Zo werkt lobbyen in Den Haag

Belangenbehartiging, luidt de neutrale omschrijving. Maar wat is dat? Wat doen lobbyisten precies in de Haagse wandelgangen?

Beeld Lumine.nl

Het is een schoolvoorbeeld van een geslaagde lobby, zegt Frans van Drimmelen: de strijd tegen de CO2-opslag onder Barendrecht. Het plan van Shell en het ministerie van Economische Zaken om broeikasgas onder een woonwijk op te slaan leidde tot paniek bij de bewoners. Konden ze nog wel veilig ademhalen? Was er ontploffingsgevaar? Het plan was al door de Tweede Kamer, maar de gemeente voelde zich gepasseerd en vroeg het lobbybureau van Van Drimmelen om de opslag tegen te houden.

Hij vertelt er graag over - dit is een van de projecten waarop hij trots is. Omdat de gemeente haar zin kreeg: de opslag ging na lang onderhandelen van tafel. Maar vooral omdat hij mensen bij elkaar bracht die vooraf tegenover elkaar stonden. 'De uitkomst was: CO2-opslag mag, mits er draagvlak voor is', legt hij uit. 'Voor Barendrecht was dat honderd procent winst, want bewoners waren tegen. Maar voor politici ook: de deur naar opslag blijft open.' Zo ging iedereen min of meer tevreden de deur uit. 'Daar kan ik echt van genieten. De kunst van een mooie lobby is: niet de ander klem zetten door jouw zin te krijgen, maar samen een maximaal aanvaardbare oplossing vinden. Nederland is zo klein, je zult elkaar later nog eens nodig hebben.' Samenbrengen, verbinden, bemiddelen - vraag een lobbyist naar een succesvolle lobby, en je krijgt doorgaans een mix daarvan. Niet je hand ophouden, maar informatie delen; het belang van de ander zoeken en daar het eigen belang aan toevoegen, dat zo een gezamenlijk belang kan worden. Bescheiden verwoord, dat sowieso. Terwijl politici en bewindslieden graag publiekelijk hun successen claimen, is discretie juist deel van een goede lobby. Je moet jezelf kunnen relativeren, zeggen lobbyisten. Misschien dat we daarom ook zo weinig weten van die onzichtbare spelers en hoe ze aan de touwtjes trekken in politiek Den Haag.

Coen Sleddering is lobbyist sinds 1981, toen de term in Nederland nog niet ingeburgerd was. Busvervoer, drinkwaterbedrijven - elke vijf jaar wisselt hij, anders wordt het saai. Tegenwoordig is hij in dienst van het KNGF, het genootschap van fysiotherapeuten. Als hij vertelt over zijn werk klinkt dat aanstekelijk eenvoudig. 'In mijn hoofd heb ik een bord met witte en zwarte knopjes. Wit is medestander, zwart tegenstander. Zwart moet wit worden, daar draait het om.' Informatie, timing, een goed netwerk - allemaal belangrijk volgens hem. En herkenbaar aanwezig zijn in de Haagse binnenwereld. Sleddering werd wel 'de snor van de bussen' genoemd.

Coen Sleddering is wat ze bij de grote lobbykantoren enigszins meewarig een eenpitter noemen. 'Die lobbyisten die de hele dag rondhangen in Nieuwspoort en hopen iemand tegen het lijf te lopen, zo werkt het niet meer', zeggen ze daar. Het is nu plannen, strategie, 90 procent puur inhoudelijke voorbereiding, achter het bureau. En misschien 10 procent van de tijd op pad, om politici of ambtenaren te spreken.

Beeld Volkskrant Infographics

hoeveel lobbyisten telt Nederland?

Het officiële register van de Tweede Kamer telt 94 lobbyisten, dat zijn de belangenbehartigers met een toegangspas tot het parlement. Op de lijst van beroepsvereniging BVPA staan er ruim zeshonderd. Schattingen van insiders gaan tot het tienvoudige. De BVPA telt alleen lobbyisten die minstens drie dagen per week aan hun vak besteden en inschrijving is vrijwillig. Datajournalist Sybren Kooistra keek naar LinkedIn-profielen en kwam tot 1.337 professionals. Ook deze lijst is niet compleet. Veel invloedrijke lobbyisten - bestuurders, ceo's - staan niet zo te boek.

Ingraven

Vanuit de Haagse Volkskrant-redactie aan het Toernooiveld ligt lobbyland aan je voeten. Op de begane grond huist het Haagse hoofdkwartier van de FNV, tien stappen verder hangt de koperen naamplaat van de branchevereniging van de tabaksindustrie. Aan de deftige Lange Voorhout houden Meines Holla en Van Lanschot kantoor, even verderop zit Dröge & Van Drimmelen. Public Matters, Burson-Marsteller, Lindblom Public Relations, Pact, Smart & Able, van Oort & van Oort... ze vouwen zich strak om het politieke hart van de stad. Overal zichtbaar, maar doorgaans zonder het bordje 'lobbyist' op de deur. Wel: branchevereniging, public affairs-kantoor, provinciehuis.

Alleen lobbyisten van de oude stempel, zoals Coen Sleddering, gebruiken de term lobby. De meesten vermijden dat begrip, spreken liever van belangenbehartiging, strategische communicatie, public affairs, of, poëtischer, reputatierenovatie. 'Lobby' heeft voor hen nog te veel de smaak van rondhangen in de wandelgangen. Niet van het politieke vak waarvoor je strategisch moet denken, je ingraaft in dossiers, veel huiswerk moet doen. Vraag je in Den Haag: noem eens een echte lobbyist, dan komen ze met Niek Jan van Kesteren, die als voorman van VNO-NCW voortdurend in Den Haag aanschuift om de belangen van werkgevers te vertegenwoordigen. Alleen: zijn functie is algemeen directeur. Ook de burgemeester die een rondweg om zijn gemeente wil is lobbyist. Net als de voorzitter van de dorpsraad die tegen de komst van de hsl protesteert of de leraar die de rekentoets verplicht wil stellen. De vrouw uit Oranje misschien, die zich voor de auto van staatssecretaris Dijkhoff wierp - ook zij probeert immers de politiek te beïnvloeden. Zoals PvdA-Kamerlid Lea Bouwmeester het zegt: 'Iedereen die bij mij komt of mij opbelt om iets op de agenda te zetten, is op dat moment lobbyist.' Zodoende kan niemand je vertellen hoeveel lobbyisten Nederland telt. Volgens het lobbyistenregister dat de Tweede Kamer sinds 2012 bijhoudt, zijn het er precies 94. De beroepsvereniging BVPA heeft zo'n zeshonderd leden; om daar lid van te worden, moet je drie dagen per week aan public affairs besteden. Schattingen van het aantal professionals variëren van 2- tot 60 duizend lobbyisten. Onze eigen inventarisatie komt tot ten minste 1.300 lobbyisten. Van de vleesindustrie tot de Fietsersbond, bijna elke organisatie heeft tegenwoordig iemand die de public affairs op zich neemt.

Lobbyclub
Wat voorheen een branchevereniging was, is nu een lobbyclub. Zelfs goede doelen kunnen niet meer zonder 'advocacy officer' - de activisten van Greenpeace onderhandelden mee over het Energieakkoord, en de Klimaatwet van Diederik Samsom en Jesse Klaver is grotendeels gelijk aan de wet waarmee Milieudefensie in 2008 campagne voerde. Informatie is toegankelijker geworden; om te weten wat er speelt, hoef je niet permanent in Den Haag rond te lopen. 'Vroeger had je de man in Den Haag die de agenda's van de Kamer verzamelde', vertelt Jaap Jelle Feenstra, voorzitter van de beroepsvereniging en zelf lobbyist voor het Havenbedrijf Rotterdam. Dan kon je voor zes weken vooruit bepalen op welke onderwerpen je invloed wilde uitoefenen. Nu bepaalt een goede lobbyist zelf mede de agenda. In de hotelbar van Die Port van Cleve, in de schaduw van het Paleis op de Dam, zit Frans van Drimmelen klaar met een introductiepakket: het door hem geschreven Handboek voor Public Affairs, twee visitekaartjes en een handvol jaargangen van de Ben Pauw-lezing, genoemd naar de grondlegger van de Nederlandse public affairs. Van Drimmelen is beroepslobbyist: hij is directeur van Dröge & Van Drimmelen, een van de grootste adviesbureaus in public affairs. Bedrijven of organisaties huren zijn bureau in om hun lobbywerk uit te besteden of hulp te vragen. Soms gaat hij voor hen op pad om te praten met politici of ambtenaren, vaker gaan ze samen of geeft hij alleen advies over bij wie ze moeten zijn, op welk moment en met welk verhaal ze een politicus of ambtenaar overtuigen. Ongeveer 15 procent van de Nederlandse lobbyisten werkt voor een soortgelijk public affairs-bureau, schat Van Drimmelen. Een veel groter deel werkt 'inhouse' bij een bedrijf, ngo of de overheid en neemt als werknemer de lobbytaken op zich.

'Lobbyen is niet iemand in een donkere kelder vol bier gooien', waarschuwt hij. 'Het gaat subtieler.' De basis is simpel: vindt iemand het leuk om met jou te praten, is er een klik, ontstaat er vertrouwen? 'Zo werkt het immers met mensen. Ze moeten je graag bellen. Draai je ze een loer, dan hoef je niet terug te komen.' Het spel van beïnvloeding is niet eendimensionaal. Een goede lobbyist is volgens Van Drimmelen dienstgericht, weet wat de ander nodig heeft. 'In de kern komt het hierop neer: informatie verstrekken waaraan iemand behoefte heeft, op het juiste moment en in de juiste vorm.' Aardig wat lobbybureaus hebben bij wijze van fotobehang een markant Haags tafereel: het Binnenhof met de Ridderzaal of de skyline met de ministeries. Boodschap voor de klant: wij gaan u helpen daar binnen te komen. Zo is het ook bij Meüs van der Poel, een eenmans-lobbyist aan de Haagse Parkstraat. Hij wijst en zegt: 'Ergens in een van die gebouwen krijgt een ambtenaar de opdracht aan een wetsvoorstel of beleidsnota te schrijven.' De schaal 12 heet dat in lobbyjargon, naar het salarisniveau van de ambtenaar. 'Dát is het moment om je gezicht te laten zien: 'Goedemiddag, ik kom u helpen.' Om dat moment te kennen, moet je weten wat er speelt: Kamerbrieven lezen, de achtergrond van wetgeving kennen. De Kamer die een motie aanneemt, de minister die een statement maakt in een commissievergadering - het zijn momenten die een ambtenaar aan het werk zetten. En dan is het uitzoeken wie de ambtenaar in kwestie is en contact leggen.

(Tekst gaat verder onder foto)

Lobbyland

Dit is de eerste van een reeks artikelen over lobbyen in Den Haag die de komende tijd zullen verschijnen in de Volkskrant. Eline Huisman en Ariejan Korteweg schrijven daarnaast iedere dinsdag en donderdag het blog Lobbyland op volkskrant.nl.

Beeld Lumine.nl

Cocogate

Hoe lobbyisten ambtenaren 'helpen', werd zichtbaar toen via NRC Handelsblad een mailwisseling tussen ING en het ministerie van Financiën uitlekte. De bank had van Financiën een conceptwet ontvangen over coco's, een type obligaties, en stuurde die retour met een wensenlijstje in de vorm van rode markeringen. In de e-mail: 'Ik hoop dat jullie hiermee kunnen leven.' Het Binnenhof was in rep en roer. Zie je wel, riepen Kamerleden, de machtige bankenlobby schrijft de minister letterlijk de wet voor. SP-leider Roemer eiste een debat, er werden achttien pagina's aan Kamervragen gesteld, de kwestie werd een heuse cocogate. In werkelijkheid weten alle bewoners van het Binnenhof dat het heel gebruikelijk is dat lobbyisten van heel dichtbij het wetgevingsproces beïnvloeden. Geen Kamerlid dat daarvan opkijkt. 'Dat is schering en inslag', zegt bijvoorbeeld SP-parlementariër Ronald van Raak. 'De stolp werd even een stukje opgetild. De opwinding ontstaat omdat die werkelijkheid niet deugt.'

Ook lobbyist Sleddering blaast die verhitte werkelijkheid achteloos van tafel. 'Als politici zeggen dat ze verbaasd zijn dat ING meeschrijft aan de toelichting op een wettekst, zijn ze naïef, dom of doen ze alsof ze het niet weten. Natuurlijk leveren banken teksten aan als er een wet over bankenregulering wordt voorbereid.' Zo spelen lobbyisten een rol in alle stadia van het wetten maken. Van de eerste vonk in het achterhoofd - soms zichtbaar in een verkiezingsprogramma of regeerakkoord - tot de laatste komma in de wetstekst. Wie zegt dat het anders zit, moet je niet geloven. Ook minister Dijsselbloem was zich bij ING van geen kwaad bewust. 'De inbreng van externe partijen is van groot belang bij de wet- en regelgeving', schreef hij in antwoord op Kamervragen. En: 'het kabinet is (...) steeds penvoerder, zelfs als concrete tekstsuggesties worden overgenomen.'

Toegang

Moet het lobbyen beter gereguleerd worden? Die discussie woedt in de bedrijfstak. De PvdA-Kamerleden Lea Bouwmeester en Astrid Oosenbrug bereiden een wetsvoorstel voor dat de transparantie moet vergroten. Een voorstel waarbij overigens, tot ongenoegen van veel lobbyisten, Kamerleden goeddeels buiten beschouwing worden gelaten. 'Nederland is heel erg laisser faire', oordeelt Arco Timmermans, sinds twee jaar hoogleraar public affairs aan de Haagse Campus, een dependance van de Universiteit Leiden. Zijn leerstoel wordt betaald door de BVPA. 'Een waakhond zou geen gek idee zijn. De vraag is of reguleren verder nodig is. Voor mij draait het om een level playing field. Is de toegang tot politici wel evenredig? Dat probleem los je niet op met registratie.' In Washington is de lobby kapotgereguleerd', zegt Peter van Keulen, directeur van lobbykantoor Public Matters, die zelf als lobbyist in DC werkte. 'Elk gummetje dat je krijgt moet worden geregistreerd. Met registratie voorkom je de uitwassen niet.' Overigens: cocogate had ook zonder lobbywet zorgvuldiger kunnen verlopen, vindt ook minister Dijsselbloem. Het was beter geweest, schrijft hij, duidelijk te maken dat 'de banken over de maatregel waren geconsulteerd'. En hij belooft beterschap: in een zogeheten lobbyparagraaf moet staan 'wie er is geconsulteerd en welke inbreng men heeft geleverd'.

Een opleiding tot lobbyist bestaat niet. Je wordt het door veel vlieguren te maken in Den Haag. Vaak komen lobbyisten uit de politiek of van onder de Haagse stolp, zijn ze fractiemedewerker geweest, woordvoerder, journalist, Kamerlid - politieke junkies in elk geval. Vak­idioten, zeggen ze zelf. 'Ik volg alles wat in Den Haag gebeurt', zegt Van Drimmelen. 'Tot verdriet van mijn vrouw: Twitter, Pauw, Nieuws­uur, kranten. Ik leef van politiek.' Procedurevergaderingen in de Tweede Kamer? Geen probleem, zo hoor je nog eens wat. Lobbyisten houden van het spel. Sleddering vertelt hoe hij - Vewin, de drinkwaterbedrijven, was zijn baas - erin slaagde de flesjes water bij vergaderingen in de Kamer te laten vervangen door karaffen kraanwater. 'Dan moet je Kamerleden enthousiast krijgen, maar ook de bodes die de karaffen moeten bijvullen.' Altijd zijn ze gedegen voorbereid - op interview­afspraken verschijnen ze vaak met printjes, folders en aandachtspunten. Ze weten wat ze willen vertellen, denken mee. Makkelijke praters ook. Geen flap-uits - afgewogen, maar zonder aarzeling en nooit om een anekdote verlegen. Achteraf komen de mailtjes, met nieuwe ­gesprekspartners, evenementen, een nabeschouwing van het gesprek. Iets in de uitstraling ook - bescheiden maar zelfverzekerd, goed gekleed maar niet flamboyant. Ze zijn sterk in comfort, noemt Kamerlid Bouwmeester het, leuke mannen en vrouwen. En de koffie is er altijd vers. Sleddering heeft het vak zien veranderen. 'Vroeger nam je een oud-Kamerlid mee, dan gingen deuren eerder open, het ging om het babbeltje. Dat is veranderd.' Kamerleden zijn daar nu minder van onder de indruk. 'Het gaat meer om informatie. Een goed netwerk is je infrastructuur om de informatie op het juiste moment op de juiste plek te krijgen.'

Investeren in contacten dus. Zorgen dat je iets van iemand weet. Niet per se de verjaardag van de kinderen, de hobby van een partner, maar wel: hoe iemand graag werkt. 'Sommige Kamerleden zijn heel toegankelijk en kun je nog bijsturen in het debat. Ik zorg dat ik altijd in de zaal zit. Dan stuur ik een whatsappje of een sms: hier kun je nog eens op doorvragen. Niet iedereen houdt daarvan.' Lobbyen is maatwerk, wil hij zeggen. 'Ik kijk per Kamerlid op welk onderwerp ze graag zitten, dan kun je samenwerken. Wil je een relletje, dan kan de SP handig zijn. Om iets rustig neer te zetten werkt het CDA misschien beter.' Belangrijk: houd het ministerie aan je kant. 'Ambtenaren houden niet van verrassingen; als je iets insteekt bij een Kamerlid, zorg dan dat zij alvast weten waarover hun minister vragen kan krijgen. Dat helpt als je de volgende keer weer informatie van hen nodig hebt.'

(Tekst gaat verder onder foto)

De Hofvijver bij het Binnenhof. Beeld anp

Winnen

Meines Holla & Partners is een van de deftigste lobbykantoren van Den Haag. Rob Meines werkte in het verleden als NRC-correspondent in Duitsland. Ben Bot staat op de loonlijst, net als Bert Bakker (voorheen D66, nu prominent lobbyist). In de ontvangstkamer staat een model van de Saab Gripen op een standaard. Meines lobbyde voor dit Zweedse gevechtsvliegtuig, dat het in Den Haag aflegde tegen de JSF. Toch noemt hij dit het mooiste project waaraan hij meewerkte. Het spel om wie de vliegtuigen mocht leveren heeft lang geduurd en bleef tot het laatst spannend. 'Onder druk van de Amerikaanse regering, de JSF-fabrikant Lockheed en een deel van de Nederlandse defensie-industrie stonden het ministerie van Defensie en de Luchtmacht aan de kant van de JSF. Toch was op een gegeven moment een meerderheid van bijna honderd Kamerleden tegen. Het was te winnen, totdat de PvdA zich in de coalitie niet langer tegen de JSF keerde.' Natuurlijk wil je het liefst winnen, zegt hij, maar je haalt voldoening uit een lobby als je alles hebt gedaan wat je kon. Creatief denken is de sleutel. Je moet voor verwarring kunnen zorgen, met een voorstel dat zo slim is dat ze het niet direct terzijde kunnen schuiven. Meines deed dat door relatief laat een moeilijk af te wijzen compromis voor te stellen. De Saab Gripen zou eerder klaar zijn. Konden niet eerst 32 Saabs worden gekocht? En daarna 32 JSF's? 'Bij Defensie vonden ze dat politiek gezien briljant. Uiteindelijk gingen ze er niet in mee, omdat niet zeker was of de JSF er dan nog wel zou komen.' Niet 'een op een' krijgen wat je wilt, ziet hij niet als verlies, maar als de uitkomst van een democratisch proces. 'Daarin meedoen geeft voldoening. En we hebben de Saab Gripen als een serieus alternatief op de kaart gezet, in elk geval formeel. Daarvan heeft Saab veel profijt bij opdrachten in het buitenland.'

Het wat, wanneer en hoe van de lobbyist

Ver voor verkiezingstijd Bij partijen langs. Je onderwerp optimaal in het programma krijgen. In gesprek raken met de selectiecommissie, achtergrond en voorkeuren van kansrijke kandidaten noteren.

Door het jaar heen Werkbezoeken regelen voor Kamerleden, een congres of debat organiseren waar genetwerkt kan worden, wetenschappelijk onderzoek bestellen dat op jouw onderwerp aansluit.

Op het ministerie Als een bewindspersoon plannen aankondigt of er een motie wordt aangenomen: uitzoeken welke ambtenaar ermee aan de slag moet. Deze terstond voeden met 'nuttige informatie'.

Beleidsvorming Tijdens de voorbereiding van een beleidsstuk contact houden met de bewuste ambtenaar: hoever is het, waar zit ruimte voor onderhandeling? Met die kennis de lobby-strategie bepalen.

Enkele weken voor het debat 'Position paper' naar Kamerleden mailen met de belangrijkste ideeën en standpunten. Maximaal een A4'tje, beter nog één scherm zonder scrollen - Kamerleden hebben weinig tijd.

Een Week voor het Kamerdebat Koffie met Kamerlid om paper te bespreken. Waarom is dit belangrijk, wat kan hij of zij hiermee? Dit op papier zetten en mailen. Wil Kamerlid een bijdrage voor een motie of spreektekst?

Kamervragen Kamervragen toesturen aan ­Kamerlid of medewerker. Ook ­betrokken ministerie inlichten over de vragen - ambtenaren houden niet van verrassingen.

Voor een Begrotingsdebat Voorbereiden met Kamerlid of ­ambtenaar, die vaak zelf al contact ­opnemen. Pijnpunten inventariseren.

Tijdens het Kamerdebat Tijdens het Kamerdebat of de commissievergadering: Kamerleden bijsturen via whatsapp of sms, vragen suggereren, hen attenderen op dead­lines, het debat bijsturen.

Na afloop van het debat 'Relatiebeheer' - met een drankje napraten in het perscentrum Nieuwspoort of in een van de cafés aan het Plein in Den Haag. Evalueren, nieuwe plannen maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden