Zo ziet de vlucht van onderdrukte Rohingya eruit

Nog elke dag vluchten vervolgde Rohingya vanuit Myanmar naar Bangladesh. Mensen zoals Roseda Begom en haar gezin. Uitgeput en berooid proberen ze in een vluchtelingenkamp de draad weer op te pakken.

Bij toeval wordt Roseda in het kamp Leda herenigd met haar zus Anowara. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Shah Porir Dwip is het zuidelijkste punt van Bangladesh. Een vlakke landtong bezuiden Teknaf, aan de mond van de grensrivier de Naf. Je bereikt het per boot door een waterwereld van slikken en schorren. Overal liggen vissersboten op het droge. In het oosten de heuvels van Myanmar.

Hier komen, ruim drie maanden na het begin van de militaire acties van het Myanmarese leger in de deelstaat Rakhine (etnische zuiveringen, volgens de Verenigde Naties), nog elke dag Rohingyavluchtelingen aan land. Ze steken 's nachts de rivier over in vissersboten of op zelfgemaakte vlotten van jerrycans, of ze worden over zee door mensensmokkelaars op de stranden van Teknaf afgezet.

Vlucht knokploegen en raketten

Bij een post van de Bengalese grenspolitie op Shah Porir zit eind november een uitgeputte groep van veertien vluchtelingen. Ze zijn vannacht bij een patrouille opgepikt en wachten tot ze worden afgevoerd naar een registratiepunt in Sabrang. De vijf gezinnen komen uit Sikder Para in het district Maungdaw, een van de zwaarst door het geweld getroffen delen van Rakhine.

Een maand terug zijn we gevlucht, zegt Jaheda Kahtun, woordvoerder van de groep, een statige, goed geklede weduwe van 'ongeveer 50 jaar'. Naast Jaheda zit haar stille 20-jarige dochter Asma, angstige ogen achter de niqaab. 'Wekenlang hadden we de hoop dat het geweld wel zou overwaaien en ze ons ongemoeid zouden laten, maar dat was dus niet zo.

'Op een kwade dag omsingelden Myanmarese troepen en boeddhistische knokploegen ons dorp en bestookten ons met raketwerpers', vertelt Jaheda, schijnbaar onbewogen. 'We renden allemaal in paniek naar buiten om ons in het struikgewas te verstoppen. Donder op naar je eigen land, schreeuwden ze. We zijn de volgende dag meteen vertrokken.'

De vlucht in beeld

Fotograaf Daniel Rosenthal volgde een groep van veertien Rohingya-vluchtelingen op hun tocht naar veiliger gebied. Bekijk hier zijn foto's van de vlucht.

Jaheda's jongere zuster Roseda Begum (40) , een vrouw met een getekend gezicht, kijkt somber voor zich uit, haar ondervoede kleindochter Reshma Bibi van 3 maanden op de arm. Reshma's moeder, Roseda's 16-jarige in burka gehulde dochter Kismat, kan zich zo even vertreden. Jongste dochter Solima Bebe van 5, een nakomertje, wijkt niet van Roseda's zijde.

Roseda, zelf weduwe, vertelt dat Kismats echtgenoot Jama (30) al sinds oktober 2016 wordt vermist. 'Hij werd met een aantal andere mannen uit het dorp door soldaten meegenomen. Niemand van hen is ooit teruggekomen.' Sinds die dag moesten Roseda en Kismat het redden zonder man in huis.

Het leven in Sikder Para, een dorp van eenvoudige rijstboeren, werd steeds moeilijker. Steeds vaker spraken Roseda en Jaheda over vluchten naar Bangladesh, zoals hun jongste zus had gedaan. Die woont ergens in een vluchtelingenkamp, al hebben ze nooit meer van haar gehoord.

Voor vertrek uit Shah Porir krijgt de groep een maaltijd van de lokale bevolking, op kosten van een man in een wit Arabisch gewaad. Basir Ahmed (50) werd op Shah Porir geboren, zegt hij, maar emigreerde tientallen jaren geleden naar Dubai, waar hij naar eigen zeggen een succesvol Range Rover-dealer is. 'Nu ben ik met mijn zoon Omar hier om onze moslimbroeders bij te staan.'

Solima, Roseda en Reshma in de bus die hen van Shaprang naar het vluchtelingenkamp Nayapara brengt. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Overtocht 100.000 kyat per persoon

In volle vaart gaan de vluchtelingen even later in auto-riskja's over de dijk, om nog voor laag tij de oversteek naar Sabrang te kunnen maken. Langs de dijk liggen zwartgeblakerde vissersboten die het leger in brand heeft gestoken om de mensensmokkel te stoppen. Tot dusver zonder veel succes.

Bij de afvaart raakt Pormin, een zwangere 18-jarige, met haar hand klem tussen twee boten. Ze gilt het uit van de pijn. Echtgenoot Jubaer (20) dept haar hand verlegen met een zakdoekje. De rest zit zwijgend in de boot. Alleen Roseda glimlacht. 'Als Allah het wil zijn we nu veilig.'

De gedachten gaan naar de overtocht uit Myanmar, enkele dagen eerder. De oversteek over de Naf was al weken eerder voorbereid, toen de geruchten over aanvallen op Rohingya-dorpen steeds verontrustender werden, vertelt Jaheda, die over enkele hectaren grond en wat kapitaal beschikte. 'We hebben toen contact gelegd met vissers die ons zouden willen helpen. Voor 100 duizend Myanmarese kyat (60 euro) per persoon.'

Nieuwe fase: Kleine groepen, maar gestaag

De vluchtelingencrisis rond de Rohingya, de vervolgde islamitische minderheid in Myanmar, lijkt in een nieuwe fase beland. De volksverhuizing van september, toen dagelijks tienduizenden Rohingya de grens overstaken, is voorbij, zegt VN-organisatie IOM. Nu komen de vluchtelingen gestaag in kleinere groepen. In november telden de VN er in totaal 20 duizend. Ze komen van verder uit Rakhine en zijn vaak langer onderweg geweest. In drie maanden tijd zijn bijna 640 duizend Rohingya gevlucht. Bangladesh, waar er nu ruim 1 miljoen leven, wil ze zo snel mogelijk terugsturen en overweegt in de tussentijd grote aantallen te verhuizen naar een eiland voor de kust.

Het is na aankomst nog 10 minuten lopen naar de legerpost bij Sabrang waar alle vluchtelingen zich moeten melden. De Rohingya moeten eerst langs een controlepost. Even betwijfelen de twee soldaten of ze Rohingya zijn, dan laten ze hen toch door. Het meldpunt is al gesloten, dus scharen de nieuwkomers zich bij de tientallen wachtenden. Er is geen eten en geen drinkwater, wel een rieten afdak. En belangrijker: het is veilig.

Een medewerker van Artsen zonder Grenzen stuurt Pormin met haar hand naar de eerste hulp van het ziekenhuis in Teknaf. Dat mag van de soldaten, als ze vanavond maar terugkomt. Ook de 12-jarige Mohammed Salim mag mee: hij heeft een slecht genezen gebroken arm, hij werd afgetuigd door een bende die de koeien wilde roven waarop hij paste. De twee zitten achter in de auto. Pormin begint achter haar niqaab zachtjes in zichzelf te zingen.

Bij aankomst in het vluchtelingenkamp: eerst registreren. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

In de eerstehulppost van het ziekenhuis behandelt een vrouwelijke arts talloze patiënten tegelijk. Ze laat een röntgenfoto maken van Mohammeds arm en geeft hem een verwijzing voor chirurgie. Pormins hand blijkt gelukkig niet gebroken. Ze krijgt een tetanusinjectie en pijnstillers, plus een ijzer- en vitaminenkuur vanwege haar zwangerschap en bloedarmoede.

Enkele weken geleden kwamen er wel tweehonderd Rohingya per dag naar de hulppost, vertelt de arts, velen met schot- en steekwonden. De capaciteit van het ziekenhuis wordt vanwege de vluchtelingencrisis verdubbeld tot 98 bedden, een teken dat de hulpstromen op gang komen.

Registratie 'Zijn dit wel vluchtelingen?'

Het handjevol haveloze Rohingya onder het afdak blijkt de volgende ochtend uitgegroeid tot een menigte van honderden mensen. Vannacht hebben vissersboten tientallen nieuwkomers afgezet op het strand. Iedereen wacht in stilte op wat komen gaat. Hier en daar huilen kinderen. Terwijl de zon opgaat drijven militairen de menigte tussen bamboehekjes in rijen, ook Roseda's groep. Een jongeman deelt venijnige tikken uit met een stok.

Om een uur of negen komt de rij in beweging. Soldaten ondervragen iedereen, om te controleren of de wachtende Rohingya bonafide vluchtelingen zijn. Pas daarna krijgen ze een voorlopige registratiekaart (met een vingerafdruk) en wat hulpgoederen, zoals rijst, linzen, zout en dekens. Ook zijn er stapels tweedehands kleren en basismedicijnen beschikbaar.

Het is rijkdom na alle ontberingen. 'Wij zijn alles kwijt', zucht Jaheda. 'We zijn na de aanval eerst naar een dorp in de buurt gegaan, in de hoop dat we misschien nog spullen uit ons huis zouden kunnen redden, maar er was niets meer. De rijst stond nog op het veld, maar de boeddhisten hadden de koeien en buffels meegenomen en alle huizen in brand gestoken.'

Kaart van het gebied Beeld de Volkskrant

Daarna heeft de groep wekenlang rondgezworven, 's nachts reizend en zich overdag schuilhoudend in het bos. 'We waren doodsbang voor de soldaten en hadden bijna niets te eten', zegt Jaheda. 'Toen we uiteindelijk bij de rivier aankwamen hebben we ons daar nog vijf dagen verborgen gehouden, tot we contact konden leggen met de vissers die ons zouden overzetten.'

Elke dag verzamelen zich in Sabrang ook geregistreerde vluchtelingen uit de kampen en mensen uit de omgeving, sommigen voor de vierde of vijfde keer, zegt luitenant Nahid, de dienstdoend officier. 'Ze hopen allemaal van de uitgedeelde hulpgoederen te profiteren. Je krijgt hier in een keer rantsoenen waarvoor je in het kamp meermalen uren in de rij staat.'

Wat Jaheda's groep niet weet is dat er deze week nog meer is uitgedeeld. Shakeel Anarath, een islamitisch zakenman uit Mauritius, drukt elk gezin voor het na registratie per vrachtwagen wordt afgevoerd naar de kampen een biljet van 1.000 taka (10 euro) in de hand. Om te vieren dat ze een nieuw leven beginnen, zei hij gisteren. Daarna stapte hij bij hen op de truck en vroeg ze voor de foto te zwaaien. Vandaag is Anarath er niet.

Vluchtelingenkamp Rijst, water en een kaart

Plaatselijke initiatieven hebben van meet af aan een belangrijke rol in de hulpverlening gespeeld. Meestal worden de Rohingya in open trucks naar de kampen vervoerd, maar vandaag is het een bus van Belal Enterprise, gehuurd door een zakenman uit Cox's Bazar met een bedrijf in Teknaf. Roseda en de anderen staren vermoeid naar buiten. De bus stopt bij een winkel waar jongens rijstmaaltijden en flesjes water naar binnen dragen.

Een uur later neemt de bus de afslag naar Nayapara, een groot, gevestigd vluchtelingenkamp. Daar moeten alle nieuwkomers zich melden bij het registratiekantoor van de Bengalese overheid en krijgen ze hun officiële vluchtelingenkaart. Dat gaat verrassend efficiënt, een teken hoeveel vooruitgang er is geboekt sinds de chaotische eerste weken van de crisis.

Roseda en haar dochters worden ondervraagd en gefotografeerd. Ook moeten ze hun vingerafdruk zetten. Na 10 minuten hebben ze een geplastificeerde kaart om hun nek waarmee ze overal in de rij mogen staan voor hulpgoederen. De gegevens gaan ook in een nationale databank, zodat ze als foreign national nooit een Bengalees paspoort kunnen aanvragen.

Na afloop zitten de veertien nieuwkomers wat verloren bij elkaar in de drukte van de kampstraat. Ze moeten nu beslissen naar welk kamp ze willen. Jaheda en Roseda willen naar hun zus in Leda, vlakbij; een van de mannen, Sabir Ahmed, wil met zijn zoon Mohammed naar familie in Thindkhali, anderen willen naar Kutupalong of Balukhali, waar ze mensen kennen. Jubaer en Pormin weten het nog niet.

In een schuur krijgt de groep te eten van Bengalezen. Jaheda Kahtun deelt uit. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Weerzien De verloren gewaande zus

Roseda en de haren vertrekken in een uitpuilende tuktuk naar Leda, een paar kilometer verderop. Zwoegend rijdt de riksja het kamp binnen, feitelijk een dichtbevolkte sloppenwijk. En dan ineens gebeurt het. Midden in de bazar klinkt een schreeuw. De tuktuk komt abrupt tot stilstand. Roseda springt eruit en omhelst een vrouw midden in de overvolle straat.

Omstuwd door een nieuwsgierige menigte en luide kreten slakend verdwijnen de twee in het kamp. Even later staan Roseda en haar verloren gewaande zus Anowara (36), want die is het, onbedaarlijk huilend om hun onverwachte hereniging in een steeg, de hele buurt om hen heen.

Allah is groot. Roseda's dochters kijken beduusd toe.

Als de emoties haar te veel worden zakt Roseda op een krukje ineen. Haar zus houdt haar hand vast, een buurvrouw wappert koelte toe. Het helpt niet: Roseda raakt in een verstarring, met lege blik. Af en toe gaat er een schok door haar heen. Omstanders halen een verpleger bij het kliniekje.

Het is of alle ellende van de vlucht eruit komt. Jaheda had al eerder snikkend verteld hoe ze tijdens de oversteek waren aangehouden en beroofd door de grenspolitie van Myanmar. 'Ze dwongen ons eerst met geweld ons om te keren. Daarna hebben ze al onze waardevolle spullen afgepakt. Zelfs de gouden sieraden die waren bedoeld als bruidsschat voor mijn dochter Asma.'

En daar was het niet bij gebleven. Jaheda: 'Het eerste wat de mannen van de grenspolitie deden toen ze onze boot hadden aangehouden was de mannen en de vrouwen scheiden. Daarna hebben ze slechte dingen met de vrouwen gedaan. Toen ze zich hadden uitgeleefd en hun geld binnen hadden, lieten ze ons gaan. Toen konden we alsnog met de boot oversteken.'

Als Roseda later voor dood in het huisje op de grond is gelegd, vertelt Anowara hoe ze enkele dagen eerder van andere vluchtelingen uit haar dorp had gehoord dat de boot van Roseda en haar groep bij de oversteek was achtergebleven en door de grenspolitie was opgebracht. Omdat ze sindsdien niets meer vernomen hadden, had iedereen gedacht dat ze waren vermoord.

Toekomst Zonder uitzicht in een kamp

Bangladesh en Myanmar hebben twee weken geleden onverwacht een akkoord gesloten over een repatriëring van de Rohingya, te beginnen binnen twee maanden. De Verenigde Naties waarschuwen dat dit alleen kan als het geweld in Rakhine stopt en de terugkeer geheel vrijwillig is. De meeste waarnemers gaan er dan ook van uit dat de 640 duizend vluchtelingen nog lang in Bangladesh zullen moeten blijven. Een uitzichtloze toekomst in de kampen wacht.

Voor Roseda en de haren is dat nog even ver weg. Ze blijkt de dag na aankomst, na de miraculeuze hereniging met haar zus, dankzij rust en een infuus een stuk opgeknapt. Dochter Kismat glimlacht, baby Reshma slaapt in de hangwieg. Even later verschijnen Jubaer en Pormin, die de nacht ook bij Roseda's familie hebben doorgebracht. Pormins hand ziet er minder opgezwollen uit dan gisteren. Roseda is zo opgelucht, zegt ze met tranen in de ogen.

Roseda met kleindochter Reshma (3 maanden) en dochters Solima (5) en, geheel rechts, Kismat (16, moeder van Reshma). In het midden medevluchteling Pormin (18). Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Wat vinden ze van het repatriëringsplan? Als Myanmar ons onze rechten geeft, gaan we terug, zegt Roseda. 'Maar wie wil terug naar een land waar ze je zo behandelen? We worden al ons hele leven onderdrukt. Ik kan me niet herinneren dat we ooit in vrede leefden. Wij weten niet waarom ze dit doen. Alleen zij weten waarom wij geen burgers mogen zijn in ons eigen land.'

Naschrift Roseda, Kismat en Solima wonen nog altijd in Leda bij Anowara's gezin. Baby Reshma is ziek. Jaheda en Asma wonen in Nayapara. Jubaer en Pormin zijn verhuisd naar een tent in een tijdelijk kamp bij Leda.


De Rohingya-kwestie in woord en beeld

Paus loopt op eieren in islamitisch Bangladesh
Paus Franciscus is na het boeddhistische Myanmar nu in het islamitische Bangladesh. Hij zal in dit land met een kleine katholieke minderheid uiterst behoedzaam moeten opereren. En de Rohingya-kwestie is slechts bijzaak. (+)

Deze radicale monnik legt uit waarom de paus het woord 'Rohingya' maar beter niet in de mond kan nemen

Het geweld tegen moslims in Myanmar? Allemaal de schuld van de Rohingya zelf, zegt Ashin Ottama Thiri. Hij is prominent lid van de groep boeddhistische monniken die álle islamieten het land uit wil hebben, wat de bezoekende paus er ook van vindt. (+)

In Bangladesh blijven Rohingya-vluchtelingen komen
Maanden na het begin van de exodus uit Myanmar komen er nog elke dag Rohingya-vluchtelingen Bangladesh binnen. Het zijn er nu bij elkaar 640.000, in overvolle opvangkampen. 'Ik ben mijn hele leven al op de vlucht.' Lees hier het verslag van journalist Ben van Raaij. (+)

En bekijk hier alle foto's van Daniel Rosenthal, die met Van Raaij afreisde naar Bangladesh.

'Een sleets cliché van een vluchtelingencrisis'
De rubriek Beeldvormers onderzoekt hoe een foto onze kijk op de werkelijkheid bepaalt. Deze week: de Rohingya-vluchtelingen van kamp Balukali. (+)

Verdreven Rohingya over hun erbarmelijke vlucht: 'Zwakke mensen moesten we achterlaten'
Bangladesh vangt meer dan 400 duizend verdreven Rohingya uit Myanmar op. Die zijn wanhopig. 'Ik denk niet dat we ooit nog kunnen terugkeren.'

In beeld
Dit zijn de Rohingya-vluchtelingen in Bangladesh: angstig, hongerig, haveloos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden