Zo weinig Ieren, zoveel weergaloze schrijvers

Menno ter Braak, zelf geboren in Eibergen, heeft eens opgemerkt dat veel wereldliteratuur is voortgekomen uit de provincie. Dat geldt zeker voor de Ierse dichter en Nobelprijswinnaar Seamus Heaney, die vorige week op 74-jarige leeftijd is overleden. In The Irish Times zag ik een foto van Bellaghy in Ulster, genomen in de tijd dat Heaney er werd geboren. Armoedige boerderijen in een verregend landschap, te midden van lange stroken turf.

In Dublin werd een afscheidsceremonie gehouden, waarbij veel beroemdheden aanwezig waren - onder wie Bono van U2 - maar de echte begrafenis vond plaats in Bellaghy. Een andere foto in de The Irish Times toonde de stoet in een van die grijze dorpjes, die je nog altijd op het Ierse platteland tegenkomt. Op de foto probeerde ik Rudi Fuchs te ontdekken, die een persoonlijk vriend van Heaney is geweest, maar hij stond er niet op. Heaney en Fuchs, het moeten ontmoetingen zijn geweest van de twee zachtaardigste mensen ter wereld.

Heaney is begraven bij zijn familie. Die heeft lang op hem gewacht, want de jonge Heaney verloor eerst zijn 4-jarig broertje bij een verkeersongeluk en vervolgens ook zijn beide ouders. Het gedicht Mid-Term Break, dat Heaney over de dood van zijn broertje schreef, stond op de voorpagina van alle Ierse kranten. Tot mijn schande moet ik bekennen dat het mijn eerste confrontatie was met de poëzie van Heaney, maar ik was meteen verkocht. Mid-Term Break is een schitterend gedicht over hoe zijn broertje door een ambulance wordt thuisgebracht en de volgende ochtend weer vertrekt in 'a four foot box, a foot for every year'.

Pas toen ik de verslagen over Heaneys begrafenis las, realiseerde ik me dat ik me niet ver van Bellaghy bevond. Op onze kleine vakantie voeren wij juist in onze huurboot onder de brug van Leitrim door, weer zo'n dorpje dat voorkomt in de poëzie van Heaney. Wij hadden daar nog in de taxi naar Bellaghy kunnen springen, maar onwetend gingen wij naar de lokale pub, waar op een groot scherm de wedstrijd Liverpool-Manchester United aan ons oog voorbijtrok.

Behalve de brug, een aanlegsteiger, tien huizen en vijf pubs lijkt er weinig van belang te zijn in Leitrim. Het is vast nog kleiner dan Eibergen, hoewel ik daar de laatste jaren niet ben geweest. Toch heeft Edward Thomas er gewoond, schrijft Heaney, 'een van de jongens van Evans, die met snor en zandkleurige sproeten onder Monty heeft gevochten in de woestijn'. Dat lees ik in District en Circle, misschien de enige bundel die in het Nederlands is vertaald.

Het is jaloersmakend hoeveel schrijvers van wereldformaat de Ieren hebben voortgebracht: Samuel Beckett, Brendan Behan, James Joyce, Bernard Shaw, Bram Stoker, Jonathan Swift, Oscar Wilde, William Yeats, en dan ben ik er vast nog een paar vergeten. Het is natuurlijk de Engelse taal die zij spreken, maar het blijft een topprestatie voor een bevolking die nog niet eens uit vijf miljoen zielen bestaat. Zet daar die zestien miljoen Nederlanders tegenover, die met z'n allen in al die decennia nog niet één Nobelprijs voor de literatuur in de wacht hebben gesleept. Willen we dit klusje eindelijk klaren, dan kunnen wij het best Cees Nooteboom naar Ierland laten emigreren.

Na mijn terugkomst in Nederland vond ik werk van Heaney vooral bij De Slegte, de ramsjzaak die tegenwoordig Polare heet. De natuur speelt een belangrijke rol bij Heaney, maar hij is zeker geen dichter van de natuurlyriek. Zijn werk heeft ook een politieke component, wat vooral naar voren kwam in zijn toespraak bij de uitreiking van de Nobelprijs. Bij die gelegenheid sprak Heaney zich nog eens uit over het conflict tussen protestanten en katholieken.

Zo vertelde hij het ijzingwekkende verhaal van de gemaskerde mannen die een bus aanhielden en onder bedreiging van vuurwapens verordonneerden dat de katholieken onder de inzittenden naar voren moesten stappen. Omdat men uit deze opdracht opmaakte dat de gemaskerde mannen behoorden tot een paramilitaire groep van protestanten, stapte slechts één man naar voren. En toen gebeurde het tegenovergestelde van wat men verwachtte: die ene katholiek werd veilig naar achteren getrokken en de gemaskerde mannen openden het vuur op de anderen. De terroristen waren dit keer geen protestantse terroristen, maar behoorden tot een radicale vleugel van de katholieke IRA.

Voor wie het drama in Syrië volgt, is het goed te weten dat dit nog geen veertig jaar geleden is gebeurd in Europa.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden