nog waren, zijn verloren gegaan. 'Mijn advies aan de overheid zou zijn: herstel de banden met woonwagenbewoners. Accepteer dat er een groep is die anders is en zoek samen naar duurzame oplossingen.'

Scheer ook niet alle woonwagenbewoners over één kam. 'Pak criminelen hard aan, maar zoek aansluiting bij de goedwillenden.' Voor woonwagenbewoners heeft hij ook een boodschap: Kom uit de slachtofferrol. 'Je kunt de overheid niet overal de schuld van geven.'

In sommige gemeenten is dat gesprek al op gang gekomen. Zoals in Smallingerland, waar Annie Mirosch (45) het probleem van te weinig standplaatsen aankaartte bij de gemeente. Mirosch verhuisde in 2007 van de woonwagen naar een huis. Onder meer voor de kinderen. Die werden gepest op school. Bovendien vreesde ze discriminatie bij sollicitaties. 'Als je solliciteert, wordt je postcode gecheckt.'

Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant

Het is haar rauw op het dak gevallen. 'Ik mis mijn vrijheid', zegt ze. 'Ik wil terug. Gewoon weer tussen mijn eigen mensen.' Maar de wachttijd voor een standplaats in Smallingerland is zes jaar, langer dan die voor een huurwoning. Toch heeft Mirosch hoop, nu haar gemeente 'de wenselijkheid onderschrijft' om er standplaatsen bij te maken.

En misschien, zegt Van de Pol, maakt ze de dag nog mee dat op de Brasem betonblokken worden weggehaald en nieuwe wagens het kamp oprollen. 'Dan zal ik best een traantje wegpinken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden