Reportage Op hitteschouw met ProRail

Zo voorkomt ProRail dat de treinrails kromtrekken door de hitte

Gerben Visser controleert een spoorbrug in Amsterdam. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Op snikhete dagen kunnen de rails kromtrekken. Inspecteurs trekken er daarom deze week op uit om de kwetsbaarste plekken te checken. ‘Ze staan zo gespannen als een elastiekje.’

Het warme weer levert Gerben Visser (55), inspecteur baan bij spoornetbeheerder ProRail, extra en opmerkelijk werk op. Elke dag dat de mussen van het dak vallen maakt hij in Amsterdam een rondje langs een aantal ‘kunstwerken’ – jargon voor bruggen, viaducten en tunnels. Om te controleren of door de hitte op die plekken de rails niet kromtrekken.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Een spoorbaan met dikke staven, betonnen dwarsliggers en tonnen grind oogt voor het ongeoefende oog als een onwrikbaar geheel. Maar Visser weet wel beter. Een spoor ‘leeft’ of ‘beweegt’, ook al staat de trein stil. ‘Het staal van de spoorstaven zet uit als de temperatuur oploopt en krimpt als het kouder wordt’, legt hij uit.

Bij 25 graden Celsius is er niks aan het handje: bij die temperatuur is de rails neergelegd, vaak door het staal op te warmen. De rails staan zo ‘gespannen als een elastiekje’, zoals Visser het omschrijft.

Bij elke graad meer, leert de wetenschap, zet een meter spoorstaaf 0,012 millimeter uit. Dat lijkt niks. Maar op sommige plekken liggen de rails de hele dag in de zon, zonder beschutting. Dan kan de temperatuur oplopen tot wel 50, 60, 70 graden. Een spoorstaaf van dertig meter lang – een lengte die veel voorkomt op het Nederlandse spoor – wordt dan met gemak ruim een centimeter langer. Op plekken waar die ruimte tussen twee aansluitende staven er niet meer is, ontstaat dan een flinke druk en kan de rails knikken.

Een spoorspatting, noemen Visser en zijn collega’s dat. Op foto’s ziet dat eruit alsof het spoor is aangelegd door een dronken aannemer. Het levert fascinerende plaatjes op, maar zo’n kronkelspoor kan tot ongelukken leiden. In 2006 leidden spoorspattingen tot ontspoorde treinen op de trajecten Bodegraven-Alphen en Heerlen-Landgraaf. Er vielen toen vier gewonden. Uit onderzoek bleek destijds dat zich alleen al in juli 2006 vijftig spoorspattingen hadden voorgedaan.

Railsysteem met gelijmde delen dat tijdens een hitteperiode meer flexibiliteit biedt. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Compensatielassen

Sindsdien wordt er scherper op de rails gelet, als het kwik weer oploopt tot boven de 25 graden, en heeft het spoor op kritieke plekken de ruimte gekregen om uit te zetten en te krimpen. Niet door de uiteinden een centimeter of twee uit elkaar te leggen zoals vroeger gebeurde. Dat leverde de gaten in de rails op die troubadour Guus Meeuwis in 1996 zijn ‘kedeng kedeng – oe oe’ bezorgden. Nee, op plekken waar het nodig is, zoals bij bruggen, zijn compensatielassen aangebracht, waar taps toelopende uiteinden langs elkaar liggen en alle ruimte hebben om te bewegen.

Niet te veel natuurlijk. Daarom trekt Visser op elke snikhete dag een geel hesje van ProRail aan om te zien of de compensatielassen er netjes bij liggen. Zoals op de Singelgrachtbrug in het centrum van Amsterdam, die eigenlijk bestaat uit drie ophaalbruggen. Over elke brug liggen twee sporen, met aan elke zijde vier compensatielassen – dus 24 in totaal die Visser met een kritische blik bemonstert. De treinwereld heeft er zelfs een woord bedacht: de ‘hitteschouw’.

Waar spoorspattingen dreigen, grijpt ProRail in. Gewoon door een stukje uit de spoorstaaf te halen en op te schuiven. Dat laatste is geen kleine klus: een meter staaf weegt 54 kilo. Om 130 meter rails te verschuiven – de maximale lengte die in Nederland in een keer kan worden gelegd – moet dik veertien ton staal worden verplaatst.

Als Visser toch zijn rondje maakt, inspecteert hij dan ook andere onderdelen van het spoor? Zoals de seinen? ‘Nee, dat doet een collega’, zegt de ProRail-man lachend. ‘Ik ben van het lompe ijzer.’

Natte bruggen

Niet alleen ProRail neemt bij warm weer voorzorgsmaatregelen om de infrastructuur overeind te houden. In veel gemeenten worden (stalen) ophaalbruggen nat gehouden om te voorkomen dat ze door de hitte te veel uitzetten en niet meer open of dicht kunnen. In Rotterdam loopt een proef met sensoren bij een aantal bruggen, die de gemeente sneller en beter kunnen melden wanneer er problemen kunnen ontstaan. 

Ook sluizen kunnen bij hoge temperatuur uitzetten en de scheepvaart in de war schoppen. Rijkswaterstaat meldt van drie bruggen dat die bij hoge temperaturen met water worden afgekoeld. Het gaat om de brug op de Afsluitdijk bij Kornwerderzand, de Grevelingenbrug en de Zandkreeksluisbrug in Zeeland. Een ‘hitteschouw’ kent Rijkswaterstaat niet. ‘Wij inspecteren bruggen en viaducten al elke dag.’ Er staan wel takelwagens gereed om gestrande auto’s sneller van de snelwegen te halen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden