Zó wilde Wolkers leren tekenen

Zó wilde Wolkers leren tekenen, als op de ansichtkaart die hij kreeg van een studievriend. Nu te zien in het Rijks.

Hercules Segers, Bemoste boom, ca. 1625. Beeld null
Hercules Segers, Bemoste boom, ca. 1625.

Afgelopen woensdag ging ik naar het Rijksmuseum om De bemoste lork van Hercules Segers te zien. Net als Ben Ruwiel, de tragische held uit Wolkers' roman De perzik van onsterfelijkheid, baande ik mij moeizaam een weg door de toeristen naar de ingang en doolde binnen over de stenen trappen. Ik doorkruiste zalen vol objecten en schilderijen uit verschillende tijden voor ik was waar ik zijn moest. 'De waanzin ten top', denkt Ruwiel als hij verdwaalt in het afmattende labyrint.

In de Zuidvleugel van het Rijksmuseum is nu een tentoonstelling te zien van het surreële werk van Hercules Segers. De mysterieuze, vroeg 17de-eeuwse Amsterdamse etser en schilder maakte de schitterendste berglandschappen, maar reisde zelf nooit verder dan Brussel. De Alpen stamden uit zijn dromen. Segers gebruikte zijn fantasie bij het verbeelden van de natuur, en experimenteerde er lustig op los met kleuren, materialen en technieken.

Jan Wolkers raakte als 17-jarige jongen diep onder de indruk van Segers. Van een klasgenootje op de Leidse Avondtekenschool, dat brandende ogen en een bol gezicht had, 'alsof hij steeds bezig was een kaars uit te blazen', kreeg Jan een prentbriefkaart van De bemoste lork. Hij kon zijn ogen er niet van afhouden. Zo wilde hij ook leren tekenen.

'Als ik de naam Hercules Segers noem', schreef Wolkers vijf jaar later, in 1947, in een brief aan een vriend, 'rijzen wonderlijke beelden in mij op: heuvels bestaande uit hersens, in oude, bruine hersenpannen, de sporen van het hersennetwerk, mos, oude halfvergane eikentakken, ik ruik verrotte blaren, humus, zwammen. Ook komen fragmenten van gedichten van Gerrit Achterberg in me op. Woorden, die het landschap even onbegrensd, de atmosfeer verstikkend maken, niet om te ademen voor een levend wezen.'

Het origineel van Segers' ets is veel kleiner dan ik me had voorgesteld: 10 bij 15 centimeter. Formaat boodschappenbriefje. Maar wat een schitterende verbeeldingskracht! De glinsterend groene lariks met melancholiek neerhangende takken zweeft als een ijle schim in tintelende roze en hemelsblauwe lucht.

In het typoscript van Terug naar Oegstgeest las ik een passage die Wolkers later weer schrapte. Hij beschrijft daarin hoe zijn vader in het begin van de oorlog probeerde zijn wegkwijnende kruidenierswinkeltje in Oegstgeest te redden door zich aan te sluiten bij de coöperatie van de Spar. En dat zijn zoon vervolgens de etalage opnieuw mocht inrichten. Want Jan had zijn vader ervan kunnen overtuigen dat etaleren een artistiek beroep was.

'Als tegenhanger van het lullige stijve dennenboompje op het langwerpige metalen bord dat aan de voorgevel boven de winkelruit was bevestigd', schreef Wolkers, 'en waar stond 'meer dan tweeëntwintighonderd winkels', had ik in het midden van de etalage tegen een pak havermout de reproductie gezet van de lorkenboom van Hercules Segers die ik van mijn vriend op de Avondtekenschool had gekregen. Mijn vader knikte tevreden toen hij de etalage bekeek, maar de reproductie moest ik er meteen uit halen, omdat zo'n voddenboom van oude gordijnen, zoals hij zei, de klanten verjoeg in plaats van aantrok.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden