De A7

Drie hobbels Zuidelijke Ringweg

Zo werd de nieuwe Groningse Ring een lijdensweg

De A7 Beeld Harry Cock

Na een hoogopgelopen conflict staan de neuzen weer dezelfde kant op bij de aanleg van de nieuwe Zuidelijke Ringweg om Groningen. Bouwers en opdrachtgevers presenteerden donderdag een gezamenlijk plan om de klus alsnog te klaren. Maar de voorziene vertraging is nu al drie jaar. En de hamvraag blijft voorlopig onbeantwoord: wie gaat dat betalen?

De werkzaamheden aan de nieuwe Zuidelijke Ringweg om Groningen zijn in juni 2018 amper begonnen. Dan meldt aannemerscombinatie Herepoort plots een vertraging van twee jaar. Er is te weinig personeel beschikbaar vanwege het economisch hoogtij, luidt de officiële verklaring.

Een maand later wacht de volgende tegenslag. Er komt er geen toestemming voor een ‘zomerstremming’: een wekenlange afsluiting van een deel van de bestaande rondweg om ruim baan te bieden aan de bouw van de nieuwe. Opdrachtgever Rijkswaterstaat denkt niet dat het werk goed en veilig gedaan kan worden. Zo verdubbelt in een amper een maand tijd de voorziene bouwperiode, van drie naar zes jaar.

Achter de schermen speelt meer, zo blijkt nu.

Een nieuwe Zuidelijke Ringweg moet de dagelijks dichtslibbende verkeersader onder Groningen verruimen. Het is het grootste infrastructurele project ooit in Noord-Nederland, met een budget (inclusief ontwerp en organisatie) van 700 miljoen euro. Het geld komt grotendeels uit de zogeheten Zuiderzeegelden: compensatie voor de in 2007 afgeblazen Zuiderzeelijn, een snelle treinverbinding tussen Groningen en de Randstad.

In 2016 wordt de megaklus gegund aan een consortium geleid door twee grote Duitse bouwers: Max Bögl en Züblin. Een paar noordelijke aannemers mogen aanhaken. In 2021 moet de nieuwe weg klaar zijn.

Maar tegenslag stapelt op tegenslag. De opdrachtgevers (de provincie Groningen, de gemeente Groningen en Rijkswaterstaat) en de bouwers staan met de koppen tegen elkaar. Om het conflict niet finaal te laten escaleren, wordt de Delftse hoogleraar Marcel Hertogh in september 2018 gevraagd te bemiddelen. Hij presenteert in december zijn aanbevelingen (‘Beide partijen moeten samen een actuele planning ontwikkelen’). Maar het onderliggende rapport, waarin betrokken partijen hun grieven uitten, blijft geheim.

Tot donderdag, als het rapport alsnog openbaar wordt, samen met een plan van aanpak om de klus toch samen te klaren. Betrokkenen willen ‘stoppen met vingerwijzen’. Wat waren de hobbels op de weg? En zijn die nu genomen?

1. De complexiteit

Hoogleraar Hertogh kan het niet vaak genoeg benadrukken: grote infrastructurele projecten zijn nu eenmaal complex. Zeker als ze dwars door een binnenstad gaan, langs woonwijken (denk aan tunnels, viaducten, afritten) en over een tracé dat nog volop bereden wordt. Bij de Noord/Zuidlijn schijnen ze er alles van te weten.

Een weg door de achtertuin leidt ook tot juridische strijd. Omwonenden laten zich gelden, tot aan de Raad van State. De Vleermuiswerkgroep krijgt het daar zelfs voor elkaar dat het tracébesluit moest worden aangepast.

De complexiteit wordt gedurende de rit bovendien nog eens vergroot door aanvullende wensen: een extra fiets- en voetgangerstunnel, een nieuw plantsoen, een aansluiting erbij voor de Europaweg. Op de tekentafel kan het allemaal, maar de uitvoering blijkt weerbarstig. De Helperzoomtunnel die vorig jaar met Hemelvaart ingeschoven zou worden, blijkt niet te passen. Dit jaar volgt een nieuwe poging.

2. De gebrekkige samenwerking

De omstandigheden zijn slechts één kant van het verhaal. De meeste problemen zitten in de organisatie en de samenwerking. De bouwers krijgen het project niet onder controle, terwijl de samenwerkende overheden alles volgens het boekje willen. Het onderlinge vertrouwen is weg, partijen zijn bang om elkaar te helpen en dekken zich juridisch in.

Er is voortdurend strijd over de interpretatie. De bouwers komen afspraken niet na, vinden de opdrachtgevers. Van samenwerking is geen sprake meer, zegt de aannemerscombinatie. ‘Partijen praten niet met elkaar en er is sprake van twee waarheden.’

De bouwers krijgen pas hun geld als ze leveren. Nu de voortgang stokt, dreigen urgente liquiditeitsproblemen. De opdrachtgevers vinden juist dat de bouwers te veel op de centen zijn: ‘penny wise, pound foolish’.

Complicatie: Rijkswaterstaat mag dan formeel de opdrachtgever zijn, de kostenoverschrijdingen komen voor rekening van de provincie. Omdat de uitvoeringsorganisatie daardoor feitelijk rondloopt met de portemonnee van de provincie, zit die er steeds bovenop. Het besluit: er komt een nieuwe ‘slagvaardige organisatie en overlegstructuur’.

3. De rekening

‘Waar een wil is, komt een weg’, heet het rapport van de commissie-Hertogh. Aan die wil zal het niet liggen: voor geen van de betrokken partijen is de weg terug verleidelijk. Een nieuwe aannemer zou enkel meer vertraging betekenen. En de bouwers hopen nu eindelijk voortgang te boeken en daarmee te innen. Maar: wie betaalt de rekening aan het eind van de rit?

Bij grote infrastructurele projecten zijn er altijd tegenvallers. Maar waar eerder nog zo’n 90 miljoen euro speling in het budget zat, is de rek er nu wel uit: de prognose is dat 632 miljoen nodig is op het budget van zo’n 650 miljoen. Met een hele grote kanttekening: daarbij is nog geen rekening gehouden met de enorme vertraging.

Dat kost geld, erkende gedeputeerde Fleur Gräper donderdag opnieuw. Veel geld. Mogelijk meer dan 100 miljoen. Voor de provincie is het helder. ‘Wat ons betreft is het contract leidend’, houdt Gräper vol. Meerkosten komen dan strikt gezien op het conto van de aannemer, evenals een eventuele boete voor te laat opleveren van 10 procent (bijna 40 miljoen euro).

Maar daar voelen de bouwers weinig voor. Züblin heeft al een miljoenenverlies ingecalculeerd op het Groningse project. Het personeelstekort is overmacht, luidt het verweer. De aannemerscombinatie vindt bovendien dat er tegengestelde eisen zijn en de opdrachtgevers de lat veel te hoog leggen.

‘We hebben de financiën even geparkeerd’, aldus directeur van aannemerscombinatie Herepoort Peter Westra donderdag. ‘Als techneuten komen we er snel uit.’ Vast. Maar zo wordt met een grote boog om het grootste obstakel heengereden: wie gaat er bloeden voor de tegenslagen?

Eind dit jaar moet de pijn op papier verdeeld zijn, luidt het tussenvonnis. ‘Er ligt nu een plan waar we mee vooruit kunnen’, zegt Gräper. ‘Ons gezamenlijke doel is dat beide partijen uiteindelijk tevreden zijn over de tijd, de kwaliteit – en ook over het geld’, zegt Martin Holfelder, directielid van Max Bögl. En daar is het laatste woord nog niet over gezegd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.