Zo wordt het niets

Niemand heeft de illusie gekoesterd dat de onderhandelingen over het Turkse lidmaatschap van de Europese Unie vlot en soepel zouden verlopen....

Het besluit ja te zeggen tegen onderhandelingen met Turkije is op de Europese top van december 2004 met grote moeite genomen. Veel Europese regeringsleiders waren zich ervan bewust dat er onder hun kiezers weinig animo bestond voor de komst van de Turken. Dit ongerief resulteerde in tal van omtrekkende bewegingen. Op zijn beurt verzette de Turkse premier Erdogan zich hevig tegen sommige Europese voorwaarden, met name de feitelijke erkenning van de Grieks-Cypriotische regering van Cyprus; pas te elfder ure ging hij (gedeeltelijk) overstag.

De moeilijkheden waren daarmee niet van de baan. Het vergde opnieuw een zware diplomatieke inspanning om overeenstemming te bereiken over het raamwerk van de onderhandelingen, die een jaar geleden van start gingen. Sindsdien is de stemming er aan beide zijden alleen maar kriegeliger op geworden. Dat heeft niet alleen te maken met de moeizame vorderingen aan de onderhandelingstafel. De toetreding van Turkije tot de Europese Unie blijft grote weerstand oproepen in diverse Europese landen. Bijgevolg durven politieke leiders zich onvoldoende te committeren aan het gegeven jawoord of zoeken ze hun heil in aangescherpte eisen. Van de weeromstuit zet Turkije zijn hakken in het zand, ook als hervormingen in het geding zijn waaraan het land niet zal kunnen ontkomen.

Kenmerkend voor het slechte humeur in beide kampen is het rumoer over het wetsvoorstel van de Franse Assemblée waarin ontkenning van de Armeense genocide strafbaar wordt gesteld. Hier wordt de gerechtvaardigde erkenning van een historisch drama opgezadeld met een strafbepaling die de Franse staat paradoxaal genoeg tot een even ongenaakbare scherprechter in de meningsvorming over deze kwestie zou maken als de Turkse. Gelukkig is de kans klein dat het wetsvoorstel de eindstreep haalt, hetgeen Turkije er evenwel niet van weerhoudt om moord en brand te schreeuwen over de vermeende bezoedeling van de nationale eer.

Een kleine detente is dringend gewenst. Er hoeven geen zoete broodjes te worden gebakken in de omgang met Turkije, maar tegelijk zou het Europese politici sieren als ze duidelijker de (valide) redenen etaleren waarom ze in meerderheid de deur van de EU hebben opengezet voor Turkije. Zoals van de Turkse regering mag worden verwacht dat tegenover de bevolking niet wordt verheeld dat aansluiting bij Europa substantiële concessies vergt. Blijven onderhandelen met afgewend gelaat is welhaast vragen om een vroegtijdige breuk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden